45 Photos - May 22, 2013
Photo: 47 Verzameling Handschriften, afkomstig van de Provinciale Bibliotheek
2. Inventaris
2.1. Inventarisnummers 001 t/m 250
56. Stukken betreffende 's Lands vloot, ingekomen bij en gecopieerd door Hendrik Brunsvelt, kapitein ter zee (309 hs)
Datering:1659-1660.
Omvang:1 band
Vindplaats: Tresoar (Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum)
Scans/transcriptie: Theunie Wijnstra, Anton Musquetier en Hans Zijlstra.
Historische Vereniging Noordoost Friesland, http://www.HVNF.nlPhoto: Vergelijk de inhoud van dit journaal met het door Michiel de Ruyter zelf opgetekende journaal: Het leven van Michiel de Ruiter, door Gerard Brandt
 
Vanaf pag. 390-391:
Brief van de Engelse Admiraal Montagu aan De Ruiter gezonden, 21 april:
Op de eerste pinsterdag ontving de Heer de Ruiter, die toen met de vloot nevens oudt Schaagen, niet ver van 't Schager rif, op de Jutse kust, was gekoomen, een brief van de Engelse Admiraal Montagu, hem met een kits toegezonden, die, den vierden van May, ouden styl, onderteekent, hem dit volgende te gemoet voerde.
Dat hij aan geen van beide de Koningen, of hun vloten, enige behulp zou doen. Vertrouwende dat de Admiraal der Hollandse vloot een gelijke order had, daar hij zijn antwoord, en toezegging van stil te zullen zitten, op verwachtte.
 
De Ruiter antwoord aan Montagu, den 4 May ouden, of den 14 nieuwe styl. Hij zegt o.a.: Voor weinige dagen hebben hunne Hooghmogentheden, de Heeren Staaten Generaal der verenigde Nederlanden, mij het derde artikel van het verdrag, dat in 's Gravenhage tussen de Heeren Ambassadeur van Vrankrijk, resident van Engeland, en hunne Hoog.Moog.Gemaghtigden is geslooten, laaten toekomen, met ordre om mij naar de inhoud van dien stip te draagen. hier van zend ik uw Ed. een afschift bij dezen: met voornemen om den last, daar in begrepen, in alle gehoorzaamheid getrouwelijk en stip t' achtervolgen: en mij ten volle verzekerd houdende, dat uw Ed. zich daar ook stip naar zal richten.
 
Pag. 392:
De 7e der maand (junij), toen de vloot in t' Schaager rak, tussen de eilanden van Lefou en Anout, was gekomen, kwam het vierde oorlogsschip, dat in de Maze was toegerust, bij de vlag. Dit werd gevoegd bij het esquadre van de Viceadmiraal Johan Evertszoon. De vloot bestond nu uit 39 oorlogsschepen, en elk esquadre uit 13 schepen. Bij 't esquadre van De Ruiter, die de vlag van de grote steng voerde, waren 2 branders
Pag. 393:
Johan Evertszoon, die de vlag van de voorsteng, en Meppel, die ze van de kruissteng liet waaijen, hadden elk een brander in hun esquadre.
Drie dagen daarna (10 juni) kwam De Ruiter met de vloot in de mondt van de Beldt tussen het eiland de grooten Helm en het eiland Wero ten anker. Van waar hij, op het aanschrijven van de L. Admiraal Wassenaar, voortzeilde om zich tussen het eiland Syro en Rosnes, een uithoek van het eiland Zeelandt, t' onthouden.
De heer Van Wassenaar was ondertussen met zijn vloot bij het eiland Funen, omtrent de stad Nyborg, gekomen, en zond last aan De Ruiter dat hij de Belt verder zou inzeilen: en dat zich de Viceadmiraal Meppel naar zijn vloot zou begeven, om aldaar op het schip van wijlen zijn voorzaat Pieter Floriszoon te gebieden.
 
18 juni: De Ruiter kwam met zijn vloot tot op een mijl na bij het eiland Romps, of Romfo, dicht bij Funen. Zo dat de beide vloten 2 of 3 mijlen van elkaar lagen.
Niet lang daarna (20 juni) voer de Heer van Wassenaar aan De Ruiters boordt, verzelt met den Heer Egbert Meeuszoon Kortenaar, die, gelijk verhaalt is, zich in de zeeslag in de Sondt (te dier tijd nog Kapitein op het schip van de L. Admiraal) zo dapper queet: en seedert (8 mei), door de Heeren Staaten van Hollandt, in zijn afwezen, in de plaats van Witte Korneliszoon de Witt, tot Viceadmiraal onder 't Kollegie ter Admiraliteit van de Maaze werdt gestelt.
Ter zelver tijdt werd bij de Heer van Wassenaar en de andere Opperhoofden besloten, dat zich de 2 vloten bijeen zouden voegen: dewijl de bestemde tijdt van 3 weken, die men most afwachten eer men Denemarken mocht helpen, haast ten einde zou lopen.
 
Pag. 394:
De volgende dag begaf de Heer van Wassenaar zich met enige zeekapiteinen en bevelhebbers der landsoldaten naar het eiland Romfo om daar te gaan jagen. Ze schoten 5 of 6 herten.
Kort daarna werd de Viceadmiraal De Ruiter door een brief van Heeren Gezanten Slingelandt, en de Hubert, die met enig vaartuig t' Elzeneur bij de Koning van Zweeden waren aangekomen, de 22-ste getekent, bekend gemaakt, dat ze met de gezant van Engeland de tijd van de stilstand der wapenen, nog 3 weken hadden verlend.
Over dit schrijven ontstond in de vloot  verzet, temeer omdat het niet was getekend door 2 Nederlandse Gezanten, de Heeren Voogelzang en Van Haaren, die zich naar Kopenhagen naar de Koning hadden begeven. Doch deze verlenging was in Engeland, met de bewilliging van de Hollandse Gezant Nieupoort uitgewerkt.
 
Pag. 395:
De Viceadmiraal De Ruiter schreef niet alleen aan de Heeren Nederlandse Gezanten, zoo ook tot Elzeneur als tot Kopenhagen, maar ook aan de Raden ter Admiraliteit te Amsterdam:
dat hun dat verlengen stilstand vreemd voorkwam: dat de Koning van Zweden de handen los waren, en dat hij al dee wat hij wou: dat de Hollanders daar lagen met een zo aanzienlijke vloot en niet mochten bij de hand te nemen: dat dit voor hem en de zijnen een groot hartzeer was. Doch zij hoopten dat men hunne handen in 't kort zouden ontbinden: nadien anders te vrezen stond, dat de grote hitte van de zomertijd, en der hondtsdagen, wellicht ziekte onder het volk zou brengen, en de vloot 't onbruik maken.
 
Onderwijl zaten de Zweden niet stil. Zij kwamen de 23-ste met 12 oorlogsschepen, 4 fluiten en een galjoot, aan 't noordeinde van Funen, daar zij enige soldaten opbrachten, dat de Hollanders op De Ruiters vloot, uit de marsse, en van de masten en stengen, konden en mosten zien.
Ten zelve dage voegden zich de 2 hollandse vloten, omtrent het eiland Spro, tussen Kartemunde en Kaffeur, of Korfoor, bijeen. De vloot van de Heer van Wassenaar bestond toen nog uit 36 schepen en fregatten van oorlog: zo dat de ganse zeemacht van de Staat, die zich hier in de Beldt ophieldt, nu 78 oorlogsschepen, 6 of 7 branders, en 9 of 10 galjoots: bemand met meer dan 12.000 en 900 matrozen en soldaten (behalve de 4.000 landsoldaten die op De Ruiters vloot waren) en voerende tezamen omtrent 3.190 stukken geschut.
 
Pag. 396:
Op de 24-ste maakten de Zweden op 2 Hollandse oorlogsschepen die door Van Wassenaar op brandwacht waren gestuurd op de Jutse kust, tussen de kleine eilanden Endeloo en Ebeloo.
Het ene, genoemd De Jonge Prins, onder Kapitein 't Hoen, met 110 man en 30 stukken, werd tot Horsens aan de Jutse kust ingejaagd. Het ander, een fregat genoemd Deutekom, onder de kapitein Waardenborg, voerende 74 man en 24 stukken, omtrent de Weelstroom tegen het land, zo dat de Kapitein het schip in brand stak, opdat de Zweden er geen nut van zouden hebben.
De L. Admiraal zeilde met de meeste macht van de 2 vloten op den 26-ste met den dag derwaart, om te zien wat die schepen was wedervaren, maar kwam te laat. Daarna kreeg men tijding hoe het met de 2 Hollandse schepen was verlopen, dat grote verbittering veroorzaakte in de Hollandse vloten.
Midlerwijl had de Engelse Admiraal Eduard Montagu, graaf van Sandwich, van de bijeenvoeging van de 2 Hollandse vloten kennis gekregen. Waarop hij met zijn vloot, sterk groot en kleen 42 schepen, onder zeil ging, stellende zijnen koers naar de Beldt, om het bedrijf der Nederlanderen acht te geven.
 
Pag. 397:
Hij kwam de 26-ste der maand (junij), tegen de avond, tussen het eiland Syro en de uithoek Rosnes, in 't gezicht der Hollandse vloote.
De heer Van Wassenaar, niet wetende wat de Engelsen in de zin hadden, liet de witte vlag waaien, en seinde de Hooftbevelhebbers en Kapiteinen aan boord, hun bevelende: alles klaar te maaken, en, in gevalle van gevecht, hun eer en eedt, aan 't vaderlandt gedaan, te betrachten.
De volgende morgen (27 juni) kwamen de Engelsen bij de uithoek van Rosnes ten anker, en de admiraal Montagu zondt, met 2 kitsen, brieven aan de Heer Van Wassenaar, en aan de Viceadmiraal De Ruiter, van gelijke inhoudt, meldende:
dat hij kwam om de twee Noorder kronen tot een goed verdrag te brengen, vertrouwende dat de vloot van hunne Hoog.Moog. hetzelfde oogmerk had. Dat men daarom wederzijds met onderling verstand en overeenkoming most handelen, en alles aanwenden ten beste der 2 kroonen, en van de twee Staaten.
Hem werd beleefd geantwoord: dat men geen ander oogmerk had.
Hierop gingen de Engelsen na den middag onder zeil, de Beldt verder in. Waarop de Nederlanders, dit ziende, desgelijks zeil maakten, en voor de Engelsen heen zeilden: opdat zij niet tussen de Nederlandse vloot, en etlijke Deensche schepen, die met enige Nederlanders omtrent Nyborg lagen, zouden inbooren.
Dan de Engelsen kwamen bij Kallandburg, en de Nederlanders bij het eiland Romfo ten anker.
 
Pag. 398:
28 juni:
Kort daarna zond de Heer van Wassenaar de Kommandeur Kornelis Evertszoon met een galjoot en een brief aan boord van de Engelse Admiraal Montagu, dienende om elkaar in vriendschap te verstaan.
De Kommandeur Evertszoon werd beleefd onthaald, en kwam met een brief, die niets dan vriendschap beloofde.
29 juni:
De andere dag kwam de Engelse Kapitein Blaak uit de naam van Montagu aan Wassenaars boord, met een brief, waarbij verzocht werd, dat men de tijd van stilstand nog enige dagen zou verlengen, tot er nader tijding van de Heeren Staaten en van de Engelse Resident uit Holland mocht komen.
De Heer Van Wassenaar, en de Viceadmiralen De Ruiter en Johan Evertszoon, ontvingen op diezelfde dag brieven uit Elzeneur, de 27-ste getekent, meldende dat de Gezanten de Heeren Staaten, die te Kopenhagen bij de Koning van Denemarken waren, en de Gezanten, die zich ’t Elzeneur onthielden, elkaar omtrent het verlengen van de tijd van stilstand niet konden verstaan.
30 juni:
Daarna kwamen de Deense Admiralen Bielke en Juel, en de Vice Admiraal Heldt, met de Kapitein Roodestein, en de Hollandse Kapiteinen Evert Antoniszoon Marre, en Paulus Sonk, met hun schepen, en enige fluiten, bij de Hollandse vloot.
Op die dag, en de volgende dagen, wisselden de Heer van Wassenaar en Montagu nog verscheidene brieven, aangaande de middelen, daar men zich van most dienen om de Noorder Koningen tot vrede te bewegen.
 
Pag. 399:
2 juli:
Viceadmiraal De Ruiter voer aan boordt van de Heer Van Wassenaar, waar hij verstond dat de tijd van stilzitten of stilstand, nog met 3 weken werd verlengd. DitPhoto: Paleografie Brunsvelt
document 43

Ordere ende rendevous beraemt(?) bij d' Heeren Vice Admiraels: Michijel de Ruiter, Johan Evertsz uit Zeelandt, ende Jan Corneliszoon Meppel uit Noorder Quartijer.
Eerstelijck van hier onse reijse ..vorderen naer den Orisont, en ofte door mist ofte stormen, iemandt van ons vanden andren geraacten, soo sal men malcandren op soecken, tunssen d' Hoeck van Schaagen ende de Cleijne Helmt (?), en mal-
candren aldaer in wachten, doch sal ieder sijn di..oor doen, bij de vlagge te blijven, om alsoo met meerder macht en aensien te comen op onse geordineerde rendevoes, tot naader ordre.
Actum in s'lands schip t'Huys te Swijeten voor Texel den 21 May 1659.

Verdelingen van s'landts vloot gedestineert
naar den Orisont, in drye esquadrei gezamentlijk d' Heer Vice Admirael Michiel d' Ruijter, vice admirael Johan Evertsen, ende Jan Cornelises Meppel.

Admirael de heer Vice Admirael Michiel de Ruijter, den commandeur de Wildt als vice admirael, als Schout bij nacht Piter van Braakel
Capt Willem vander Zaen, t'schip
Capt Dirck Scheij, t'schip
Capt Jacob van Meuwen, t'schip
Capt Jacob Swart ..: Amsterdam, t'schip
Capt Baernt Cramer, t'schip
Capt Jan Roeterings, t'schip
Capt Alhert Mathijse, t'schip
Capt Hendrick Rodtskens (?), t'schip
Capt Hendrick Adriaens, t'schip
Capt Allart d'Graeff, t'schip

Commandeur Jan Lenarts met sijn brander
Commandeur Jacob Wiltschut met sijn brander

Het esquadre vande Heer Vice Admirael de
Ruijter sal gestadigs d'wimpel van de groote stenge laaten waeyen.Photo: Paleografie van Brunsvelt blad 44
 
No. 1
Tweedre Esquadre
 
Admirael den Heer Vice Admirael Johan Evertsen
voert t schip Zeelandia
Commandeur Cornelis Evertsz Zeelandt
als vice admirael, t' schip
den schout bij nacht Frans Mangelar
voert 't schip Utrecht
Capt Leijn Pijke, t' schip
Capt Jan Tyssen, t' schip
Capt Jarcob Adriaensen Pense, Middelburghe
Capt Tuinman, voert t' schip Zirckzee
Capt Marinus De Klerck
Capt Jacob Symons de Wit
Capt Adriaen Pols
Capt Hendr. Brunsvelt, Oostergoo
Capt Jan Jansen Viselaer, Westergoo
Commandeur Jan Claesen met
sijn Brander
 
T Esquadre van den Heer Vice Admi-
rael Jan Evertsen sullen gestadigh de
wimpel van de voorstengh lasten
waeijen.Photo: Paleografie Van Brunsvelt, blad 45,
 
links
 
No. 1
T’ Darde Esquadren
 
Admirael d' Heer Vice Admirael Jan
Cornelisz Meppel, t' schip
Jan Gideons Verburgh als vice
Admirael, t'schip
als Schout bij nacht Allert Piers, de Steeden
Capt Isack de Sweers
Capt Gerbrant Schatter
Capt Isbrant d' Vries
Capt Swart van Edam
Capt Jan van Amstel
Capt Jan Richewijn
Capt Jacobus van Berchum
Capt Jan de Haen
Capt Huigh van Niehoff
Capt Joost Verschuier
 
Commandeur Hubrecht van Schoonvelt
met sijn brander
 
T Esquader van den Heer Vice Admirael
Jan Cornelisz Meppel, sullen gestadig
de vlagh segge d' wimpel van de cruis
stengh laaten waejen.
 
Actum in s' Landt schip t' Huis te Swieten
Voor Texel den 21 Meij 1659
 
Onder stondt
Michiel Ad: d' Ruijter
 
 
 
Rechts:
No. 2
 
Resolutie genomen bij d' Ed: Crijs
raad deser s' landt Zefloote als volght
 
Is bij den Crijchsraet deser Vloote goet gevonden
ende geordineert, dat op ieder schip van Oorloge
 
Kantlijn:
vande kisten over
boort te setten
 
der selver vloot soo onder Matroosen als Soldaete
niet meer kisten sullen moogen gevonden ofte gebruick
worden, als voor ieder persoonen een kiste, ende
alle Capiteijnen gelast elck op sijn onder hebbende
schip, promptelijck de noodige ordre daer toe
te stellen, sonder van dies te blijven in ge-
breecke.
Actum int t' schip Zeelandia, den 22
Meij 1659
 
Onder stondt
Johan EvertsenPhoto: Paleografie Van Brunsvelt, blad 46
 
No. 3
Verdelinge van de schepen sorteerende
onder het Esquadron van de Vice Admirael
Johan Evertsen
 
Onder den Vice Admirael Johan Evertsen als
Admirael sijn bescheijden dese naer volgende Capiteijne
voerdend t' schip Zeelandia
 
Leyn Pique vaerende t' schip
Marinus de Clerck t' schip
Hend: Brunsvelt t' schip Oostergoo
 
Onder den Commandeur Cornelis Evertz
als Vice Admirael sijn bescheijden en dese naer vol-
gende Capiteijnen
en voert t' schip
Jan Thijssen, voert t' schip
Jacob Symonsen de Wit, t' schip
Jan Jansen Vijselaer, t' schip Westergoo
 
Onder den Cap Frans Mangelaer als
Schout bij nacht sijn bescheijden dese naer
volgende Capiteijnen
en voert t' schip
 
Jacob Pensse
Adriaen Pols
Bastiaen Tuinneman
 
Commandeur Jan Claessen met sijn
brander
 
Actum int schip Zeelandia den 23 Meij 1659
Onder stondt
Johan EvertsenPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 47
 
Generale juprunctine(?) van Haar Ho:
No: d' Heeren Staaten generaal voor d' Heeren
Vice Admiraels, en Commandeurs, Schouten bij nacht
ende alle Capiteijnen, gefondeert op de reijse naer
den Orisont A 1659 den 22 Meij in t' Slandts schip
t' Huis te Swieten, zeijlende Noort, N. Oost aen,
Voor Texel.
 
1.
Item (?) voor Eerst sullen wij met Godes Hulpe van hier
aft zeijlen, en setten ons curs recht uit naer Coppenhagen
in Denemarken, onder commando van de Heeren Vice
Admiraels Michiel de Ruijter, vice Admirael Jan
Evertse, ende Jan Cornelisen Meppel, ende gesa-
mentlijcken Zeijlen naer Coppenhagen, om ons aldaar
te gevoegen, onder d' vlagge, ende t' commando, van den
Heer Jacob van Wassenaer, Luitnant Admirael,
Heer van Obdam, die hem aldaar is onthoudende, voor
ende omtrent Coppenhagen, om aldaer alle d' ordre
en commando vanden selven Luitnant Admirael
te achtervolgen ende naer te comen.
 
2.
Sullen middelerwijl op onse reijse, d' ingesetenen
van onser Staat, ofte alle van onse Nederlandsche
Provincie, die wij int selve vaerwaeter bejegenen
naer onse uiterste vermoogen van alle overlast, ende quade
bejegeninge, trachten te bevrijden, ende te assisteeren.
 
3.
Item(?) int zeijlen naer d' geordineerde plaetse
tot Coppenhagen, eenige Sweetse macht quame te ont-
moeten, ende ons sochten te verhinderen, ofte eenige
fijtelickheijt tegens ons ofte d' onse wilden pleegen,
soo sal ieder gewelt met gewelt soecken aff te keren
en ..igarenselijken aentasten, veroveren en vermeesteren
ist mogelick.
 
4.
Item (?) zoo het quam te gebeuren , dat wij d' vloot
vanden Heer Protector van Engelandt, Schotlandt
ende Yslandt quamen te ontmoeten, soo sal een ijeder
hemPhoto: Paleografie Brunsvelt, blad 48
 
Links:
 
hem wel hebben te wachten, van eenige der selver
eenige onminne ofte feijtelickheijt voor te houden,
maar in tegendeel, die met aller vriendschap, ende mindelicken
soecken te bejegenen, om geen redenen van offentie te
geven, en altijt wel letten op d' opperhoofden, daer
ieder onder gestelt is.
 
5.
Item soo het quame te gebeuren, dat on aengesijen aende
Engelsche alle beleeftheijt ende Civiliteijten en gepleegde
voorsichtigheijt, niet en mach, ende can helpen, ende
dat d' Engelschen, met feijtelicke agressen hier quamen
te opposeeren, soo sal men gewelt met gewelt off keren,
en een ieder hem dan dragen als een eerlijck eerbaren
soldaat, en zeeman toe staet, en een ieder int particulijor
toe vertrout wert, doch altijt wel letten wat bij de opper-
hoofden sal werden geattenteert.
 
6.
Lasten alle Capiteinen int generael, dat ieder wel
en bij sijn opperhooft zal hebben te passen, en int zeijlen
off enige schepen off vlooten ontmoetende, ijeder
d' vlagge behoorlick respeckt in rang sal hebben te
geven, op dat wij met goede ordre, moogen zeijlen, te
reede comen, ende bequamlijck moogen anckeren op pene (=penitentie=straf)
van voor den Crijsraet gestelt te worden,
 
7.
Weert(?) ijeder Vice Admirael gelast een ad twee van
sijn beseilste scheepen te ordonneeren wat buijten de vloot
te zeijlen, oft wij eenige vremde scheepen quamen
te ontmoeten, en die aen te doen, ende te verspreeke
om alle cuntschappen en daar van te becommen, en raport
aen den Vice Admirael te brengen, om ons daar nae te
komen reguleeren.
 
8.
Item soo haest wij aen d' Jutsche Cust comen sullen de
beseijlste scheepen haar best doen om enige vissers
te verspreecken, ende bij de vlagge te brengen, om
enige contschap vanden toestant aldaar te lande
te verwachten.
 
 
9.
Item met s' landts vloote binnen schagen gecomen sijnde
sal men
 
 
Rechts:
sal men ons reguleeren naa den ..onde..oos brieff, om-
trent de Kleijne Helms, om aldaer naader met malcandren
te spreecken.
 
10.
Item soo men met d' Sweeden oft yemandt anders in
gevecht quame te comen, soo sal den Vice Admirael
Jan Evertsen, met sijn bij hebbent Esquadre avant
garde hebben, den Heer Vice Admirael de Ruijter de
tweede met sijn esquadre, ende den Heer Vice Admirael
Jan Cornelissen Meppel met sijn esquadre de derde
en soo danigs malcandren volgen en secundeeren als
Eerlijcke Dienars voort Lieve Vaderlandt toe
vertrout wert.
 
11.
D' ordere van den secreeten Crijsraad sal bestaen
in drije Vice Admiraels namentlijck d' Vice Admi-
rael de Ruijter, de Vice Admirael Jan Evertse, ende
de Vice Admirael Jan Cormelise Meppel.
 
12.
Den gemeenen Crijsraad sal bestaen in de negen
Hooft Offijcieren namentlijck, Admiraels Vice Admiraels
ende Schouten bij nacht.
 
13.
Wanneer wij int gewest comen soo sal men de
Prince vlagge laaten waeijen, maer geen roode
om van den viant onder scheijden te werden.
 
Actum int s' landts schip t' Huis te Swijeten
Zeijlende Noort N. Oost aen den 22 Maeij 1659
Was onder tekent
Michiel d' RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt, blad 49
 
Opt schip Oostergoo
Verdelinge vant Canon waar
op, en waar naer, een iegelijck daar
hij bij geordonneert is: sal hebben
te passen.
 
1.
De rijer Ancker opt halff deck voor d' Hutt staande
sal commandeur van weesen, met d' volgende
Albert Cornelissen Opper Stuurman
Gaucken Iwes(?)
Coert Jansen
d' Domine (?)
Willen Arntsen van Amsterdam
d' huttwaghten
 
2.
De acht stucken onder t' halfs deck te wee 10
ponders, en ses 12 ponders: sal commandeeren d'
Hooghbootsman, met dese volgorde
Hooghbootsman maat:
Piter Verlooren van Enckhuisen
Carsten Jansen van Huier
Willem Coster van Enckhuisen
Koert Weerhaen van Harlingen
Jan Thomassen van Amsterdam
Andrick Jansen van Tonderen
Jan Borgsen van Heuier(?)
Jan Gerritsen van Schermer Horn
Hendrick Woutersen van Harlingen
Thomas Abbes van Sneeck
Willem Albertsen van t' Bijll
Piter Claessen van Harlingen
Dirck Gerritsen Speck van West sanien
Jan Cornelissen van Leuwarden
Curt Paulussen van Harlingen
Hooghboots mans jongen
 
3.
De vier stucken bij d’ groote Mast sal comd:r
Piter Haejesen van Enckhuisen met d’ volgende
Jacob Sprongh van WorcumPhoto: Paleografie Van Brunsvelt, blad 50
 
Links:
 
Dirck Gerckes van Oosterbijrum
Piter Cornelissen van Heuijr
Thomas Albertsen van Harlingen
Egbert Fockes van Apkouen
Andries Willemsen van feuren(?)
Jan van Bremen jongen
 
4.
Bij de vijf stucken ses ponders bij d' boot
Commandeur Piter Lammerts van ..dam ende
volgende
Claas Pitersen van heuijer
Sybrant Pitersen van Tonderen
Lucas Jansen van Heuijer
Ewert Feijckes van Harlingen
Steven Eghberts van Leuwarden
Andries Pitersen van Huier
Jurgen Claessen van Heuijer
Cornelis Pitersen van tonderen
Frerick Cornelissen van (Tonderen) Heuijr
Cornelis Pitersen van Heuijr
 
5.
De ses twaulfe ponders onder de back sal
Commandeeren d' volgende:
d' schieman
d' schiemans maat
Jan Bleeck
Jan Pitersen van Tonderen
Jan Andriesen
Jan Cornelissen
Jan Pitersen Cleijn van Heuijer
Piter Andriesen van Heuijer
Lourens Cornelissen van Heuijr
Douwe Sweerts van Bolswart
Dirck Riwerts van feuren (Forae!)
Hendrick Hassel van Flensburgh
Schiemans jongen
Albert Jansen van Groningen
 
 
Rechts:
 
Jacob Coerts van Harlingen
Pater Jansen van Leuwarden
 
6.Photo: Photo: Paleografie Van Brunsvelt, blad 52
 
No. 4
 
Copie
 
Verbot van schiete
 
D' Heer Michiel de Ruijter
Vice Admirael .. Hollandt en
West Vrieslandt, sabbatij den 4
junij 1659 stylo botrij(?)
 
Last hier meede noch mael wel stricktlijck, dat
van nu aft geen capiteijnen eenigen eer schooten sullen
vermoogen te sullen schieten, ofte doen schieten, het sij om wat
redenen het soude moogen zijn, geen uitgesondert, doch
soo eenige eerschooten sullen werden gedaen, om t' respect
vant Landt te bewaaren, so sal alleenlijck werden
geschooten, bij d' negen Hooft Officijren, die geauthorij-
seert zijn vlaggen te voeren, en off het geviel , dat
het respeckt van 't Landt diende bewaart te worden
dat alle d' Capiteijnen moeten ofte sullen schieten
soo sal den Vice Admirael de Ruijter, een wimpel
van achteren boven sijn vlagge laaten waejen
op welck zeijn dan ieder Capiteijnz sal vermoogen,
drie schooten te schieten, en dat in ordre, als de
Hooft Officiren eerst sullen geschooten hebben,
en dan ieder vervolgens in goede ordre, en op dat
niemandt hem sal hebben te ontschuldigen, soo wert
ieder Capteijns, een schriftelick verbott gegeven
en sullen de Contrarije doende, voor de eerstemaal
verbeuren vijf en twintig guls, daar van twee
derde deel ten behoeue vanden Hr. fascael, ende het
andere derde deel ten behoeve van de armen.
Actum uit s' Landt schip t' Huis te Swuieten bij
Rosnes den .. junij stilo .. 1659
 
En wast onder tekent
Michiel Adr: RuijterPhoto: Paleografie Van Brunsvelt, blad 53
 
Zeijn bryeff bij den
Adm: Obdam
Voorts d' ge-
nerale zeijn
 
De wijlke den generaale zeijn brijeff ter zee als meede
onsen naader ordre vermelt, dat men niemant sal voor den
boeuge komen bij dage ofte bij nacht, met wenden en draeijen
maar ieder Capt: sijn schip wel gouerniseere, naer zeemanschappe
en veele hier van blijeuen in gebreeken.
Soo ist, dat wij als nog scherpelijck bij desen belasten, dat
de Vice Admiraels, schouten bij nacht, en alle Capt: van
onse vlagge, met hun scheepen int wenden aen lij, voor
over den Admirael sullen zeijlen, ofte bij tijdts wenden,
en de fock op de mast laaten leijgen, soo lange den
Admirael voor bij hen gepasseerd is, en sullen aller de
vordere scheepen, die tegen de gewende aen coomen,
te lij waart van de van de gewende scheepen zeijlen, soo
lange alsse gewendt sijn ofte bij tijdts over staags
smijten, voor dat de gewendt hebbende scheepen bij haar
comen, om malcandren een goedt open te maaken,
en sullen oock toe zijen datse int wenden niet in
malcanders zogs en gangen, opdat die scheepen diet over-
staags smijten, ender andren niet voor den bougsen comen
ende wanneer eerst den Admirael, en vervolgens de
Vice Admirael, bij daags sullen goedt vinden om te
wenden, sullen als dan een gens(?) vande vlagge stock laate
waeijen, op welcke zeijn ieder particulijer capiteijn
selver in persoon sal bouen(?) t ende present weesen, ende
wije hier van echter sal blieven in gebreke, sal
sonder enige conventie ofte oogsluickinge daetlijk
betaalen, de somma van vijftijgs guldens die van het
voorsz sal bezonder worden in gebreke te blijwen.
Item dit art: is gestelt om in de ruime zee geobserweert
te werden.
 
Actum int schip d' Eendraght
desen 19 junij 1659. oude stijl
 
En onder stondt
J. van Wassenaer.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 54
 
Links:
 
Valse aen clagste
van schipper Edger Douwes
 
De Heer Michiel d' Ruijter Vice
Adm. over Hollandt ende west frislandt
 
no.6
Last huer misede den capiteijn Brunsvelt aen
stondts den schipper Edger Douwes sonder tegen segge
soo veel ballast te beschaften als tot preservatie
van sijn schip van nooden is, gelijck bij de Capiteijne
van andre quartren gedaen wordt, Actum int s' Lands
schip t' Huijs te Swieten den .. 1 julij 1659 nieuwe stijl
onderstondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
Rechts:
 
Verdelingse van de Vloot
Esquadron van zijn Ex: den Baron
van Wassenaer Lt: Admirael over
Hollant ende West frieslandt
 
1. De wimpel van boven
 
No.7
 
De Heer van Wassenaer Admirael
Jan Arntsen Vergaest
Aert Jansen van ..
Jan de Liefde
Jacob BossHuijsen
Marinus d' Clerq
Jacob Symons d' Wijt
Adriaen Pols
Lourens Heemskerk
Vander Zaen
Verburgh
Jan van Campen
Jooris Canlerij
de Graeff
Verschuijer
Commandeur Hoogen Hoeck
Capt: jacob .. Brander
 
2. de wimpel van vooren
Esquadron van d' Hr. vice adm:
Johan Evertsen
De Heer Vice Adm: Johan Evertsen
Schut bij nacht Cornelis Evertsen
Commandeur frans Mangelaer
Adriaen Banckert
Jan Tissen
Leyn Pijcqe
Tuijnneman
Jacob Pense
Com: Dirck Jacobse
Vijselaer
Brunsvelt
Anthonij Evertsen
Jan van Amstel
Niuhoff
Jan Claessen   branderPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 55
 
Links:
 
Esquadron van de Heer vice adm:
De Ruijter
 
3. De wimpel van de besaen mast
 
De Heer Vice Admirael d' Ruijter
Commandeur d' Wildt
Schut bij nacht Brakel
Sweers
Scheij
Schatter
Van Meuwen
de Vrijes
Swart van Amsterdam
Com: Godtskens
Allert Matthysen
Berchem
Roeterings
de Zaen
Jan Lemerts   Brander
 
 
Esquadron  van d' heer vice
Adm: Jan Cornelissen Meppel
4.
voor van de boegh
spriet, d' geus
 
De heer Vice Admirael Meppel
Cornelis Verlord (?)
Claes Allertsen
Jan Noblet
Govert t' jongh hoen
Jan d' Groot
Com: Allert Verlord (?)
Backer
Claes Hen  Comdr op 't schip d' Eendraght
Dirck pomy
Aernt Houtuijn
Den Boer Albert Piersen
Comdr. Codde
Hendrick Adriaensen   Brander
 
 
Rechts:
 
No. 8
Dese onderstaende Capiteijnen
sijn gevoegst bij den Deensen
Generael Bielcke
 
Commandeur Cornelis Roelofsen
Daegelencamp
Com: Piter Uittenhout
Baernt Craemer
Swart van Edam
Rijceveen
Com: Hendr. Pitersen opt Casteel Medenblick
Stellingwerff
noch twee stadts schepen van Amsterdam
was getekent
Johan Evertsen
 
Verdelinge van de schepen, fortis ende onder het esquadron
vande Hr. Vice Admirael Johan Evertsen
 
Onder den Vice Adm.  Jan Evertsen
als Admiral sijn bescheijd en dese
naer volgende Capiteijnen
Adriaen Bancker
Leijn Pijcke
Brunsvelt
Nijuhoff
 
Onder den schout bij nacht Cornelis
Evertsen als vice admirael sijn
dese naar volgende Capiteijnen
Jan Tissen
Jan Jansen Vijselaer
Anthonij Evertsen
 
Onder den Commandeur Mangelaer
als schout bij nacht sijn dese na volgende Capt.
Jacob Pense
Bastiaen Tuinneman
Jan van Amstel
 
Commandeur Dirck Jacobsen sal passen op den
scheepen van dit Esquadre die eenigs ongeluck
mocht overcomen.
Commandeur Jan Claessen met sijn Brander
Actum int schip Zeelandia den 9 august
1659
onderstondt
Johan EvertsenPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 56
 
no. 8
 
Jacob Baron van Enzu
Wassenaer, Heer van Opdam,
Hensbroeck, Spierdyck, Was Meer
Zuijdwyck, Kernhem, Schoon Oumen,
Ritm. end. Collonel over een regement
Ruijteren, Gouvneur Drossaert
ende Dijck Graeff over de stadt
Casteel in Lande van Heusde
Midtsgaders de forten op de Maese
Lt. Adm. van Hollandt ende West fries-
landt, Commanderende over de vloot
die die Ho: Mo: Heeren Staaten Gen:
der vrije verenigsde Nederlanden
tot .. van sijnne Con: May t: van
Denemarcken, Ridder van Con: Deenmarckse
Ordre van den Oliphant.
 
Lasten Hier Misede den Capiteijn Brunsvelt
dat hij met en onder Command van den schout bij
nacht Verhaeff sal hebben te zeijlen, naar de
noordt hoeck van Femeren, ende verder doen alle
het geene dat hem vanden volgenden schut bij nacht
in onsen naem sal aen bevoole worden, sonder
daer van int minste te blijven in gebreecken,
op peenie van, andre ter exampel daar over
naa rijgeur (?), gestraft te worden, actum in ons
Schip Eendragst, ten ancker omtrent Femeren
desen 30 Augustus 1659.
Onder stont
J. van WassenaerPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 57
 
Links:
 
no. 9
 
Jacob Baron van Enzu Wassenaer,
Hr. van Opdam, Hensbroeck, Spierdick,
woogmeer, Zuidtwijck, Hernhem, Schoon
oven, ritmeester en Collonel over den
regement Ruijteren, gouverneur, drossart
ende Dijck Graeff, over de stadt en Casteel
en de Lande van Heusden, midtsgaders
de forten op de Maes, Lutnant Admirael
van Holland en west vriesland, Com-
mander ende over de vloot, die de Hoogs
Mo: Heeren Staaten gene: der vrije verenig-
de nederlanden, tot securs van sijn
Coningslijcke Maij: van Denemarcken
in de zondt hebben gesonden, Ridder
van de Coning. Deenmarckse ordre, vanden
Oliphant,
 
Last en huer meede den Capt: Brunsvelt
dat hij op zicht deses, met een onder Commando van
Adriaen van Houtuijn, sal hebben te zeijlen
naer Lubeck, ende hem aldaer opt ' alder stoed
dichtst te verlaen, met victualie, ende vorders dag
alle het geene hem den geseiden Capt: in onser
naem, sal bevelen, in alles soldaet en zeemanschap
gebruickende, soo als dat behoort, op pene van
bij naerlatichijt, andre ter exempel gestraft
te worden, Actum in s landts schip d' Eendracht
ten ancker onder Femeren, den 15 october 1659
onder stondt
J. van Wassenaer
 
 
Rechts:
 
no. 10
 
Esquader vande Heer vice Admirael
Michiel de Ruijter voor ..egen woordigh
tot nader ordre en sal gestadigh de wimpel
van d' groote stengh laeten waijen,
 
De Heer Vice Adm: d' Ruijter als Admirael
Schout bij nacht Piter van Brakel
segge d' Hr. Comma: Gidion d' Wild als vice admirael
Capt: Jan Verburgs
Capt: Willem van Zaenen
Capt: Isacq Swerts
Capt: Dirck Scheij
Capt: Gerbrant Schatter
Capt: jacob van Meuwen
Capt: Isbrand d' Vries
Capt: Jan Roeterings
Capt: Jacob Swart
Capt: Allert d' Graeff
Capt: Hendrick Adriaense
Capt: Jacob van Berchem
Capt: Hendrick Bodtskens
Capt: Jan van Amstel
Capt: Allert Thijssen
Capt: Jan Richeveen
Capt: Hugo van Ninhoff
Capt: Jan d' Haen
Capt: Joost Verschuur
Commandeur Jan Lenarts  Brander
 
Esquadre van de Heer Commandeur Cornelis Evertsen
voor tegen woordigs tot naeder ordre ende sullen gestadigs
de wimpel van de voorstengs laate waeje.
 
De Heer Commandeur Cornelis Evertse als Admirael
Capt: Adriaen Houtmijn als Vice Admirael
Capt: Aucke Stedings  werft als schout bij nacht
Capt:  Jan Thijsses
Capt: Leyn Pycke
Capt: Jacob Pense
Capt: Tuinneman
Capt: Aert van Nes
Capt: Marinus d' Klerck
Capt: Jacob Symons d' Wyt
Capt: Adriaen Pols
Capt: Lourens Heemskerck
Capt: Jan Noblet
Capt: Hen
Commandeur Nacht glas
Capt: Govert t' Hoen
Capt: Vieselaer
Capt: Brunsvelt
Capt: Allart d' Boer
Capt: Degelencamp
 
Ende sal een ieder sich verder hebben te regulieren
naer den generaels Zeijn brieff. Actum in s' Lands
schip t' Huijs te Swijeten, voor d' Haenen van
Rijel den 22 Octob 1659
onder stondt
Michiel d' RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 58
 
Links:
 
No. 9
 
Overnemings van soldate
van d' Comp: van La Rosette
 
De Heer Michiel d' Ruijter vice
Admirael over Holland en west frijeslandt
 
Last hier misede den Capt. Brunsvelt over te nemen
uit d' fluijt van de Compagnie van den Capt. La Rosette
17 man, sonder hier van te blaven in gebreke
Actum den 4 Novemb 1659
 
Michiel Ad: Ruijter
 
 
Rechts:
 
No. 10
Ordre en Ranghberaem bij den Heer
Veltmarschalck Schaak, den Hr. Admirael
Hendrick Bielck ende d' Heer Vice Admirael
Michyel d' Ruyter, met haar bij hebbende
crijsraaden.
 
Eerstelijk sal den Heer Admirael Bielcke met
met den vice Adm: Helt, in rangh voor zeijlen, wanneer
bij comen te ancker plaats, daar men sal landen,
en sullen met haar beijde boots, nevens noch thien
Hollantsche boots, die avantgarde hebben, om de
Deense troepen te landen.
 
Ten tweeden sal den Vice Adm: d' Ruijter nemens
den Heer Commandeur d' Vilt, en alle d' Capiteijnen
die troepen in hebben, hoorende onder den heer Collonel
Cillegrijd, sullen in rangs den Vice Adm: d' Ruijter volgen,
en sullen ieder haar boots en zelupen, wel gemonteert
gereet houden, met een bas ofte stuckjen diese heeft.
 
Ten darden sal den heer Commandeur Cor: Evertsen
in rangh volgen, nevens alle de capiteijnen, die sal
troepen vanden Heer Collonel Aijlva in hebben, houdende
haar boots en zelupen misede wel gemonteert gereet.
 
Ten Vijerden sal den schut bij nacht Hr. van Braakel
in rangh volgen d' arrijer garde, met d' troepen met
d' Heer Collonel Meeteren, en sullen gescheept worden
inde Galijotten, om dan citto naer t' landt gebraght
te worden, ende dan verder met d' boots en zelupe
uit d' Galijoots aen landt gebracht te worden
waar toe men alle de boots der groote Coverdij scheepen
gebruijcken sal, doch met Oorlogs scheeps volck.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 59
 
Links:
 
Ten Vijfden, soo wanneer wij ter plaatse gecomen
sullen zijn, om te landen, ende wanneer d' Generael Mar-
schalck, den Adm: Bielcke, den Vice Admirael d' Ruijter
de Heren Collonelle Cilgrij, Aijlva, Meetere, den Comm:
Swartse, en verdre Officyre haar gereet maaken om
te Landen, soo sal ieder sijn boot, en zelup wel ge-
monteert gereet houden, om so haast d' geele vlagge van
achter op de Compagnie van den Heer Admirael Bielcke sal
waeien, ende wanneer d' selve het volck inverkeert, en
gereet is om te landen, sal als dan den gemelten Adm:
Bielcke, aen de nocken van de groote en focke te laate
waeien, van ieder een wimpel, en een schoot schieten,
op welcke zeijn den Vice Admirael d' Ruijter, den
Com: Cornelis Evertsen, den Com: Gidion d' Wilt,
den Com: Adriaen Houtuijn, den schut bij nacht Piter
van Brakel, en de schut bij nacht Johan Tyssen,
ieder sijn ..oode vlagge van achter aff laate waeie,
en in rangs ieder een schoot schieten, met groff canon
naer lande, tot een teecken dat een ieder gereet sal zijn
om de avant garde te volgen.
 
Ten sesten sal der Admiraael Commandeur ende
Capiteijnen wel verdagst weesen, haar landt militijn
te versyen, met drije daagen, caes en broodt, ofte
botter, soo sij dat begeeren.
 
Alle Admiraels Commandeurs ende Capiteijnen sullen
haar landt Militye gereet doen houden, om nevens
de Collonelle, Capiteijnen, en andre hoofden te lande,
 
Den Vice Admirael d' Ruijter, alle Commandeurs en
Capiteijnen, sullen haare scheeps soldaaten, een musquet ofte
roer, met haer toe behooren, om past aen landt te
helpen vatten. En haar meede versyen van drije daage
eeten, nevens d' landt Milytije.
 
Voort sal iedere Commandeur, schut bij nacht ende de
Capiteijnen, gehouden sijn, soo veel goede matroosen
meede claar te doen houden, als tot het getal vande
scheeps soldaaten sal geordonneert worden, ende meede
van vijvres versyen voorden tyt van drije daagse
en sullen d' matroosen monteeren, ieder met sijn zijdt
gewaer, pistool, pyck, oock een byl,
 
 
Rechts:
 
Actum int s' Landts schip t' Huijs te Swieten omtrent
Langelandt den 7 Novemb 1659  niewe stijl
 
Namen der Capiteijnen die de troupen
vande Hr. Cilyrij in hebben, sullen int landen
haar vervoegen bij den Heer Ruijter.
 
D' Wildt
vander Saen
van Amstel
Schatter
Tuinneman
d' Vrijes
Nachtglas
Ben
Boen
Brunsvelt
Schut bij nacht Jan Tissen
Allert Matthysse
Commandeur Houtuijn
 
Namen der troupen segge der Capiteijnen
die de troupen vanden Heer Collonel Aijlva
in hebben, sullen int landen haar vervoegen
bij den Capiteijn
Vijselaer
Brunsvelt, soo drae de eerste gelandt heeft
Scheij
Degelcamp
Allert de Boer
Heemskerck
..
de Klerck
de Wit
Noblet
 
De namen der Capiteijnen die de troepen vanden
Heer Collonel Meetren in hebben, sullen int landen haar
vervoegen, bij den Commandeur
Cornelis Evertsen
Schut bij nacht Brakel
Sweerts
Meeuwen
Nijuhoff
Jacob Pense
Van Amstel, soo drae d' eerste gelandt heeft
Tuinneman, soo drae de eerste genandet heeftPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 60
 
Links:
 
daar nae sal den Vice Admirael, Commandeurs
ende Capiteijnen, soo ras doendlijck is, haar scheeps
soldaaten en matroosen, meede landen,
Actum den 7e novemb. 1659 als hier vore
 
Soo haest als wij op de land plaats ten ancker comen
sal ieder een sijn dienst laaten waeijen, soo lange tot
dat se gereet sijn, om haer volck te landen, ende
gereet weesende, sullen dan haer gens weedrom in
nemen, om dan d' avant garde citto te volgen, in ordre
datum als boven
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
Rechts:
 
No. 11
 
Ordre en gemene seijn om van hier nae
Cartemunde te zeijlen, en sullen nae midder nacht
onder zeijl gaen.
 
Wanneer den Admirael Bielcke geraaden vindt
onder zeijl te gaen, soo sal hij een viur aen sijn
vlagge spil achter op setten, en een viur op de
Compagnije, dan sal den vice Admirael d' Ruijter
en den Commandeur Evertse, ieder een viur achter
op setten, sonder iemandt meer en zeijlen soo voort
buijten den hoeck dat men ons niet can syen.
 
Wanneer wij int zeijlen sijn soo ieder sijn viur
en lust in nemen, en ieder sal sijn viur in sijn
schip soo veel mooglijck is borgen, om niet ge-
syen te worden.
 
Ten derden, soo sal ieder wel letten, soo wanneer
wij daar sullen gecomen zijn, dat maer omtrent twee
milen (?) van hyer is, soo sullen wij daar vinden drije
jachten, d' middelste sal twee vuiren, en de
zuidlyckste, en d' noordlyckste elck een viuer
 
Ten vierden soo sal ieder seer percijs met sijn
boot en zelup gereedt zijn.
 
Actum int s' Landts schip t' Huijs te
Swieten voor Niuburgs den 9 novemb:
1659
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
Capt. Brunsvelt sal gereet houden alle sijn scheeps
soldaaten en Matroose tot 90 int getal om meede te
landen, ende haar te versien voor drije dagen mondt cost
volghens d’ instructie hier van gegewen
Michiel Ad Ruijter
 
En isPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 61
 
De Heer Michiel d' Ruijter
Vice Admirael over Holland ende
Westfrieslandt
 
No. 12
 
Last hier mede den Commandeur Houtuijn
als Commandeur, nevens den schut bij nacht
Johan Tissen, ende de capiteijnen, Isbrandt d' Vries,
Jan van Amstel, Allert d' Boer, Lourens Heemskerck
ende Brunsvelt, opt spoedigste haar gereet te
houden, om gesamentlijck te zeijlen van hier
tussen Langeland en Sproo, ende aldaer te cruijsen
vorders drije vande gemelte, voor Niuburgs te
blijven leggen, ende dit alles tot naader ordre,
ende en sullen geen vaertuijge, noch groot noch
kleijn, 't sij oock wat natie het soude moogsen
weesen, laaten passeeren, sonder hier van te
blijven in gebreke, en sullen alle auond ten ancker
comen,
Actum int s' Landt schip t' Huijs te Swijten
voor Cartemunde den ..9 Novemb 1659
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
No. 13
Commandeur Houtuyn.
 
Last hier meede Capt: Brunsvelt omme
tot naader ordre voor Niuburgs te gaen leggen,
en aldaar goede wacht te houden, dat geene
vaartuijgen en passeert, uit ofte in, t sij van
wat natie het soude moogsen weesen, sonder
hier van te blijven in gebreke,
Actum int s' Landt schip t' Waapen
van Medenblick desen 12 novemb
1659
 
Capteijn HoutuijnPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 62
 
No. 14
 
Is goedt gevonden bij de vice  Admirael
Houtuijn ende Schout bij nacht Johan
Tyssen en andre Capiteijnen om bij beurten
te gaen cruijsen, twee en twee ende dat
d' andren sullen blijven leggen voor Niuburge
 
d' Schout bij nacht Jan Tissen, met Capt. Allarts
Piers d' Boer vandan 19 tot den 21 gb: 1659
 
Capt. Roeterings, met Capt. Nijnhoff vanden 21
tot 23 ditto.
 
Capt. Heemskerck en Capt. Brunsvelt van den 23
tot 25 ditto.
 
De Vice Admirael Houtuijn, met Capt. Van Amstel
vanden 25 tot 27 ditto.
 
Capt. d' Drijver, en Capt. Jovols (?) , van den 27 tot
den 29 ditto.
 
En sullen d' Cruijsers telckens weedrom bij de
gesette schepen voor Niuburgs haar tyt uit sijnde
comen setten.
 
Actum t' Landts schip t Waapen
van Meedenblyck desen 18 gb 1659.
onder stondt
Capteijn Houtuijn
 
 
No. 15
Den Commandeur Adriaen Houtuijn
Consenteert in desen aen Capt. Brunsvelt, aen
schipper Jacob Jeltes, voegsend sijn versoeck over
te heben twee mannen, alsoo ditto schipper sijn vader
tot Ryel is gestorven, en noch een man omet fechte
is geslaage, en dit tot naader ordre, tot dat wij bij
d' Hr. Vice Adm. d' Ruijter sullen sijn gecomen,
Actum den 20 novemb 1659 in s' Landt
schip t' Waapen van Medenblyck
Capt. Houtuijn
 
Hebbe omdat geen volck conde misse een zal
met een man moeten accomodeere tot Coppen hagen te
met naems Curt Werhous van Harlingen.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 63
 
No. 16
 
De Heer Vice Admirael Michiel
d' Ruijter vice ad. over Hollandt en
Westvrieslandt
 
Last hier meede, den Capt. Brunsvelt opt spoe-
digste sich gereet te houden, om te zeijlen van hijer
onder t' commando van den schout bij nacht Jst. van Brakel
tot voor Luijbeck, om hem aldaar soo veel doendlijck
is, opt spoedigste van victalye en anders te versijen
ende vijders sich in alles te voegsen, nae de verder
ordre, van den schout bij nacht Brakel voormt:
Actum int s' Land schip t' Huijs te Swijeten voor Ninburg
den 29/13 Novemb 1659
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
No. 17
Capiteijn Brunsvelt wort bij desen stricktelijck
gelast. Citto soodanige victalie te haelen uit de
praem, leggende aen d' fleuit Graeff Floris, als op
sijn voiagie, naar Dansick en Conningsbergen van
nooden sal hebben, ofte bij foute, sal alle schaeden
die daer soude moogsen overcomen, sonder tegen seggen
comen tot sijnnen laste.
Actum den 1e/17 Decemb 1659
Onder stondt
Michiel Ad. RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 64
 
No. 18
 
Last hier, meede den Capiteijn Laurens Heemskerck
als Commandeur, Capt. Leijn Picke als vice Commandeur
Capt. Hendrick Adriaense als de derde, ende den Capiten
Noblet en Brunsvelt, haar opt spoedigste sonder eenige
versuijm, vande reede (?) van drause munde, onder zeijl te
begeven, met d' gereedt leggende Coopvardij vaerders, om de
selve in alle moogslijcke zekerheijt te convoieeren, naer
Dansick, en Coningsborgen ende de selve te achten en
te beschermen, voor alle ende die geene, die haar onder wege
int minsten souden willen beschadigen, ende op de .. voor
Dansick gecomen weesende, sal hij twee van de selve
oorlogs scheepen, namentlijck, de Capiteijnen Noblet
en Brunsvelt verder souden, met d' resteerende schepen
tot op de reede voor Coningsbergen, alwaer sij vier
dagsen tot naadie beschermingse, vande selufde Coopvaardre
op de reede bij haar sullen blaven leggen, ende haer
dan weedrom op de reede voor Dansick bij hem Commander
ende ander oorlogs scheepen vervoegsen, om soo voorts
haar gesamentlijck, opt spoedigste weeder te vervoege
naer Coppen Haagen, ofte daer sij zonder comen
verstaen, dat de Heer vice Admirael d' Ruijter, ofte
de vloote haar soude moogsen onthouden, sullende wel
te deegsen hebben te letten, op de Coopvardij schippers
dat se in geender maniere van iemandt worden beschadigst
als weesende dit het .. bevel, van haar Hoogs. en
Moogende Heeren, die dit convooi op 't hoogste sijn ze
commandeerende van welcke ordre, van haar Ho:
Mo: hem Commandeur, een copie sal worden ter handt
gestelt, vorders in alles gebruickende in alles soldaet
en zeemans schap sonder hier van blaeve in ge-
breecken, Actum int s' Lands schip t' Huijs te Swuijeten
op de reede voor Lubeck. Den 21 Decemb 1659
 
Onderstondt
Michiel Ad RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 65
 
Copi
 
No.19
 
De heer Michiel d' Ruijter
Vice Admirael over Hollandt en
Westvrieslandt
 
Last hier meede alle Cappiteijnen onder de vlagge
resorteerende, dat se niet sullen gedoogsen: t' sij om wat
reedenen het soude moogsen weesen, iemandt van haare
Officiren, soldaaten ende matroose aen boort te laten
comen, nae dat d' wacht aff geschooten is, veel min
omtrent de scheepen te comen, ofte sullen daer op fer-
fieeren, ofte het vijandt waere.
 
Item dat oock geen vremde volckeren op haare
scheepen sullen doen vernachten, om redenen daer toe
moverende
 
Item sullen geen cisten, cassen, tonnen ofte
andre packen, t' sij van niu aengenomen volck, als
anders, aen boort laaten comen, sonder die wel te
visiteeren, dit alles tot naeder ordre.
 
Actum in 's Landts schip t' Huys te Swuieten
den 27 Decemb: 1659
 
Onder stondt
Michiel d' Ruijter
 
bijnnen d' bom van Coppenhage
gegewen.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 66
 
No. 20
 
De heer Michiel d' Ruijter
Vice Admirael over Hollant en
West Vrieslandt
 
Lasten hier meede alle Commandeurs en Capteij,
ieder int besonder, soo wanneer het allarm is ofte
mochte weesen, dat zije ieder dan met sijn volck
naer haer aen geweesen posten sullen hebben te vervoegen
ende Reguleren, ieder man met sijn zijdt geweer,
soo veel int getall als haer billietten sullen uit wijsen
om soo danige divooren te doen, ten dienste van
sijn Conmgslijck Mai. van Deenmercken, ende haar
Hoogs Mog: d' Heeren Staaten generael, als moogslijck
is, soo met Canonneren op den vijandt, als anders
sal comen te vereyssen, sonder dat iemandt, hier
in om geender hande reeden, sullen blijwen in gebreecke
op peene dat de nae laatige aen der lieve sullen
worden gestraft, alsoo den dienst van sijn Conmgs.
Maei.t: ende Haar Hoogs Mog: verschreven, sulcx ten
hooghsten is ..ijsende, last oock wyders van nu
aff, geen Capiteinen, Commandeurs, Offijciren,
soldaaten en matroosen, om geene redenen, haar aen
landt te laaten vernachten, sonder al vooren een
bijliett van consent daar van te hebben becomen,
sonder hier van te blieven in gebreke, ende dit
alles te Continueeren, soo lange het is int waater
sal weese, waer nae ieder zich stricktlijck sall
hebben te reguleeren, Actum in 's Landts schip t' Huijs
van Swieten, voor Coppenhagen den 30(?) Decemb: 1659
Onder sondt
Michiel d' Ruijter
 
Den Capt: Brunsvelt sal
sijn post hebben met 95 man
op Quisours (?) bolwerck
Onder stond Michiel Ad: RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 67
 
De Heer Michiel d' Ruijter Vice
Admirael Over Hollandt en West
Vrieslandt
 
No. 21
 
Last ende authoriseert, den schout bij nacht Piter
van Brakel, als Majoor over all d' scheeps Militijen iede
ende nagelegentz te commanderen, als desen van
hooger handt, sal werden belast, ende sal tot sijn Capiteijn
hebben, Jacob Ramelman, ende den commandeur van
sijn soldaaten als Luijtnant, ende Willem Witloo als
vaendrigs.
 
Eerstelijck van d' H. d' Ruijter sijn soldate          25
onder sijn Comp: te moghen nemen.
Den Commandeur d' Wild                                         25
Den Majoor Brakel                                                        25
Capt. Jan Verburgh                                                       21
den Commandeur Evertse                                         22 - 121
 
Onder den Capp: Dirck Scheij sal vermoogen
officijre te stelle naer sijn gelijwen
Ende sal van sijn soldaaten doen                           22
Capt. Isbrandt de Vrijes                                              20
Capt. Jaacob Swart                                                        20
Capt. Allert Mathijse                                                    20
Capt. Piter Salomons                                                   16
Capt. Jacob Pense                                                         15 - 113
 
Onder den Capt: Jacob van Meuwen sal
soo danige Offijcre mooghen stelen als
sal ordoneeren, ende selve Leuere                      29
Capt. Jan de Haen                                                          20
Capt. Hendrick Bodtskens                                          20
Capt. Marrevelt                                                              16
Capt. Hendrick d' Raad                                                16
Capt. Tuinneman                                                           15 - 111
 
Den Capt. Allert den Boer met 45 man
ende Capt. Noblet met 35 man makende t' samen
tachtentigh man, sijnde meede fuijten alle posten
van batterije, ende provisioneel op de
merckt geordonneert                                                 80
                                                                                              -----
                                                                                              425Photo: Paleografie Brunsvelt blad 68
 
Links:
 
Den Heer Vice Admirael Eghbert Meuesen
Cortenaer, sal uit de Maesse en Vrijesse scheepen
nemen ieder twalff matroose om een
compagnie te maaken van                                        89
 
Wort yder voorder gelast, als d' witte vlaggen onder
d' nock van de besaens roede waeijt, dat dan ieder
Capt: met sijn volck, sal laaten op het ys comen
om te byten, soo wijt en breet als bij elck schip
haar sal worden aen geweesen, ende sullen t' volck
bij quartijren blijven, ende die absent sijnde sullen
ieijre mael verbeuren een rijxdaelder, ten profijte
voor die geene die t' voor hem doet.
 
Ten tweeden wanneer het gebeurt, dat het allarum
mochte weesen, soo sullen sitto  d' vice admiraels, elck
een vuer achter op setten, ende een vuer achter
op haer vlagge stock op hijse, ende de rest van
de Capiteijnen, sullen elck een viur achter op
setten, en citto yder sijn volck naer haere posten
doen gaen,
 
Sal oock yder wel acht nemen haar volck te
informeeren, datse op de ronde niet en sullen schieten,
die tot een teken, met twee lanteernen bij
malcandren sullen gaen, Actum in s' Lands schip
te Swuijten den 2 januarij 1660.
Onder stondt Michiel Ad Ruijter
 
De Heer Vice Admirael Egbert Meusen als
Admirael, met                                                 12
d' vice admirael Brunsvelt                         12
d' schut bij nacht Pols                                  12
Capt: Heemskerck                                         12
Capt. d' Wit                                                       12
Capt. Vyselaer                                                 12
Capt. d' Boer Allert Piers                            12
 
Sal de vervoegingh op de merkct bij sijn
..x: C: weesen,
Brunsvelt Capteijn
Jacob Ewertse Luts van pools lui.
Willem Bouduwijns, Vaendrygh
 
Onder stondt
E Meussen
 
den 9 januarij 1660
 
 
 
Rechts:
 
De Heer Michiel de Ruijter
Vice Admirael van Holland, en
West Vriesland.
 
No. 22
 
Last hier meede den Capt: Brunsvelt, aen
stondts ancker te lichten, ende te zeijlen tot
voor lands Croon, onder t' commando vanden Hr.
Commandeur Cornelis Evertse, ofte bij absentie
bij den Heer Commandeur de Wild, alreede daar
sijnde, om te helpen beletten het uit comen der
Sweedsche scheepen, ende soo die pooghden met
hebbe uit te comen, sullen alle uiterste divors
doen, om sulcx te beletten, soeckende in de grond
schieten, verbranden verdistrueeren, ofte veroveren
t' beste dat se ..omen, waer naer sich strictelick
sall hebben te reguleeren, Actum int slands schip
t' Huis te Swieten, den 28 februarij 1660
onder stond
Michiel d' RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 69
 
Esquader van de Heer Vice Admirael Michiel
d' Ruijter, voor tegenwoordigh tot nader Ordre
ende sullen gestadigh de wimpel van d' groote stengs
laaten waeien.
 
No. 23
 
De Heer Vice Admirael als Admirael d' Ruijter
de Hr. Commandeur Gidion d' Wildt als vice admirael
Schut bij nacht Piter van Brakel
Capt: Jan Verburgh
Capt. Dirck Scheij
Capt. Jacob van Meuwen
Capt. Isbrandt d' Vrijes
Capt. Piter Salomons
Capt. Claes Marrevelt
Capt. Jacob Swart
Capt. Hendrick Botskens
Capt. Allert Tijssen
Capt. Hugo van Nijehoff
Capt. Joost Verschure
Capt. Hendrick d' Raad
Capt. Jan Lenarts Brander
Capt. Jan Claessen Brander
 
 
Exquadre van de Heer Vice Admirael
Cornelis Evertse voor tegenwoordigh tot
naader ordre, ende gestadigh den wimpel
van de voor steng laate waeije
 
De heer Cornelis Evertse als Admirael
d' Hr. Commandeur Folkert Adriaenz soram Vice Admir.
Adriaen Pols als schout bij nacht
Capt: Jacob Pense
Capt. Bastiaen Tuinneman
Capt. Marinus d' Klerck
Capt. Jacob Symons de Wijt
Capt. Laurus Hemskerck
Capt. Jan Noblet
Capt. Govert Hoen
Capt. Brunsvelt
Capt. Allert d' Boer
Capt. Jan Viselaer
Capt. Hubregh Schonevelt
 
Aldus verdeelt ende geslooten den ..
Maertij 1660: int s' Lands schip t' Huijs
te Swuijeten, onder stondt
Michiel d' Ruijter
 
stylo GregorianijPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 70
 
No. 24
 
Ordre ende zeijnbrief, voor alle hooft  Officiren, Capiteijnen
ende Commandeurs: der Branders, om soo wanneer den viant
mocht comen te rescontreeren, den anderen te secunderen
als eerlijcke dienars vant Lieve vaderlandt
schuldigh sijn te doen, ieder manijeren, hier naer
volgende, sonder hoogh dringende noodt hier van
te blieven in gebrecke.
 
Eerstelijck sal den Hr. Vice Admirael d' Ruijter tot zijn
secunde hebben, de Capt. Jan Verburgh, Jaacob van Meuwen
Hendrick d' Raad, Jan Lenarts Brander
 
Ten tweeden sal den Hr. Commandeur Corneliss Evertse
tot sijn secunde hebben, de Capiteinen, Jacob Pense, en
Sebastiaen Tuinneman, Jan Claase grooten, Brander
 
Ten derden sal den Lt. Commandeur d' Wilt tot sijn secun-
de hebben, d' Capiteinnen Isbrandt d' Vrijes, ende Allert
Mathijsse, nevens Huibert Schonevelt Brander
 
Ten Vijerden sal den Heer schout bij nacht Folckert
Schram, tot sijn secunden hebben de Capiteinen, Brunsvelt
en Allert de Boer
 
Ten vijfden sal den heer schut bij nacht Brakel, tot
sijn secunden hebben, d' Capiteijnen Dirck Scheij, ende
Jacob Swart
 
Ten sesten sal den Capt. Pools als schout bij nacht
onder den heer Commandeur Evertse, tot sijn
secunden hebben, de Capiteinen Marinus d' Klerck
ende Jacob d' Witt
 
Ten sevenden den Capteijnen Houtuijn, Lourens
Heemskerck, ende Jan Noblet, sullen den andren secundeeren
 
Ten achsten d' Capiteinen, Jan Vyselaer, Claes, Marre-
velt, ende Joost Verschuier, sullen den andren secunderen
 
Ten negenden, d' Capiteinen .. Salomons, Huigo
van Nijhoff, ende Hendrick Godtskens, sullen
den andren secunderen,Photo: Paleografie Brunsvelt blad 71
 
Links:
 
Edogh soo wanneer wij met den viandt int gevecht
mochten comen, en mercklijcke avontagie (= voordeel) daar op hadden,
soo sall ieder vermooghen sijn best te doen, ende aen te
tasten daar hij avontage zijet, doch alltijt wel lettende
ons niet te verre van den andren te verspreiden, om bij
noodt den andren te comen secundeeren, ende dat
ieder voort sijn hem draagh, als een eerlick
soldaet ende liefhebber van ons vaderlandt
schuldigh is te doen, ende voort noch mael ieder
wel strictlijck gelast, haar opper hoofden wel
te secundeeren, sonder hier van te blieven in gebreke.
 
Actum int S' Lands schip t' Huijs te Swuijten
voor Lands Croon den .. Marti 1660
Onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
No. 25
Ordre en Rangh int aen tasten der Viandt, soo
wanneer, daar bij comen,
1. d' Hr. Commandeur Cornelis Evertse, sal d' auant garde hebben
2. d' Hr. Commandr: d' Wilt met sijn secunden de tweede
3. d' Hr. Vice Admirael d' Ruijter met sijn secunden d' derde
4. d' Hr. Schout bij nacht Igram, met sijn secunden d' vierde
5. d' Hr. Schut bij nacht Brakel, met sijn secunden d' Vuijffde
6. d'  Schout bij nacht Pools, met sijn secunden d' seste
7. Capteijn, Houtuijn, met sijn secunden d' sevende
8. Capt. Viselaer met sijn secunden, de achste
9. Capt. Piter Salomons met sijn secunden de negende
 
Datum als boven stijlo Gregorianij en
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
Rechts:
 
No. 26
De Heer Michiel d' Ruijter Vice Admirael
van Holland en Westvriesland
 
Last hier meede den Commandeur, Jan Verburgh,
nevens d' Capiteinen Jacob Adriaense Pense, als
Vice Commandeur, Capiteijn Brunsvelt als derde.
Jan Noblet, en Lourens Heemskerck, aenstondts ancker
te lichten, ende seijlen met de onderhebbende Lands
scheepen, naeder tot op de wacht, voor Landscroon,
vervangende aldaar de Heer schout bij nacht Folkert
Igram, met sijn bij hebbende scheepen, ende sullen
haar naer t' weer ende de wint sal waeie, reguleeren
dat is met een westlycken windt, niet alte nae
aende gronden bliven leggen, en met een Oostlijken
windt, weeder een weinigh naeder aen te zeijlen
soeckende alle vaartuigen, groot ende kleyn, te
verspreeken, ende aldaar te onthouden, den tijt
van acht daagen, ofte tot naader ordre, waar na
hun percijs sullen hebben te reguleeren, Actum in
S lands schip t' Huis te Swieten voor Lands Croon
Den 15e (?) Martij 1660, stilo gregoriani
onder stondt
Michiel Ad: Ruijter
 
 
No.  27
De Heer Vice Admirael d' Ruijter
Vice Admirael over Holland en Westvriesland
Last hier meede den Capt: Brunsvelt, alle Coop-
vaerdij scheepen, toe behorende de Sweedsche ofte
Deense onderdaenen ofte wel andre gealieerde, staende
in vrindschap van Haar Hoogh Mo: de Heeren Staaten
Generael, voor alle overlast sal hebben te bevrijden
ende beschermen, sonder te gedooghen dat binnen
canon schoot eenig hostilyteijt, door iemandt
vande sullen wort gedaen, t sij noch eens door
Sweedse, Deense ofte eenige Comsije vaerders
soo danigh die soude mooghen weesen, waer
naer sijoh stricktlijck tot naader ordre sall hebben
te reguleeren, Actum int s lands schip t' Huijs
te Swuijeten. den 5 April 1660.
stijlo nono, onder stondt
Michiel Ad' RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 72
 
No. 28
 
D' heer Michiel d' Ruijter
Vice admirael van Holland ende
Westvrieslandt
 
Last hier meede den Capt: Hendrick Brunsvelt
als commandeur: nevens den Capt: Hendrick Gotskens
ende Capt: Lourens Heemskerck
met haar onder hebbende Lands Scheepen, metten den eerste
goeden windt te zeylen van hier, mette gereet wesende
Coopvardij Scheepen, gedestineert naer t' vaderlandt, tot
omtrent Schaagen, de selve tot der warts Convoieerende
met alle versekertheijt, soo veel mooglick is, doch de windt
Oostelyck zijnde, zullen d' Noortse Cust houden, soo naer als
d' Coopvaerders, sullen willen volghen, ende nae dat de langste
van Schaagen sullen hebben geseijlt, soo sullen de verschreven
Commandeur Brunsvelt, en Capt. Godskens, haars curs stellen
naer Lauckulle * anders genampt weesen Laercollen*, int .. waater in de reviere van Christiaen
in Noorweeghen, ende aldaer weesende, sullen terdeeren ende
blieven wachten, den tijt van ses daaghen, en dat op alle schepen
schuten en vaartuigh, die aldaar in dien tijt vaardigh, souden
mooghen sijn, naer welcke expiratie deselve, alle gereedt
weesende, onder haare beschermingh sullen meede nemen, ende
voor eerst convoieeren tot voor Aalburgh in Jutlandt, om
van daar meede te nemen, onder haar geleide, alle soo danige
scheepen Gallioots ende schuten, die daar binnen den tijt
van twee daaghen soude comen gereet weesen, sonder daar
langer te wachten, ende haar als dan gesamentlijck in
aller stoedt, door de zondt, naar Coppenhaagen vervoeghen,
ende de voorschreven scheepen. schuten en vaartuijgen
in sal .. weesende, sullen meer gemelte Cappiteinen haar
sonder versuijm, weeder onder de vlagge vervoeghen, gebrij..
ende in alles, goedt soldaet ende zeemansschap, soo veel
doendlijck is, ende niet te gedooghen, dat eenigh der selvige
scheepen ofte schouten Molest wort aen gedaen, ofte bescha-
dight, maar in teegendeel de selve bevrijden, teegen
 alle ende een iegelijck, diese soude willen beschaadighen, sonder
hier van in alles, te bliven in gebreeke, waar naar hem
strictelijck sullen hebben te reguleerten, Entlijck
sullen int passeeren den zondt, haar Naesseijlen een vadere
strijcken voort Casteel, Cronenburgh, ende schieten daar
voor vuijff eerschooten, ende soo eenige Sweedsche
Conings scheepen, mochten comen te rescontreeren
sullen die met alle vaetsoen, ende beleeftheijt, soecke
te bejegenen, Actum int s' Lands Schip t' huys te Swuijten
voor Coppenhagen, den 30 april 1660
 
Onder stondt,
Michiel Ad: RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 73
 
No. 29
 
Last hier meede den Capiteijn Hendrick Brunsvelt,
aen stondts ancker te lichten, ende seijlen als Command:
over ofte nevens de Capiteinen, Joost Verschuier, ende
Jan Noblet, van hier tot onder den drakeur ofte
Amack, ende verwachten daer de naeder ordre, van sijen
Coninghlijcke Maijstijt van Deenmarcken, ofte die
van Haar Exell: Haar Hoogh Mog: gedeputeerden
om eenige Millitie ofte volckeren, op t' Eyland
Meun te brenghen, ende soo ras die gelandet zijn,
sullen haer dan Citto weer, sonder enigh versuim onder
de vlagge vervoeghen, ten waare andre specijale
last, hier van door Haer Exell: verschreven bequame
waer naer hun strictlijcken sullen hebben te re-
guleeren, Actum s' Lands schip t' Huis te Swuieten
voor Coppenhage den .. julij 1660
onder stondt,
Michiel d' Ruijter
 
 
No.30
De Hr. Michiel d' Ruijter
Vice admirael van Holland ende
west vrieslandt
 
Last hier meede den Capt: Hendrick
Brunsvelt, goede acht te nemen, om niet te
laate Cchapeeren, ofte anders passere, eenige
ballaste Coopvaerders, van wat natie die soude
mogen weesen, allen uitgesondert d' Engelsche
Natie, die w.r. (?) sult laate passeeren, ende
vorder reguleeren naer d' ordre vanden lutnant
Hans Lourens, Lut: van zijn Exell: Hendrick
Bielcke, waar naer V.E. (?) strictlick sult
hebben te reguleeren, actum in s Lands schip
t' Huijs te Swuieten den 16 /6 junij 1660
onder stondt
Michiel d' RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 74
 
Links:
 
No. 31
De Heer Michiel de Ruyter
Vice Admirael van Holland
en West Fryeslandt
 
Last hier meede den Cap: Jacob Adriaense Pense
als Commandeur, den Capiteijn Pieter Salomons, als
tweede hooft den Capt: Hendrick Brunsvelt als derde
hooft, nevens de Capiteijnen, .. Marrevelt
Bastiaaen Tuinneman, Jacob Symons d' Wijt,  Joost
Verschuren ende Hendrick d' Raad, aen stondts haer ancker
te lichten, ende zeylen onder Commando, van den
verschreven Commandeur Pensen, van hier tot onder
Draker, alwaer gecomen sijnde, hun verder int generaal
sullen reguleeren naer d' speciaele ordre, vanden Heer
Vice Admirael Nicolaes Helt, om soodanige dienst
voor sijn Coninghlij: May: Deenmercken helpen
doen, als gemelte Heer Vice Admirael Helt hum
bekent maken sal, gebruickende nevens de selve
goede soldaet en zeemanschap, waer naer hun
stricktlijck sal hebben te reguleeren, Actum in s Lands
Schip t' Huijs te Zuijten, Liggende voor Coppenhagen
den 27 junij 1660
onder stondt
Michiel Ad' Ruijter
 
 
No. 32
Order
Door order van den heer Vice Admirael de Ruijter
sal geleijnen den Capt: Brunsvelt, met sijn onder
hebbende lands schip: soo haest ick onder gescharene
met het Coninghlijcke schip de Swarte baer sal t' zeyl
gaen, terstondt te voeghen, tot voor den groensondt
en daar tusten in voorvallende occasie sult
reguleeren naer den ordinarij zeijn brijeff, ende
voor den groen zondt comende te anckeren, sullen
doen met den ander werder beraeden, wat best ..
dienstlicxt sal weesen, tot het spoedighst overtrans;
porteeren, van de Sweedse volckeren, uit sijn komt:
Maeis: Landen, en Rycken, waar naer sich een
ieder sal hebben te reguleeren, Actum int Kom:
Schip den Swarten Baer, onder Rastrop den
den 29/19 junij 1660
Onder stondt
Nicolaes Heldt
 
Als de vlagge van de Cruys stenge
sal waeien, sal believen aen boort
te komen.
 
 
 
Rechts:
 
No. 33
De Commandeur Jacobus Adriaense
Pense.
 
Last hier meede den Capiteijn Hendt: Brunsvelt met
sijn onder hebbende s' lands schip, om te zeylen naer Lubeck
met soo danige voortungh, als den Vijce Admirael Nicolaes
Helt sal comen gereet maken, als flenyt scheepen en schuten
om de Sweetsche troeppen, aldaar te convoieeren naer
d' boven gemelte plaets, ende aldaer gearriveert sijnde, als
dan d' schippers die onder het Confoey sijn aen te presten
om op het spoedighst haer weedrom te zeyewen (?), onder
haer boven gemelte Commandeur, mits dien alhier
in te gebruicken, soldaetschap en zeemanschap, ende
forders te houden vijff ofte ses Legs daeghe, aldus
gedaen op s lands schip Middelburgh, den 11 julij 1660
Ter ancker voor d' groensond
voor falter.
Onder stondt
Jacob Ad: Pense
 
 
No. 34
De Commandeur Jacobus
Adriaense Pense
 
Last hier meede den Capt: Hendrick Brunsvelt
als Commandeur, ende Capt: Bastiaen Tuijnneman
en Capt: Hendrick d' Raad, om haer anckers te lichten,
ende te zeylen naer Coppenhagen ofte naer Cronenburgh
onder d' vlagge van de Heer Vice Admirael de Ruijter
ofte elders waer de Heer Vice Admirael soude moghe
weesen, ende daer gearriveert sijnde sijn order te
pareeren, aldus gedaen op s' lands schip Middelburgh
den 30 julij : Anno 1660
onder stondt
Jacob Ad: PensePhoto: Paleografie Brunsvelt blad 75
 
No. 35
De Heer Michiel d' Ruijter Vice
Admirael van Holland en Westvriesland
 
Last hier meede, den Capt: Hendrick Brunsvelt
onder 't commando vanden Heer schout bij nacht Folckert
Schram, in alle spoedt te seijlen van hier tot omtrent
Niuburgh in Fuijnnen, om aldaer in te nemen, en
naer t' vaderlandt te voeren, soodanige quantiteijt
der Landt Milijtie, als met goed faetsoen goedt
gevonden can worden te behooren, ende sal dan
van daer sonder enigh versuijm onder gemelte
Commande segle naer Texel ofte .., doende
ten spoedighsten rapport, aen haar .. Mo: d' H..
Raaden ten Admiraliteit tot Harlingen, van sijn
gedaene vojagie waer naer hem stractlijcke
sal hebben te reguleeren, Actum in s lands schip
t' Huijs te Swijeten, voor Coppenhagen den 9 Aug
1660
Onder stondt
Michiel Ad: RuijterPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 76
 
Copie, van een brieff geschreven bij de Equipagie Meester 8t. Piter
Middachten geschreven den 17/27 septemb 1659 in Amsterdam luydt
als volght.
 
Den Capitein Hendrick Brunsvelt den 11/21 deser
en alle vier voorgaende posten, gebick over Lubbeck.
geschreven aen u l: en oock aen u.e. Confraters, en
heb u.e. tot Lubbeck, sr. Sewerijn, en Coerdt
Brandt Coopluiden aldaer, tot Coppenhagen van
victualije credit gemaackt, elck soo veel gl:
van doen sult hebben tot drije dusent ryxdaelders
toe, ontfangst goet gelt, en passeert qui-
tantije, in mijn jongsten hebbe ick gedacht
datter misschien victualije voor d' stadt Coppenhaue
en voor d' vloot gefonden mochten worden, de Heeren
Raaden hier geresolweert, om den 10
October drije comfoijers met ditto victualie schepen
te senden, en dat eenige oorlogs scheepen van
d' vloot tegen den tijt bij Schagen, die victualije
(scheepen) vloot tegemoet sal comen, men verwacht
t' auondt Resolutie en Aprobatie, van Haar Ho.
Mo: over het senden der victualije, soo draa het
ons Heeren bekent sal worden gemaackt, soo
treck ick naer Huijs, om d' Coopinghe en scho-
pinghe bij te woonen, en hoop nevens d' Heere
sorge te draagen, datte in Coopen en scheepen
goede sorgh sal gedragen worden, en dat
de Engelse vloot dees herfst weer bij U.E.
sal comen, en ageeren tegens Sweeden, dat
den tijt leert, gegroet met alle U.E. Confraters
en Officiren, en Godt bevole in Hast.
Amsterdam den 17/27 Septemb: 1659.
VL boredt 26 fr.
Piter Middachten
 
desen ontfange den 5/15 Octob: 1659
Sna middaghe omtrent twee uren
van den Vice Admirael Egbert Meuese
op t' schip van Sijn Exl: van Opdam.
en omtrent 4 uren ontfanghe acte te
moogen volghen naer Lubbeck onder
Com: van Capt Adriaen Houtuijn
alsoo moeste wachten om dat eenige ryxraden
bij sijn Exl: waaren.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 77
 
Ed: Mo: Heeren d' Heeren Raade
ter Admiraliteijt van frieslandt
 
Ed: Mo: Heeren mijn jongsten is geweest Martis den 10e
deser Maent Meij per loodts, met ons uit Loopingh en geluckigh
in zee cominge, en ons curs settende Z.W. ten W. des middaghs
den 11 ditto de windt wat veranderende setten onse curs W.ZW. en
sagen tegen den avont een groot getal scheepen, niet weetende
wat voor. Maackten ons klaar, en hieldent den nacht
bij, des morgens den 12. sijnde Donderdagh, vernaemen dat, het onse
vloote waere, en malcandren door blitschap congratuleerende
met een een schoot, hebbe mij darop omtrent d' Heer Adm: d' Ruijter
vervoecht, en daen de zeloep doen uit setten, en mij aen d' Heer
Admiraels boort begewen, zewaar vondt sijn Exl: Slingerlandt,
wierden voort versien van een dezeijn boeckien, en godepeschoort,
alen d'Heer Adm: Jan Ewertsen, alwaar ordre creegh mij in sijn esqua-
dre te erholden in d' avantgarde, onder welck brigade Capt.
Viselaer oock is, maar Capt: d' Boer onder d' Heer Adm: Jan Cornelis
Meppel van t' Noorder quartier, als schout bij nacht, den 13 ditto
liet ons Adm: Jan Ewertse d' witte vlagge waije, om sij esquadre
aen boort te hebben, en daar comende ordre ontfangen, dat de
Matroosen en soldaaten met twee a. twee maer een kist vermochten
te hebben, t welcke reekes bij mij gedaen waare, den 15 sijnde
Sondags een schip te loeff wart sijende, en altemet schietende,
heeft d' Hr. Adm: de Ruijter daar twee Galiote naar toe gesonden,
en vernomen dat d' Heeren Ambassadeurs, Haaren, en fogelsangs,
daar in te weesen, den 16, 17 en 18 ditto. ist meest seer mistigh
geweest, en hebben moeiten gehadt op malcandren te passen,
dan hebben met trommel, trompet, en te met een muscquet schoot
laaten hooren, gelijck weedrom hoorden, doch is alles Godt
loff sonder schaa gebleeven, den 19 ditto in stilte met malcandren
gedreven, doch met craerders gesicht, des savons beginnende te coelen,
dat sich in de nacht vrij wat verhefte, hebben smorgens den 20 ditto.
gesien, dat den brander van ons esquadre, sijn booghspriet met
sijn voorstengh verlooren hadde, edoch wat gerepareert sijnde, ..an
bij ons noch vloot houden. den 21 ditto weinigh ofte niet voorgevallen,
den 22 ditto, sijnde Pinckster dagh hebben t' land van Schaagen ge-
sijen, en ben aen d' Hr.Adm: Jan Evertse boort ter predicatie
geweest, en onder d' predicatie quam een adwijs aen d' Hr. Admiral
d' Ruijter, soo verstaen conde uit Hollandt, met een kits vanden
Engelsen Admirael Montagou, t' aenbrengen is secreet geweest
met oock brieven soo verstaa van sijn Gel: d' Hr. Admirael v Opdam
en heeft d' Hr. Admirael Ruijter nae middagh omtrent een uur sijn wimpel
in genomen, en is d' Engelse kits weedrom onder zeijl gegaen
wien van d' Hr. d' Ruijter vereert wierde met drije schooten, soo
oock Ant woorde, en sette sijn curs weerdom naer d' Lapp den 23
ditto setten onsen curs tussen Lefou, en Arnou, sijnde westwart in, en
naar
verte.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 78
 
Links:
 
naar Middaghs stil geworden sijnde. Hebbent ons schip gekrenght
en tussen waater ende wint schoon gemaackt, en hebben drije
spicker gaaten gevonden, met een naadtjen ontsprongen, en t' selve
wedrom geholpen, den 25 ditto, smorgens ancker gelicht, doch hebben
door contrarije wint en stroom moeten setten omtrent stevens
Hooft, van meininge soo verstaen hebbe onder d' Helms ons te onthoude
ende d' Hr. Oppam in de belt hooges op soude moeten verblijeven
d' Hr. Montagou, met sijn scheepen onder d' Lapp, en d' Sweedsche esquader
in d' Zont, en soude stilstant van wapenen voor drie weeken weese
soo mijn Luitnant en schipper aen Capt. d' Boer verstaen hebben op
gistren den 26 ditto. Den 27 smorgens met stil waater t' ancker gelicht
en tegen middagh door wint en stroom moeten setten, savons naer
t' schaffen hebben weederom bij verandringh van wint zeijl gemaackt.
maar hebbent door stilte moeten setten, den 28 ditto sijn vijve scheepen
in onse vloot gecomen
 
ingevoegde tekst in kantlijn:
der een eerschip
uit Zeelandt
met een ambass
t' wee.. d' ..
tussen den 19 en 20
door mist verlate
vart noord in ..
en een schip int
d' Mool dat
schaedloos werde
geweest en
onder ons ..
van Jan ..
gecomen
 
Vervolg (doorgehaalde) tekst:
een weinigh naer dat van d' Hr. Admirael
d' Ruijters boort waar gecomen die d' witte vlagge liet waie
en inquizierde wie waater soude mooghen gebreck hebben en hier
Langh,
 
(er staat tussen de regels nog iets vermeld m.b.t. een ambassadeur)
 
dese .. met d' vlagh van boven en achter quam d' vloot ut
Zeelant omtrent d' Ruijter warop d' Admirael sijn vlagh streeck
gelijck oock d' ander Admirael en gawen elck negen schooten
d' in comende heeft haer weederom niet schuldigh gebleven, en haer
vlaggen weedrom opgehijest bennen d' boots van d' Admirael aen
boort van den comen gebaaren en naer een uur ofte anderhalf
is d' vrundt wedrom van ons vertrocken (noord noo) n.no. van ons
d' cours naer d' sont settende vaert is windt beginnen goedt waie
van den z.zw. En gingen onsen curs z.ten osten vermoede naer d'
Helms. Bennen savons geset voor Hrimnu, ofte hrimsteede, waar op
d' Admirael door verscheijde des andren daghs den 29 is geordineert
waater te haele wien/wen gebreck hadde.
 
 
Rechts:
Senjors Curt Brand, en Nicolaes Sevorijn saluijt
 
Den 31 december 1659, hebben op U.L. een wissel getrocken
op de resterende penningen vanden 2.. novemb: 1659 met mij
verrekent, waer mij doen bij afrekeninghe, de somma van vijff-
hondert drije en vijftigh ryxdaelders, en dertijen schellingen quaem
en dese Wissel brijeff, ofte drije allens Luidende, een betaelt
sijnde, d' ander twee van geender waeerden, sijn houdende op
de Heer Admirael d' Ruijter, ofte sijn order, U.L. sal wel
doen, ende deselve op sicht betaale, ick hebbe U.L. handt
schrift met medt gestuiert, maer stuieren desen brieff
op dat weeten keunt, dat sulcx gerechtigh zij, en sal op
U.L. soo was sulcx become, op U.L. antwoort royeeren
en d' somma van vier hondert ryxdael: stellen op mijn rek:
stellen sult wel doen.
Oock soo daer eenigh brieven onder U.L. sijn berustende, ofte onder 8:
Severijn laetse mij toe comen, want daer brieven van Haar
Ed: Mo: aen mijn Confraters sijn gecomen, in houdende
noch drije dusent rijxdaelders, soo U. Lijiden daer kenniste
van hebbet, gelieft het met een lettertjen bekent te
Maake, waer toe mij verlaate, benevens desen wil U. Lijieden
bevelen nevens U.L. gesinnen Godes protexije
Desen Januarij 1660
in t' Slands Schip Oostergoo
in de haven tot Coppenhagen
.. Dienst wille D. ..
H. Brunsvelt
 
 
Singiors, Curt Brand en Nicolaes Sewerin en Comp:
Volgens mijn laatste van den 3e Decemb: 1659 uit Holland, soo hebben
U.L. voor mijn rek: van Haar Ed: Mo: voor haar tweede wissel
brieffs ordre, mij toe te tellen d' somma van seven dusent gulden
bedragende 2990 Rijxd: waar op te vooren den 2.. Novemb: 1659 ge-
trocken hadde, ... n een partij in waaren ontfanghen, hebbe daer
van in Contant gelaaten onder 8. Curt Brandt (den 21 novemb 1659) d' somma van
553 rijxd: 13 .. Lubs: Hebbe daar op een wissel op U.L. getrocken
door de Heer Admirael d' Ruijter van 960 rijxd: van den (eersten) 31
(januarij) decemb (1660) 1659. Den eersten betaalt zijnde, den tweeden en derden van geender waarden.
En compt mij dan noch van dat gelt onder Curt
Brandt gelaaten d' somma 153 ryxd: 13 .. Lubs: als d' wissel brieff
aen d' Ruijter ofte sijn ordre betaalt is. Soo dat mij int
geheel noch compt uit de twee dusent viet hondert en veertigh
ryxdaelders, d' somma 1593 ryxdaelders en 13 .. Lubs, begere
dat U.L. mij dat op spoedighst remitteert, alsoo tegenwoordig
hier seer noodigh gelt van doen hebbe, en dat in specij rijxd:
ofte cito cito schreeft, hoe de penninghe in der haast hier
conde becomen, daar seer om verleegen ben, en verwachte opt
spoedighste ordre ofte gelt, ten minste costen, vertrou dat daer
tot Lubeck genoech Coopluijden sijn, die hier gelt moeten
vandaen hebben, en wel graegh haar gelt sonder rysico
al hier souden uit tellen, desen met haast, en
verblijve U.L. Dienst will: D.E (?)
Desen februari 1660
in t' Slands schip Oostergoo
in d' haven voor Coppenhagen
 
H. BrunsveltPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 79
 
Links:
 
Singiors Coert Brand en Nicolaes Sevorijn in Comp:
Den 7 februarij 1660, hebbe U.L. aengenaemen van den 21 december 1659
uit Lubeck, geconverteert, om een brijeff van Haar Ed: Mo: d' Hr.
Raaden ter Collegie van frijeslandt, houdende de derde ordre en last
up U.L. te mooghen trecke ofte lichten, sijnde van den 10 december 1659
d' somma van 8900 f, gelijeft het soo te boeck te stellen.
Den 31 december 1659 hebbe een wisseltien op U.L. getrocken door de
Hr. Admirael d' Ruijter van 900 ryxd: vertroue dat selve op sicht
sult betaalt hebben, en nu soo hebbet te betaele aen 8: Hans
Petersen tot Lubeck, d' somma van 300 Rixd: en in spe.. alsoo d' waerde van
8.. , Johan Droogh alhier tot Coppenhagen op dato hebbe ontfanghe.
soo dat nu door ordre van haar Ed: Mo: latst hebbe te mooghen
op U.L. trecken d' eerst geweest den 31 october van 3000 ryxda
den tweeden van 7000 dusent gulden den 3 decemb sijnde 2800 ryxdal
en den derden (acht) van den 10 decemb desen brijeff onder u consort.
van Lubecke ontfanghen, meldet 8900 f compt Ryxd: 3360.
makende een somma van 9160 ryxdaelders.
daar op ontfangen in Octob: 1659 (als per rek) soo in waare als gelt                         3000
in novemb 21. ontfanghe (in gelt) in wolle en landen lake, ryxd                                                  996 -33
den 31 decemb: op U.L. getrocke een wissel door Ad: Ruijter                                         900
den 9 februarij (1660) door Johan Droogh aen Hans Piterse tot Lubeckte betale                  300
                                                                                                                                             Somma                     4146 -33
soo dat noch te trecke hebbe d' somma van (4146 - 33) 5013 - 19 .. Lubs.
sal sulcx bij gelegentheijt soo t van dien hebbe op als trecke
desen tot geen andren fynne op doet  t'samen weeten hoe ons
rek: tussen malcandren staat, en verblieve benevens desen
.. D Willig
H. Brunsvelt
 
desen 9 februarij 1660
op S' Lands schip Oostergo
tot Coppenhaghe
 
 
 
Rechts:
Ed: Ho: Mo: Heeren
Mijn Heeren
 
Naer mijn arrivement van Connighs berghen alhier Godtsijloff:
hebbe aen haar ed: Mo: twee brieven gedepesieert, daar in gerelateert mijn
reijse wedervare en t' verblijeff van 7 scheepen (den gecop..) soo galioots als een schute van Lubeck
daer mede onder, en wij doch met groote gevaer door Godes huer gereddet sijn.
doch ons schild wierde voor in geslaaghe, en d' Zelup geheel schadeloos; soo
oock ons tou brekende verloore ons dagelijcx ancker, daar veel moeiten
met cruijse en darna om hebbe gedaen, en ofte d' roei (?) met het harde weer, onder
gehaelt, ofte d' reep gebroocken elck van ons wedercomste conden hem niet weederom opdoen,
wij waerende geen twee daeghe tot Coppenhagen binnen gecomen
ofte saten doort is al vast, edoch hadde tot Conninghs berghe al groote is (=ijs?)
gangh gehat, quamen noch gelu..hich bijnnen door een loots, leggen met malcandren in rang
langs de haaven, om d' adwenu aen die cant genoegh saem te defenderen,
van d' tol boet, tot aen Christiaens haven,
t' schint dat de d' Sweeden de moedt wat gevallen is met het treffen op funen
en t' verlijes Niuburgh en d' andre plaatse dat wat hard aenghinge, daer
ons fry se  d' minste een niet hebben betroffen die Godt gewe dat continueert
dagelijckx comen over loopers van d' Sweeden, en wordet te met/niet door de
deensche met eenige der over gecomene, soldaet stuckjes uit ge(z)ocht;
aen gaende voorts: t' goed werck dat haar Ed: Mo hebben gelieve te
doen, met wissel te remitteeren behelsende d' coopinge van cledren en al
wat daer aen dependeert, hebbe d' noodighe van sulcx versijen, en andren oock
gelick onder andere scheepen gedaen is, niet comen onthouden van oock soo
een beetingh te laate toe comen, sal darom tot dese .. toe dat selve
bekent maake op dat haar Ed: Mo: aen d' Heer uijtgewer lasten weegh
haer ontfangh op de maend Zeedule niet te veel worde uitgereickt op dat t' geene
hier noodige gewen wordet mij niet tot schaede moge strecke,
d' Heer sij gedanckt en gelooft daer is tot dato noch gelyck oock
verhaelt hebbe in mijn voorige, niet meer dan een gestorven, en hier op kerckhoff van
d' niuwe kerck, met naemen Jacob j(i)issen van Harlinge mijn
cajuit wachter geweese, doch sijn tegenwoordigh noch ses aen land, welck
soo oock andren, begerden aen landt te weesen, en oock weerdet weer
derom aen boort gecomen sijn, weedrom beter sijnde, als de andren sulcx
oock weedrom haest verwacht, altoose aen beterhandt sijn.
Met desen soo stuiere Haar Ed' Mo' d' namen en toenaemen wat aen
..egelyck soo aen goederen als gelt daer toe, hebbe uitgereickt.
en dat alles gelijck sult bevinden, wat gelt lost om dat sulcx
van Haar Ed: Mo: daer toe over gesonden waere en d' rijxdaelders t' welck
al banck daelders sijn, op haar rek: gestelt ieder tot 54 ..
gereduceert in (Hollands) onsen gelde.
daghlijckx moet noch met d' hand in d' beurs weese alsoo met loopen en isen alles
vergaet en (verslijt) als gesleet word, en door niet (veel) continueel te doen te hebbe veel toebacq en verquiste
dat se niet laate comen.
wil darom Haer Ed: Mo: monstreeren met dese in geslooten meede (dat in
d' maend Zeeduls in te verre getreeden, worde, dit is zij mij uit geryckt)
d' copije (uit schreves boeck)Photo: Paleografie Brunsvelt blad 80
 
Bovenste regel staat niet geheel op de scan
...........
(mijn uit gaeff) waer van hij gelyck bij haer gedaen wordet groote
profijtten trecke de somma van 999 - 19 - 12, welcke somma (Heeren) conpalen
worden uijt dese nevens gaende (Capi..) uit sijn bock laate extrageeren, uit welck
Haar Ed: Mo: genoeghsaem coomen mercke (?) bij wije t' meest getrocken is, en aen wijen  d'
rest Zeeduls moete terugh blijeven  oft wat op gefonden worden
Versoeck daarom bij haar Ed: Mo: dat dese, en wat tot noodt noch
door mij mochte uit gegewen worden tot geen schaadeng en soude streck
te meer so al weederom voort geheele scheeps volck een halve maend versocht hebben
hebbe t' selve aff geslagen, willen daer over gaen reqesteere aen haer
Ex: . dan vrese bij haer niet op gedaen sal worden edoch sal ..
moeten parere om dat bij ordre is geordonneert tot een maend soude
wel lich comen vallen dat die tot een maendt niet en hebben ontfange,
d' selve  soo veel moesten uit reicke, maer d' t' meest getrocke hebben
sijn ten deel naackt geweest voor dusdanige tijt,
d' Heer betalder sal gelieven een weinigh op d' persoonen nu meede
over gesonden, voorts op d' Copije uit schrivers boeck hier nevens gaende
 
Singior Nicolaes Severin
Uwen(?) aen genaemen van den 30 fb: (?) 1659 is mij op den 9 februari
1660, tot Coppenhagen behandight, en dPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 81
 
Links:
 
1669
den 19/9 Augusti
 
Vojagie onder d' Hr van Wassenaer
Lt. Admirael met s' Lands schip de Princess
Albertina, en verdeel onder de esquare
vande Hr. vijce Admirael Cortenaer
als schout bij nacht bij prou(=v?)ise van ons
Provincie
 
 
Rechts:
Provisionele verdelingh vande
Esquadres, van Haer Hoogh: Moog: Vloote
 
Den Heer van Wassenaer Lt. Admirael
Commandeur Cornelis Evertsz vice admirael
Capt. Scheij schout bij nacht
Capt. Clerck
Capt. de Graeff
Capt. Allert Matthijsz
Capt. Treslongh
Capt. Hogenhoeck
En sullen dese alle de wimpel van de vande groote stengh
laaten waije.
 
T' Esquadre vande Heer vice admir:
van Zeelandt
De Heer Jan Evertsz
den schout bij nacht Schram, als vice Admirael
Capt. Banckert schout bij nacht
Capt. van Toll
Capt. Cornelis Evertsen de jonge
Capt. Leen Picque
Capt. Bruinings
Capt. Stellingwerff
en sullen dese alle de wimpel van de voorstengh
laaten waeje
 
T' Esquqdre vande Heer vice admir-
Cortenaer
Capt. van der Hulst vice admirael
Capt. Brunsvelt schout bij nacht
Capt. Ondaert
Capt. Adelaer
Capt. de Haen
Capt. Goskens
Capt. Baebber
En sullen dese allen de wimpel vande kruijsstengh
laten waeje
 
..ft gebeurde dat eenige uitheemshe (?) scheepen
ons quame aen te tasten en alsoo in
een gevechtPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 82
 
gevecht raackten dat die bij ons bevochten, den wint
daarvan hadden, ende soo niet sullen ons beste doen
die te crijgen, ten welcken einde die onbeseilste
scheepen, altijt haar best sullen doen, int midden
van haar Esquadron te comen, ende soo sij bij ons in
wachten, dat wij haar bequamelijck, op ordre conen
in machten aen tasten zal in sulcken gevalle, den
Vice Admirael Cortenaer met sij Esquadron,
de voor tocht hebben, daer naer de Heer van Wassenaer
Lt. Admirael, met sijn Esquadron, ende daer naer
den schout bij nacht Folckert Schram, met het esqu
der vanden Heer Vijce Admirael Jan Evertsz, ende
int wenden sal ieder bliven op sijn rangh, der
selver Esquadrons, dicht getropt, doch alsoo dat
men malcandren niet aen boort en compt, soo dat
den schout bij nacht voornoemt, dan sal hebben de
voortocht, ende soo houden ist doendlijck, dat men
den andren can secondeeren, ende dese noot sijnde
defendeeren, en off de gelegentz presenteerde
dat wij alle gelijck conden aen vallen sullen
malcandren inwachten ende gelijcktlijck met een
mannelijcke couragie, als een lijevende soldate
tot den besten dienst van ons vaderlandt in goede
ordre attacqueren, Ruijmeeren, volgens den last van
haar Hoogh: Mo: int vierde artikel van onse instructie
vermelt, daar ieder wel op moet verdacht sijn om t' selve
te observeeren, sullen oock sorgedraeghen, int anckeren
ieder bij sijn Esquadron malcandren een goedt open
gewen, dit alles tot ons nader ordre soude hier van
in eenige maniere te blieve in gebreecke.
Aldus gedaen in s Lands schip d' Eendracht, toe
voller sicht van Goeree den 19/9 e Augustij 1660
Onderstondt
J. van WassenaerPhoto: Paleografie Brunsvelt blad 83
 
Links:
 
De namen der Compagnien en der scheepen
van Amsterdam geemberqeert en bij wijre (?)
uit gevoert.
 
t' Huijs Oosterwijck..Coll:Killeyreij..                                                              vice Ad: d' Wilt
t' Huijs te Kruinigen..    Coll: Meteren..                                                               s' bij nacht Brakel
Leuwarden..                      d' Comp. van: Collo: d' Estrades                              Joost Verschuren
d' Trompe..                        d' Comp: van: d' Graaff. v: Dona                              Jacobus van Berchem
t' Huijs te Swijten..         d' Comp. van: Collo: Allart                         vice Ad: d' Ruijter
Amsterdam..                    d' Lu:t Collo Vane..                                        Jan Gidions Verburgh
C(L?)uewerden..             d' Lu:t Collo: Aquila..                                    Isacq Verweerts
tijt verdrijff..                    d' Lu:t Collo: Lauder..                                   Willem v: Zaen
Stad en Lande..                               S. Major Schimmelpenning..                     Dirck Scheij
d' Prins te Paard..           S. Major Beveren..                                         Gerbrant Schatter
d' Vreede..                        Capt. Bruce..                                                    Jacob Cornelisz Swart
d' Provincie..                    Cap. Colster..                                                   Jan van Amstel
Haerlem..                           Capt: Grijm..                                                     Jan d' Haen
t' Zuijder Huijs..               Capt. Egger Tamminga..                              Richeveen
Gouda..                               Capt. Haulquet..                                             Isbrant d' Vries
Hilversen..                         Capt. Willem van Gent..                              Jacob van Meeuwen
d' Burgh van Leijden..   Capt. Erasmus v. Hemmama..                   Roeteringh
t' V(R?)aadhuijs van Haerlem   Capt. Otto van Gent..                    Hendrick Godtskens
Gelderlandt..                    Capt. d' Gonne..                                              Hindrick Adriaenz
Deusburgh..                      Capt. Boetselaer..                                          Nijehoff
Marseveen                        Capt. La Roosette..                                        d' Graeff
Campen..                           Capt. Vermarten (?)..                                   Allart Matthijsz
Hollandia..                         Capt. Trogmorton..                                        Baernt Cramer
d' Dom van Utrecht..     Capt. Cave..                                                      Jacob Adriaens Swart
 
 
Dese naer volgende geinberkeert
in d' Rotterdammers scheepen
Prins Maurits..                 Capt. Fejo Himstra..                                      Capt. Marinus d' Clercq
Utrecht..                             Capt. Laes Groustins..                                  Capt. Jacob Symons d' Wit
Gelderlandt..                    Capt. Eghbert Entes..                                    Capt. Adriaen Pools
Kleijn Hollandia..            Capt. Haringsma..                                          Capt. Heemskerck
 
 
 
Rechts:
De namen der Compangie in Zeelandt
geinberqeert en op wat scheepen en
wie d' selve haeft uit gevaert
 
Zeelandia..                        Serg.Majoor Arskine..                                  vice Adm. Johan Evertsz
Vlissingen..                       Capt. Cave/Caue..                                          Comd. Cornelis Evertsz
Utrecht..                             Capt. Francois Baillart..                                               Capt. Francois Mangelar
Middelburgh..                  Capt. Bacxen..                                                 Capt. Jacob Pense
Veere..                                               Capt. Boueren..                                              Capt. Leijn Pijcqe
Dordrecht..                        Capt. Desonnetz..                                          Capt. Johan Tijssen
Zirckzee..                           Capt. Morton..                                                 Capt. Tuijnneman
d' Oranieboom..              Capt.Lut: Holland..                                        Capt. Jan Noblet
desen van Enckhuijsen
 
 
De namen der Compagnyen in friesland
geinberqueert, en op wat scheepen
Westergoo..                      Collo: Ernst van Aijlva..                                               Capt. Jan Vyselaer
Oostergoo..                       Lut:Collo. Burmania..                                   Capt. Hend. Brunsvelt
d' Steeden..                      Capt. Sibrant Waltz..                                     schut bij nacht Allert Pijers
d' Sajer een fluijt schip
daar op d' Compagnie van
                                               Capt. Aldringa..                                                              schipper Andries Douwes
 
 
En sijn den 10 Meij onder styl uit d' zeegaeten
geloopen, en voor Texel bij d' vloot gesamentlijck
gecomen, exempt Capt. Heemskerck die bij d' hloote(groote?)
Helms is bij ons gecomen.
 
Sterck Ntgen dartigh oorlogh scheepen behalve
d' branders en andre wel gemonteerde fluijten
als victalie scheepen, en baljoots
een schoone vloot en vermaack om sijne.
daar: Godt zijn zeegen bij verleene.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 84
 
Resolutie in t' geven vant
ransoen broot,
 
Alsoo door t' op nemen bij den bottelijer, hoe
hij uit comet met t' hardt broodt, hebbe gevonden
ter weeck stijf ver drije hondert .. meerder doen tegen
5 .. ter weeck behoort geconsumeert te worden,
hebbe geordonneert en gelast, van nu sijnde den
5 junij ransoen broot te geven, en dat voor
ieder cop 5 .. T' verschil is geweest in een weeck
3 bs ..
 
Ende oock geordonneert voor ieder cop tegeven vol
gens ransoen aen gewicht stokvis 69..
ofte voor ieder cop 1/9 .. ider vis dagh
vleys ieder fleis dagh voor ieder cop 1 .. en voor
d' Cajuit en ftut 1 1/2 ..
speck ieder cop 1/2 ..
Caes ieder cop ter weeck  - 1 ..
Botter ieder cop ter weeck 1/2 ..
Broodt hard broot 5 .. ter weegh
en weeck broodt ter weeck 7 ..
pott spijs soo veel haer lust.Photo: Paleografie Brunsvelt blad 85
 
Links:
 
dis 23 ditto julije 1659 oude stijl
In d' selver noch gebracht aen botter 11 halve ton
en twee verondeels
 
 
Rechts:
T' Victalie schip van Harlingen
genampt Hendrick Harckis d' schipper
 
2 Comp: soldaet schip genamp, t' een Adries Douwes d' schipper
t' ander Symon fonckes d' schipper   3 comp.
bennen met d' plancken aff gegaen,