Post has attachment
10 tekstblunders die wij nooit (meer) maken!
[de blunder : the blunder, the gaffe / la gaffe, la bévue / der Schnitzer, die Dummheit]
CORRECTE VORMEN:
▶ zoekmachine (de)
▶ e-mail (de)
▶ mond-op-mond [beademing] / mond-tot-mond [reclame]
▶ hij verandert, het gebeurt, hij bedoelt, jij ontwikkelt [met T] maar hij is veranderd, het is gebeurd, hij heeft bedoeld, jij hebt ontwikkeld [met D]
▶ te veel mensen, te veel geld, ...
▶ ernaar uitzien
▶ locatie (de), bureau (het), niveau (het)
▶ Peter-Pauls tas, Lisa's tas, Hans' tas [= de tas van Hans / !!! Hans tas = de tas van Han !!!]
▶ sowieso [één woord!]
▶ Ten slotte [= tot slot, tot besluit]
~
Klik hier om het beeld te vergroten:
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/ee/57/6b/ee576b7a60c5a66832c6402d638d169a.jpg

https://fr.pinterest.com/pin/319051954842755067/

http://tekstschrijver-tim.nl/2011/04/01/tien-tekstblunders/
Photo

Post has attachment
De imperatief (= gebiedende wijs) : Doe mee!
2de persoon enkelvoud en meervoud (singularis en pluralis):
gaan ▷ ga!
springen ▷ spring!
steken ▷ steek!
leggen ▷ leg!
trekken ▷ trek!
laten ▷ laat!
knijpen ▷ knijp!
~
https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/originals/a1/43/5d/a1435d0b47db1737029d87d0ab0428a4.jpg

Post has attachment

Post has attachment
Wanneer eindigt een werkwoord op -d, -t of -dt?
Om een werkwoord te vervoegen, moeten we eerst op zoek naar de stam. Voor de stam van ‘vervoegen’ haal je gewoon even ‘en’ eraf. En deze stam is meteen ook de eerste persoon enkelvoud, dus het is ‘ik vervoeg’. Om de tweede en de derde persoon enkelvoud te krijgen, hangen we simpelweg een -t aan de stam : jij vervoegt, en hij vervoegt ook, en zij vervoegt zich helemaal suf.

Deze regel geldt ook voor werkwoorden waarvan de stam eindigt op een -d, zoals ‘branden’ of ‘vinden’ : ‘ik vind’ is gewoon de stam, en ‘jij vindt’ en ‘hij vindt’ zijn stam +t. Als je dit lastig vindt, dan kan je altijd even spieken bij spieken. Het is ‘ik spiek’ en ‘hij spiekT’, dus is het ook ‘hij vindt’, dat ik spiek.

‘Snap je dit?’
‘Jaha, je snapt dit.’
Hé, da’s gek. Het is ‘je snapT’, maar ‘snap je’, snap je ? Dat is een uitzondering : als ‘je’ ACHTER de persoonsvorm komt, dan valt de ‘t’ weer weg. Snap je dit, of vind je dit gek? Misschien is het ook gek, maar het is wel fijn als je dit onthoudt. Of toch even spiekt.

Post has attachment
Video : KENNEN of KUNNEN?
De werkwoorden kennen en kunnen lijken erg op elkaar. Maar ze betekenen iets anders! Je kunt niet zeggen dat ‘ik ken goed voetballen’ of ‘ik kon hem al jaren’. Hoe hoort het dan wel? 

Het verschil tussen ‘kennen’ en ‘kunnen’ kan zorgen voor veel verwarring: ‘Ik kan hem en hij ken goed voetballen!’ Nee, dat kan en mag alleen als je voetbalcommentator bent. Voor ieder ander zijn dit de regels:
‘Kunnen’ heeft als betekenis ‘mogelijk zijn’ of ‘in staat zijn’. Kunnen is een hulpwerkwoord, dus je gebruikt het meestal met een ander werkwoord. Wij kunnen zwemmen en we kunnen zingen, dus hij kan zwemmend zingen. Soms wordt het werkwoord weggelaten, zoals in de zinnen ‘dat kan toch iedereen? (doen)’ en ‘wie dat niet kan, kan de pot op (gaan)’. 

Kennen’ kan je inzetten als je bekend bent met iets of iemand. Het wordt dus gebruikt met een lijdend voorwerp. Wij kennen Hans en zijn hondje Frans, en Frans kent ons dus ook. En… merci, Frans.

Over Frans gesproken. Als je de Franse taal beheerst, ken je dan goed Frans, of kan je goed Frans? Daar zijn de talologen nog niet helemaal uit. In elk geval ken je Frans en je kan Frans spreken. Maar niet met Frans! Want die kan alleen blaffen.
~
https://www.youtube.com/watch?v=eesqXqQiuHg

Post has attachment
Gebruik van de oude naamvalsvormen : DER, DES, DEN.
De oude naamvalsvormen DER, DES, DEN worden in de moderne standaardtaal bijna niet meer gebruikt, alleen maar in formele vaste uitdrukkingen ('staande' uitdrukkingen, versteende uitdrukkingen, geijkte uitdrukkingen), in bepaalde titels of officiële benamingen.

► De meest gebruikte vorm is de genitief of datief DER : in een formele taal, met een vrouwelijk substantief (zelfstandig naamwoord) in het enkelvoud (de singularis) of met een substantief (zelfstandig naamwoord) in het meervoud (de pluralis) :
- het groot woordenboek der Nederlandse taal, het Koninkrijk der Nederlanden, het groot dictee der Nederlandse taal, het Boek der Boeken, de dag der dagen, de opening der Kamers, de eerste koning der Belgen, ...
~
Lees verder : http://docnederlands.skynetblogs.be/archive/2016/07/26/gebruik-van-de-oude-naamvalsvormen-der-des-den-emploi-des-an-8632792.html

Post has attachment
Gebruik van TER, TEN en TE in bepaalde uitdrukkingen.

TER en TEN worden nog gebruikt in zogenoemde 'staande uitdrukkingen' waarin nog oude naamvallen voorkomen (vroeger bestonden er in het Nederlands naamvallen; nu komen ze niet veel voor).

▶ Er zijn nog enkele algemene regels :

1. TER/TEN is een samentrekking van het voorzetsel (de prepositie) TE of TOT en het verbogen lidwoord (het artikel) DEN/DER.
TER hoort bij vrouwelijke woorden of woorden die vroeger vrouwelijk waren, TEN bij mannelijke/onzijdige woorden of woorden die vroeger mannelijk/onzijdig waren :
→ ter zee, ter wereld, ter sprake, ter ere van, ter waarde van, ten gevolge van, ten name van, ten genoegen van, ….

2. TE wordt vaak alleen gebruikt omdat er een adjectief (bijvoeglijk naamwoord) of een possessief (bezittelijk voornaamwoord) is met een oude naamval :
→ te allen tijde, te goeder trouw, te mijner beschikking, te uwen kantore, te onzen behoeve, …

3. TE wordt zonder oude naamval gebruikt in bepaalde uitdrukkingen :
→ te hulp komen, te rade gaan, te midden van, te gelde maken, ...

▶ Het is aan te raden om deze structuren van buiten te leren!
Link met veel voorbeelden :
http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/77

Post has attachment
Gedetailleerde video : de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (de o.t.t.t.) = het futurum, de toekomst, de toekomende tijd + de onvoltooid verleden toekomende tijd (o.v.t.t.) = de conditionalis, de voorwaardelijke wijs, de hypothetische tijd.
~
https://www.youtube.com/watch?v=rL_YE4yPnrY

Post has attachment

Post has attachment
VIDEO : De trappen van vergelijking.
- de stellende trap (positief)
- de vergrotende trap (comparatief)
- de overtreffende trap (superlatief)
Heel duidelijk uitgelegd!
[Zuid-Nederlands accent / Vlaanderen]
~
https://www.youtube.com/watch?v=9nvZKPYp5EM
Wait while more posts are being loaded