Profile cover photo
Profile photo
Advocatenkantoor Bosman
30 followers
30 followers
About
Posts

Post has attachment
Op de valreep uiteindelijk een rechtvaardige Hoge Raad uitspraak inzake de aandelenlease contracten. Beleggers maken een goede kans om hun geld terug te krijgen indien zij via een tussenpersoon een aandelenlease contract hebben afgesloten.

Onlangs heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan die geldt voor alle aandelenleaseproducten van aanbieders zoals Dexia/EAGON/Levob/DEFAM/Groeivermogen etc.
De Hoge Raad heeft zich uitgelaten of een tussenpersoon (cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht) bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst vergunningplichtig is. Het antwoord is JA.
Door de uitspraak van de Hoge Raad is uw zaak nog niet verjaard als uw tussenpersoon geen vergunning had en u nog, al dan niet via een zogenaamde collectieve actie, tegen de aanbieder procedeert dan wel recentelijk geprocedeerd heeft en/of op de door de wet voorgeschreven wijze uw vordering gestuit heeft. En dat betekent alsdan dat de aandelenleasegedupeerde alsnog een beroep kan doen de volledige ooit in het verleden betaalde premie/inleg + vertragingsrente terugbetaald te ontvangen, waarbij een mogelijke restschuld wordt kwijtgescholden, wijzend naar de uitspraak van de Hoge Raad. Ook gedupeerden die eerder geschikt hebben kunnen de mogelijkheid laten beoordelen om (opnieuw) te procederen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het kantoor. Mr. Bosman kunt u bereiken via info@bosman-advocaten.nl

Meer informatie op; www.bosmanadvocaten.nl
Add a comment...

 Heeft u wel eens van de 3 dagen bedenktijd na het sluiten van een koopovereenkomst gehoord, maar vraagt u zich af of die van toepassing zijn bij de aankoop van een recreatiewoning? Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft die laatste vraag onlangs weer in een recreatiezaak bevestigend beantwoord. Het ging om een zaak die Advocatenkantoor Bosman voor de gedupeerde kopers in eerste aanleg heeft gewonnen. Ook de uitkomst in het hoger beroep is positief; ook dit arrest maakt uit dat een koper van een recreatiewoning de wettelijke bedenktijd van 3 dagen kan inroepen. U moet wel bewijzen dat u consument bent. Staat er in de overeenkomst ‘beheer en exploitatie’ en is een ‘gegarandeerde rendementsperiode’ overeengekomen? Dat hoeft het niet anders te maken. Immers, ook ‘n consument kan privévermogen beleggen, zo oordeelde hetzelfde hof al eerder. Kortom, heeft u een overeenkomst met betrekking tot de aankoop van een recreatiewoning gesloten en wilt u er zo snel mogelijk van af? Twijfel niet langer en belt u gerust met Advocatenkantoor Bosman (026-3882351). Wij schakelen direct en pakken de zaak vlot op en gaan efficiënt te werk.  
Add a comment...

Post has attachment
Hebt u tijdens een open dag een recreatiepark bezocht en een recreatiewoning gekocht? Is u verteld dat de aankoop van een recreatiewoning  hoge rendementen oplevert, in vergelijking wat de banken u kunnen bieden?  Vallen die rendementen tegen en kunt u zelf niet naar eigen goeddunken van de aangekochte recreatiewoning gebruik maken?. Hebt u het gevoelt dat u voorafgaand aan de aankoop van de recreatiewoning onvoldoende bent geïnformeerd en hebt u spijt van uw aankoop? Wilt u weten of u gehouden bent om de door u getekende verkoopbevestiging of aankoopbevestiging na te komen en wat uw rechten zijn? Advocatenkantoor Bosman te Arnhem adviseert en procedeert veelvuldig in geschillen aangaande de aankoop van recreatiewoningen in dergelijke ""droomparken"". Door onze ruime ervaring in dit soort zaken kunnen we u goed adviseren. Aan een oriënterend telefonisch gesprek zijn geen kosten verbonden. Bel ons; 026 - 3882351. Ook hier geldt; veel mensen schakelen vaak te laat een advocaat in. Door tijdig advies in te winnen kunt u van de ongewenste aankoop verlost worden en kosten besparen. Bezoek ook onze website: www.bosmanadvocaten.nl
Add a comment...


 

Vacature Ervaren Juridisch Secretaresse / Secretaris

Voor ons advocatenkantoor te Arnhem zoeken wij een gedreven ervaren juridisch secretaresse / secretaris met minimaal vijf tot acht jaar werkervaring binnen de advocatuur voor  16 – 24 uur per week. Trefwoorden omtrent uw persoon zijn proactief, communicatief vaardig, oplossingsgericht, dienstverlenend en inventief. U ziet uzelf als de rechterhand van de advocaten. Het leveren van kwaliteit is voor u vanzelfsprekend evenals collegialiteit. U hebt geen negen tot vijf mentaliteit. Het belang van cliënten staat bij u voorop. Microsoft Office heeft geen geheimen voor u en u bent bekend met Legal Eagle of een soortgelijk programma. 

Ons kantoor biedt alle ruimte om u op professioneel en persoonlijk vlak verder te ontplooien binnen een team van vier advocaten, een juriste en een collega – secretaresse. De werksfeer is informeel en de arbeidsvoorwaarden marktconform. 

Herkent u zich in het bovenstaande, stuur dan uw motivatie  vergezeld van uw c.v. naar mr. M.E. Bosman (bosman@bosman-advocaten.nl). Voor inhoudelijke vragen over de vacature kunt u telefonisch contact opnemen 026- 388 23 51. 

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.


 
Add a comment...

De aankoop van een recreatiewoning in een recreatiepark. Een droom van een tweede huis of een teleurstellende ervaring?

Herkent u het? Naar aanleiding van een advertentie in een landelijk dagblad of een televisieprogramma gaat u in een recreatiegebied kijken naar daar aanwezige recreatiewoningen. U wordt door een verkoper ter plaatse overdonderd en u tekent een voorgedrukt velletje papier met als opschrift “Verkoopbevestiging” of “Aankoopbevestiging”. Hoewel u de recreatiewoning wilt gaan gebruiken voor eigen gebruik tekent de verkoper op de voormelde bevestiging aan dat het zou gaan om een belegging, want dan is de btw over het aankoopbedrag aftrekbaar. U zou toch een dief zijn van uw eigen portemonnee als u dit voordeel zou laten liggen? Als u na thuiskomst de dag nog eens de revue laat passeren en de twijfel toeslaat, dan is er geen weg meer terug. De verkoper blijkt onbereikbaar te zijn en het recreatiepark stelt zich op het standpunt dat u een recreatiewoning hebt gekocht. Volgens het recreatiepark kunt u zich niet beroepen op consumentenbescherming. U hebt de recreatiewoning aangekocht als een belegging zodat u zich niet kunt beroepen op de wettelijke regels van consumentenbescherming. Volgens het recreatiepark is het u niet toegestaan om de koopovereenkomst gedurende de eerste drie dagen na de terhandstelling van de koopovereenkomst te ontbinden. U bent derhalve tot afname van de recreatiewoning gehouden of u moet een aanzienlijke boete van 20% van de aankoopsom voldoen. Wanneer u daar anders over denkt dreigt het recreatiepark met een gerechtelijke procedure en zegt u daar bovenop nog eens de buitengerechtelijke kosten aan. Wat nu te doen?
Het is echter maar de vraag of een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Het standpunt dat de ondertekende bevestiging slechts als een intentieovereenkomst beschouwd kan worden is ook goed verdedigbaar. Hebt u wel alle relevante informatie ontvangen om weloverwogen tot de aankoop van een recreatiewoning over te gaan? Hoe zit het met het beheer van de door u aangekochte woning? Welke verplichtingen bent u ter zake concreet aangegaan? Welke voorwaarden hebben te gelden tussen u en de toekomstige huurders van de door u aangekochte recreatiewoning? En is het u verteld dat u ook nog een aparte exploitatieovereenkomst met het recreatiepark moet aangaan, waarvan de inhoud in beginsel vastligt? Mag van een professionele verkoper ter zake geen mededelingsplicht worden verwacht en is het standpunt juist dat u zich niet op consumentenbescherming kunt beroepen? 
Er is inmiddels rechtspraak waaruit blijkt dat de verkoper van een recreatiewoning voor de ondertekening van de koopovereenkomst de koper nadrukkelijk dient te informeren dat hij naast de voormelde verkoopbevestiging nog twee andere overeenkomsten moet aangaan. Overeenkomsten die noodzakelijkerwijs door hem gesloten moeten worden voordat hij kan overgaan tot bewoning en tot de verhuur van de recreatiewoning, zoals in de koopovereenkomst is voorzien. De desbetreffende koopovereenkomst is immers op zichzelf zinloos, zonder dat over de voormelde huur – en exploitatieovereenkomsten eveneens overeenstemming bestaat. De stelling dat u niet goed bent voorgelicht over de consequenties van de desbetreffende aankoop valt dus te verdedigen. Nu u de reikwijdte van de gevolgen van uw aankoop niet goed hebt kunnen overzien kunt u aan het recreatiepark laten weten dat u zich niet gehouden voelt om aan de levering en afname van de woning uw medewerking te verlenen. Het is echter wel verstandig om eerst deskundige bijstand van een advocaat te raadplegen voordat u zich op een dergelijk standpunt stelt. Uw rechtspositie is immers afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden in uw situatie! Voor zover aangenomen wordt dat er toch een koopovereenkomst tot stand is gekomen valt zonder meer aan te raden dat u binnen drie dagen na de terhandstelling van de koopovereenkomst deze middels een aangetekende brief schriftelijk ontbindt. Hebt u mogelijk een geschil met een recreatiepark en wordt het zelfs een rechtszaak, voelt u zich bij de neus genomen, misleid of zelfs opgelicht en wilt u meer informatie van een van onze advocaten? Bel dan Advocatenkantoor Bosman; 026 – 3882351.   
Add a comment...

Post has attachment
Mr Maarten Duurtsema studeerde medio maart 2008 af aan de Radboud Universiteit te Nijmegen in het civiele recht. Hij heeft zich gespecialiseerd in het overeenkomstenrecht. Mr Duurtsema heeft een bijzondere belangstelling voor het bouwrecht en het vastgoedrecht. Voorts houdt hij zich bezig met het bestuursrecht. Enkele kenmerkende eigenschappen van mr Duurtsema zijn; openheid, betrokkenheid en deskundigheid. Zijn stijl is pragmatisch en gericht op het tot stand brengen van een voor u als cliënt passende oplossing.  
Photo
Add a comment...

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 4 november 2014 de compensatieregeling voor DSB-gedupeerden algemeen verbindend verklaard. Deze algemene regeling doet echter geen recht aan de schade die de gedupeerden door de DSB bank is aangedaan.

Het mag bekend worden verondersteld dat de DSB bank leningen en hypotheken heeft verkocht die de afnemers ervan niet konden betalen. Op de lange termijn bleek het voor hen onmogelijk om de maandlasten ervan te voldoen. Er is nu weliswaar een compensatieregeling door het Amsterdamse Hof vastgesteld die voor alle gedupeerden geldt, echter deze biedt slecht in een beperkt aantal gevallen voor deze gedupeerden een voldoende financiële tegemoetkoming. Ondanks deze regeling blijft de overcreditering, te weten het te hoge leen- of hypotheekbedrag, namelijk in stand. Opmerkelijk is dat de banken en de overheid via deze regeling wel geld terug krijgen, de gedupeerden maar mondjesmaat.

Tot 6 maanden na de publicatie van deze regeling kunt u via een zogenaamde opt-out verklaring aangeven of u akkoord gaat met deze regeling. Daarbij is van belang te weten dat via een individueel te voeren gerechtelijke procedure onder omstandigheden een betere compensatieregeling kan worden afgedwongen. Strijd met de zorgplicht en/of onrechtmatige overcreditering kan hiervoor een grond zijn. Advocatenkantoor Bosman bekijkt graag voor u wat daarvoor de mogelijkheden zijn. Bel; 026 - 3882351.     
Add a comment...

InstantieRechtbank Gelderland
Datum uitspraak02-10-2013
Datum publicatie 14-03-2014
Zaaknummer242369

RechtsgebiedenCiviel recht
Bijzondere kenmerkenEerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Koop recreatiewoning. Gedaagde geniet bescherming van art. 7:2 BW. Vermelding van beleggingsobject in verkoopbevestiging op initiatief van verkoper geplaatst, dit maakt koper niet tot een professionele koper.

VindplaatsenRechtspraak.nl 
NJF 2014/205 

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/242369 / HA ZA 13-280

Vonnis van 2 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RECREATIE VERKOOP B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde,
advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem.

Partijen zullen hierna Recreatie Verkoop en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 19 juni 2013
-
het verkort proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2013.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.
Recreatie Verkoop richt zich op de verkoop van recreatiewoningen (onder meer) gelegen in Hulshorst op het “DroomPark Bad Hoophuizen” (hierna: ‘het recreatiepark’).

2.2.
Op 17 oktober 2012 heeft [gedaagde], tezamen met haar partner [partner] (hierna: ‘[partner]’), een bezoek gebracht aan het recreatiepark. Zij hebben daar gesproken met [verkoper], verkoper in dienst van Recreatie Verkoop (hierna: ‘[verkoper]’). [verkoper] heeft [gedaagde] en [partner] rondgeleid op het park en hen, onder meer, de woning van het type “Cube de Luxe” getoond.

2.3.
Op 19 oktober 2012 hebben [gedaagde] en [partner] opnieuw een bezoek gebracht aan het recreatiepark. Zij hadden voor die dag een afspraak gemaakt met [verkoper]. Opnieuw zijn zij met [verkoper] over het park gelopen. Daarna zijn zij, gedrieën, naar het kantoor van [verkoper] op het park gegaan.

2.4.
Bij die gelegenheid is een document ingevuld. Zowel [verkoper] als [gedaagde] hebben gegevens op het document geschreven. Daarna is het door [gedaagde] ondertekend.

2.5.
Boven het door [gedaagde] ondertekende document is, vetgedrukt en in groot lettertype, vermeld: “Verkoopbevestiging”. Het gaat om een koopovereenkomst met betrekking tot een kavel met daarop een recreatiewoning type Cube de Luxe voor een totale koopprijs van € 229.500,00. Bij “extra voorzieningen” is vermeld:

inc tuin terras (conform showmodel 7)
inc meubelpakket t.w.v. 10.000,- €
inc overstek van 1 meter
kavel word inc aansluitingen aangelegd
bellegingsobject eigen middelen 10.000,- netto rendement 1ste jaar
Kavel wordt iets opgeschoven achter in v met positie van woning
2.6.
Onderaan de verkoopbevestiging is vermeld:

Koper verklaart hierbij kennis genomen te hebben en accoord te gaan met de geldende verkoop- en leveringsvoorwaarden van ons bedrijf zoals op de achterzijde vermeld.
2.7.
Artikel 10 lid 2 van de, op de achterkant van de verkoopbevestiging afgedrukte, door Recreatie Verkoop gehanteerde algemene voorwaarden luidt:

Indien koper toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens verkoper en de overeenkomst deswege is ontbonden, verbeurt koper ten behoeve van verkoper een zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van twintig (20) procent van de overeengekomen totale koopsom, onverminderd het recht van verkoper op volledige schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal, de kosten als vermeld in artikel 8 lid 2 daaronder begrepen. Een door koper gestorte waarborgsom/aanbetaling zal hierop in mindering worden gebracht.
2.8.
In een op 22 oktober 2012 gedateerde brief heeft [gedaagde] aan Recreatie Verkoop geschreven:

Betreft: ontbinden contract met datum 19 oktober 2012
(…)
Hierbij deel ik u mede dat ik gebruik wil maken van de drie dagen die bij wet zijn vastgesteld om bijgaande aankoop te ontbinden. Zie bijlage, kopie verkoopbevestiging.
Om er zeker van te zijn dat dit bericht u bereikt doe ik u deze zowel per mail, als per gewone post, als per aangetekend schrijven en per fax toekomen.(…)
2.9.
Recreatie Verkoop heeft [gedaagde] (eerst) gesommeerd tot betaling van de koopprijs en (vervolgens) bij brief van 20 maart 2013 van haar advocaat de koop ontbonden en [gedaagde] gesommeerd tot betaling van de in artikel 10.2 van de algemene voorwaarden bedoelde boete, door Recreatie Verkoop gesteld op € 45.900,00. [gedaagde] heeft dat bedrag niet voldaan.

3 Het geschil
3.1.
Recreatie Verkoop vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden op 20 maart 2013;
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 45.900,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Recreatie Verkoop legt aan de vordering ten grondslag dat tussen haar en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand gekomen is. [gedaagde] is die overeenkomst niet nagekomen, waardoor Recreatie Verkoop zich genoodzaakt heeft gezien de overeenkomst te ontbinden. Nu de ontbinding aan haar te wijten is, dient [gedaagde] op grond van artikel 10 lid 2 van de algemene voorwaarden twintig procent van de koopprijs als boete te voldoen, aldus Recreatie Verkoop.

3.3.
[gedaagde] voert verweer. Zij voert primair aan dat zij geen koopovereenkomst met Recreatie Verkoop heeft gesloten. Daarop was haar wil niet gericht. Bovendien was er geen overeenstemming over de (essentialia van de) verkoop.
Subsidiair voert [gedaagde] aan dat zij de koopovereenkomst binnen drie dagen, en aldus binnen de wettelijke bedenktijd, heeft ontbonden door middel van de brief van 22 oktober 2012. Zij is op grond van die overeenkomst derhalve niets aan Recreatie Verkoop verschuldigd.
Meer subsidiair beroept [gedaagde] zich op dwaling en nog meer subsidiair voert [gedaagde] aan dat de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn, althans dat toewijzing van de gevorderde boete naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De boete dient volgens [gedaagde] te worden afgewezen, althans gematigd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
Koopovereenkomst
4.1.
Gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer behoeft allereerst beoordeling of tussen haar en Recreatie Verkoop een (rechtsgeldige) koopovereenkomst met betrekking tot de kavel en recreatiewoning tot stand gekomen is.

4.2.
[gedaagde] stelt op dat punt dat zij op 19 oktober 2012 niet de bedoeling, de wil, had om een koopovereenkomst aan te gaan. Zij heeft dat toen meteen tegen [verkoper] gezegd en daarna doorlopend herhaald. Zij was er dan ook niet op bedacht dat [verkoper] een koopovereenkomst opstelde om die door haar te laten ondertekenen. Zij meende, mede omdat zij zonder leesbril het door haar ondertekende document niet (goed) kon lezen, een gespreksverslag of een weergave van de mogelijkheden te hebben ondertekend. Over een aantal belangrijke zaken – de oppervlakte van het perceel, de verkoopvoorwaarden en tijdstip van levering – is volgens [gedaagde] niet gesproken.

4.3.
De rechtbank oordeelt als volgt. De verkoopbevestiging, waarvan is erkend dat deze door [gedaagde] is ondertekend, levert op grond van artikel 157 lid 2 Wetboek van Burgelijke rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) dwingend bewijs op van het bestaan van de door Recreatie Verkoop ingeroepen overeenkomst en de inhoud daarvan. [gedaagde] kan worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs op dit punt wanneer zij voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die, mits bewezen, tot afdoende tegenbewijslevering kunnen leiden.

4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] onvoldoende van dergelijke feiten en omstandigheden gesteld. Bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [gedaagde] erkend dat op 19 oktober 2012 gesproken is over de mogelijkheden met betrekking tot de woning. Dat is (zelfs) op detailniveau gebeurd, zo is onder meer gesproken over – zoals ook in de overeenkomst is vermeld – de levering van een meubelpakket en het aanbrengen van de genoemde overstek. Zonder nadere toelichting, die door [gedaagde] niet is gegeven, valt niet in te zien waarom over dergelijke (rand-)zaken is gesproken indien [gedaagde], zoals zij stelt, meteen heeft aangegeven dat zij niets wilde kopen. Bovendien draagt voornoemde verklaring van [gedaagde] juist bij aan de bewijskracht van de verkoopbevestiging nu zij erkent dat diverse daarin vermelde onderwerpen aldus tussen haar (en [partner]) en [verkoper] zijn besproken.

4.5.
Gelet daarop moet worden aangenomen dat wel degelijk diverse aspecten van de koopovereenkomst, maar in ieder geval de essentialia, zijn besproken tussen partijen. [gedaagde] heeft daarna de verkoopbevestiging ondertekend. Dat zij zich niet realiseerde dat zij een overeenkomst aanging, is onvoldoende aannemelijk. Indien het al zo zou zijn dat de wil van [gedaagde] niet was gericht op het aangaan van een koopovereenkomst, dan geldt dat Recreatie Verkoop erop heeft mogen vertrouwen dat [gedaagde] met haar een koopovereenkomst wilde aangaan (artikel 3:35 Burgerlijk Wetboek, hierna: ‘BW’). [gedaagde] heeft immers, zo volgt uit haar stellingen, zonder meer de verkoopbevestiging ondertekend na afloop van een gesprek over de (mogelijke) aankoop van de recreatiewoning en diverse grotere en kleinere zaken in dat verband. Daarbij is ook van belang dat het ging om een tweede afspraak tussen haar en [verkoper] die op haar initiatief heeft plaatsgevonden, waarbij zij ook twee keer met [verkoper] en [partner] de betreffende kavel heeft bezichtigd.

4.6.
Onder die omstandigheden zal de rechtbank [gedaagde] niet belasten met het leveren van tegenbewijs. Zij heeft onvoldoende gesteld om te onderbouwen dat, in weerwil van de inhoud van de door haar ondertekende schriftelijke verkoopbevestiging, geen koopovereenkomst met Recreatie Verkoop tot stand gekomen is. Het primaire verweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.

Ontbinding door [gedaagde]
4.7.
Nu op grond van het vorenstaande wordt uitgegaan van het bestaan van een koopovereenkomst tussen Recreatie Verkoop en [gedaagde], ligt de vraag voor of [gedaagde] deze koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. [gedaagde] beroept zich op artikel 7:2 lid 2 BW waarin is bepaald dat binnen drie dagen na overhandiging van de koopovereenkomst met betrekking tot een roerende zaak deze overeenkomst kan worden ontbonden. De bepaling kan slechts worden ingeroepen door een persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

4.8.
Aan [gedaagde] is, zo staat tussen partijen vast, op 19 oktober 2012 een afschrift van de verkoopbevestiging meegegeven. Onweersproken is voorts dat de brief van [gedaagde] van (althans gedateerd op) 22 oktober 2012 Recreatie Verkoop uiterlijk op die datum heeft bereikt, naar Recreatie Verkoop stelt zelfs reeds op 20 oktober 2012 (dagvaarding sub 3). Op zichzelf heeft [gedaagde] derhalve tijdig, binnen drie dagen na ondertekening en overhandiging van de verkoopbevestiging, de koopovereenkomst ontbonden met een beroep op artikel 7:2 BW.

4.9.
De brief van 22 oktober 2012 heeft echter slechts het door [gedaagde] gewenste effect (ontbinding van de overeenkomst zonder nadere verplichtingen) indien wordt aangenomen dat zij, kort gezegd, kan worden aangemerkt als consument en haar dus een beroep toekwam op genoemd wetsartikel. [gedaagde] voert aan te hebben gehandeld als consument. Zij zag de recreatiewoning niet als belegging en had niet de intentie de recreatiewoning te verhuren. Zij wilde deze – in geval van aankoop – louter gebruiken om daar, samen met kinderen en kleinkinderen, de vakantie door te brengen. Recreatie Verkoop stelt echter dat de recreatiewoning is gekocht als beleggingsobject. Zij stelt dat dit aldus met [gedaagde] is besproken en dat [gedaagde] de recreatiewoning ook zag als investering om rendement te behalen. Recreatie Verkoop wijst voorts op de vermelding ter zake (“bellegingsobject eigen middelen 10.000,- netto rendement 1ste jaar”) in de verkoopbevestiging.

4.10.
De rechtbank oordeelt op dit punt als volgt. Uitgangspunt is dat [gedaagde], een particulier, als consument geldt. De enkele – door Recreatie Verkoop in de koopovereenkomst opgenomen – vermelding dat [gedaagde] de recreatiewoning heeft gekocht (mede) omdat haar voor het eerste jaar een bepaald rendement (uit verhuur) werd gegarandeerd, maakt niet dat zij de bescherming van artikel 7:2 BW heeft verloren. Onweersproken is dat Recreatie Verkoop de mogelijkheid van verhuur heeft geopperd en daarbij het bedrag van € 10.000,00 als gegarandeerde uitkering voor het eerste jaar in het vooruitzicht heeft gesteld. Het initiatief daarbij lag niet bij [gedaagde]. Zo [gedaagde] met de verhuur in het eerste jaar (vanwege bedoeld rendement) heeft ingestemd, zij heeft dat gemotiveerd betwist, maakt dit enkele feit haar nog niet tot, kort gezegd, een professionele koper.

4.11.
Voor het overige zijn door Recreatie Verkoop geen feiten of omstandigheden gesteld die tot de conclusie kunnen leiden dat [gedaagde] in het kader van deze koop niet heeft te gelden als een consument, doch als een koper die handelt in de uitvoering van een beroep of bedrijf.

4.12.
Gelet op het voorgaande kwam [gedaagde] een beroep toe op artikel 7:2 BW. Nu zij, zoals hiervoor onder 4.8. overwogen, tijdig de koopovereenkomst op grond van dit artikel heeft ontbonden, is zij niet gehouden enig bedrag aan Recreatie Verkoop te voldoen.

Slotsom
4.13.
De vordering wordt afgewezen. Recreatie Verkoop zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht 842,00
- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten× tarief € 894,00)
Totaal € 2.630,00

5 De beslissing
De rechtbank

5.1.
wijst de vordering af,

5.2.
veroordeelt Recreatie Verkoop in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 2.630,00,

5.3.
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2013.
Coll.: MvL
Add a comment...

ECLI:NL:RBGEL:2013:5055

InstantieRechtbank Gelderland
Datum uitspraak13-11-2013
Datum publicatie 24-12-2013
ZaaknummerC-05-241317 - HA ZA 13-210

Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerkenEerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie
Bijzondere bescherming van consument-kopers ex 7:2 BW. Aanschaf vakantiewoning niet in kader van beroep/bedrijf. Afwijzing vordering.

VindplaatsenRechtspraak.nl 
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/241317 / HA ZA 13-210
Vonnis van 13 november 2013

in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MONARCH RECREATIE B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

1 [gedaagde sub 1],
en
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te [plaats, gemeente],
gedaagden,
advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem.
Partijen zullen hierna Monarch en [gedaagden]genoemd worden. Gedaagden worden waar nodig afzonderlijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 29 mei 2013;
-
het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2013 met aangehechte opmerkingen van beide partijen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.
Blijkens een op 4 november 2012 door [gedaagden]ondertekende “aankoopbevestiging” (productie 1 van Monarch), heeft Monarch aan [gedaagden]verkocht een recreatieobject (hierna: het chalet), type Hackfort de Luxe (met toebehoren) en het daarbij behorende[kavel].
De totale koopprijs bedroeg € 195.000,00 exclusief BTW. Op de aankoopbevestiging is aangekruist dat het chalet gebruikt zou gaan worden voor beheer- en exploitatiedoeleinden en dat een exploitatiegarantie zou gelden van 12,5% gedurende zeven jaar.
2.2.
In de aankoopbevestiging is onder meer het volgende opgenomen:
“Naam Koper: [gedaagden]
(…)
Verklaart de originele versie van deze aankoopbevestiging te hebben ontvangen en te hebben gekocht van Monarch Recreatie B.V. en hierbij kennis te hebben genomen en akkoord te gaan met de Algemene Voorwaarden van Monarch Recreatie B.V. zoals op de achterzijde van deze aankoopbevestiging staat vermeld. (…)”
2.3.
Artikel 10 lid 3 van de algemene voorwaarden van Monarch luidt als volgt:
“Indien verkoper op grond van lid 1 nakoming van de overeenkomst verlangt, zal koper ten behoeve van verkoper na afloop van de in lid 1. genoemde termijn van acht (8) dagen voor elke sedert dien verstreken dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijke opeisbare boete verschuldigd zijn van drie (3) pro mille van de overeengekomen koopsom, onverminderd volledige schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal, de kosten als vermeld in artikel 8 lid 2 daaronder begrepen.(…)”
2.4.
Bij brief van 6 november 2012 heeft [gedaagden]het volgende aan Monarch medegedeeld:
“(…) Via dit schrijven laat ik u weten gebruik te maken van de wettelijke bedenktijd van 3 dagen als particulier (art. 7:2 (lid 2) BW)
Hierdoor maken we u kenbaar dat we de koop ontbinden mbt [kavel] Hackfort de Luxe incl ondergrond op locatie [locatie], welke we op 4 november 2012 zijn aangegaan. (…)”
2.5.
Bij brief van 23 november 2012 aan de gemachtigde van[gedaagden], Stichting Univé Rechtshulp, is [gedaagden]gesommeerd om overeenkomstig hetgeen vermeld is op de aankoopbevestiging de bij de aankoop verschuldigde eerste betalingstermijn van 20 % ten bedrage van € 27.000,00, te vermeerderen met 21 % b.t.w., in totaal € 32.670,00, en een bedrag van € 12.000,00, zijnde 20 % van de kosten van de kavel, binnen acht dagen te voldoen, met aanzegging dat bij gebreke van tijdige dan wel correcte betaling een boete verschuldigd zal zijn van 3 pro mille per dag over het verschuldigde deel van de koopsom.

3 Het geschil
3.1.
Monarch vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
1. [gedaagden]zal veroordelen om zijn medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van de tussen partijen op 4 november 2012 gesloten koopovereenkomst;
2. [gedaagden]zal veroordelen om aan Monarch te voldoen de som van
€ 27.000,00, te vermeerderen met 21 % b.t.w. en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
3. [gedaagden]zal veroordelen om aan Monarch te voldoen de boete van drie pro mille per dag over de eerste betalingstermijn zijnde € 585,00 per dag vanaf 1 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;
4. met veroordeling van [gedaagden]in de kosten van deze procedure, het één en ander hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd.

3.2.
Monarch legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagden]geen beroep toekomt op de wettelijke bedenktijd van drie dagen, aangezien hij door de aankoop van het chalet met de intentie om een zeker rendement te halen uit de verhuur heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

3.3.
[gedaagden]concludeert dat de rechtbank Monarch niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, dan wel de vorderingen als zijnde ongegrond af te wijzen, met veroordeling, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van Monarch in de kosten van dit geding.

3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
4.1.
[gedaagden]heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat hij niet de wil heeft gehad om tot aankoop van het chalet over te gaan. [gedaagden]wordt hierin niet gevolgd. Vast staat dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hun handtekeningen hebben gezet op de aankoopbevestiging, waarmee zij onder meer verklaren “(…) te hebben gekocht van Monarch Recreatie (…)”. Voorts wordt [gedaagden]op de aankoopbevestiging als koper aangeduid en is de koopprijs duidelijk vermeld. Door ondertekening van de aankoopbevestiging wordt [gedaagden]geacht te hebben ingestemd met de aankoop van het chalet. [gedaagden]heeft tijdens de comparitie verklaard dat hij dacht het formulier waarop hij zijn handtekening heeft gezet informatie betrof en slechts een registratie van zijn interesse was. Monarch heeft gemotiveerd betwist dat [gedaagden]niet op de hoogte was van de inhoud van de aankoopbevestiging.
Dat bij [gedaagden]ten tijde van de ondertekening van de aankoopbevestiging niet de wil bestond om tot aankoop van het chalet over te gaan kan gelet op het vorenstaande niet worden geconcludeerd. Derhalve wordt geoordeeld dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen.
4.2.
Vervolgens dient beoordeeld te worden of [gedaagden]aanspraak kan maken op de in artikel 7:2 BW voorgeschreven bijzondere bescherming van consument-kopers. Ingevolge voormeld artikel komt een koper het recht toe de koop binnen drie dagen te ontbinden indien het gaat om de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of bestanddeel daarvan en indien de koper een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hierbij kan het ook gaan om tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen. De bepaling is geschreven ter bescherming van consument-kopers.

4.3.
Monarch heeft gesteld dat [gedaagden]niet als consument-koper kan worden aangemerkt aangezien hij het chalet heeft gekocht met de intentie om rendement te halen uit de verhuur. [gedaagden]heeft erkend dat tijdens het gesprek op 4 november 2012 gesproken is over de mogelijkheid van verhuur van het chalet en de duur van de huurperiode, maar hij heeft uitdrukkelijk betwist dat hij aan Monarch heeft medegedeeld dat hij het chalet uitsluitend en alleen voor verhuurdoeleinden wilde gaan gebruiken. Volgens [gedaagden]had hij alleen belangstelling voor aankoop voor eigen gebruik. [gedaagden]heeft verder aangevoerd dat hij zich niet meer kan herinneren dat Monarch ten tijde van het gesprek heeft genoteerd dat [gedaagden]het chalet als beleggingsobject wilde aankopen.

4.4.
Op de aankoopbevestiging is aangetekend dat het chalet gebruikt zou gaan worden ten behoeve van beheer en exploitatie en dat een exploitatiegarantie van 12,5 % zou gelden. [gedaagden]heeft betwist dat ten tijde van de ondertekening die aantekening op de aankoopbevestiging stond en dat Monarch hem op de aankoop als beleggingsobject en de consequenties daarvan heeft gewezen.
Vast staat dat [gedaagden]binnen een kort tijdsbestek – een middag(deel) – is bewogen om tot aankoop van het chalet over te gaan, dat hij – gelet op hetgeen partijen ter comparitie hebben verklaard – niet of nauwelijks tijd heeft gehad om zich te beraden en dat hij ook niet eerder interesse heeft getoond of zich heeft verdiept in de mogelijkheden in verband met de aankoop van een chalet. Dat [gedaagden]primair de intentie had om rendement te behalen door middel van verhuur van het chalet kan gelet op het vorenstaande niet worden geconcludeerd. Tevens is relevant dat [gedaagde sub 1] een particulier is die inkomen uit arbeid ontvangt. Nu er voor het overige geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die ertoe leiden dat [gedaagden]geacht moet worden bij de aankoop van het chalet te hebben gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, bestaat geen aanleiding om hem de consumentenbescherming van artikel 7:2 BW te ontzeggen.
4.5.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat [gedaagden]het recht had de koopovereenkomst binnen drie dagen te ontbinden. Nu onweersproken is dat [gedaagden]tijdig van dit recht gebruik heeft gemaakt zullen de vorderingen van Monarch worden afgewezen.

4.6.
Monarch zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden]worden begroot op:
- griffierecht € 842,00
- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)
Totaal € 2.000,00

5 De beslissing
De rechtbank

5.1.
wijst de vorderingen af;

5.2.
veroordeelt Monarch in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden]tot op heden begroot op € 2.000,00;

5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.I. Spoor en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2013.1
1sa/ts
Add a comment...

ECLI:NL:RBGEL:2014:1797

InstantieRechtbank Gelderland
Datum uitspraak19-02-2014
Datum publicatie 18-03-2014
Zaaknummer249169

RechtsgebiedenCiviel recht
Bijzondere kenmerkenEerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie
Totstandkoming koopovereenkomst recreatieobject/chalet. Eiseres mocht er niet in redelijkheid op vertrouwen dat overeenstemming bestond over de inhoud van de koopovereenkomst (art. 3:35 BW). Beroep van gedaagde op wilsgebreken slaagt (art. 3:33 BW).

Vindplaatsen Rechtspraak.nl 

Uitspraak
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/249169 / HA ZA 13-571

Vonnis van 19 februari 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RECREATIE VERKOOP BV,
gevestigd te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde,
advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem.

Partijen zullen hierna Recreatie Verkoop en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 6 november 2013
-
het proces-verbaal van comparitie van 23 januari 2014.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.
Recreatie Verkoop heeft aan [gedaagde] op 4 maart 2013 een recreatie-object/chalet van het type L-Cube (hierna: de recreatiewoning) verkocht, bestemd om geplaatst te worden op kavelnummer 121 gelegen op [recreatiepark] (hierna: het recreatiepark).

2.2.
De van de koopovereenkomst opgemaakte akte vermeldt onder meer:

Prijs recreatieobject incl. BTW (…) € 139.500,-
(…)
Eenmalige aansluitkosten NVT
Extra voorzieningen: Betaling uit eigen middelen.
Aangekocht als investeringsobject voor verhuur.
Aanbetaling van € 10.000,- in week 11
(…)
Huursom Kavel € 8% kavelprijs (Dit bedrag is niet begrepen in het totale bedrag)
(…) € 70.000,-
Afleverdatum: voor 30 juni
Koper verklaart het recreatieobject na aankoop aan te wenden voor Eigen gebruik/Verhuur.
2.3.
In kleine lettertjes onderaan de koopakte staat:

Koper verklaart door ondertekening de originele versie van de verkoopbevestiging te hebben ontvangen en te hebben gekocht van Recreatie Verkoop B.V. Daarnaast verklaart de koper door ondertekening kennis te hebben genomen en akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Recreatie Verkoop B.V. zoals vermeld op de achterzijde van deze verkoopbevestiging. Koper verklaart uitdrukkelijk bovenstaand(e) recreatieobject(en) aan te kopen als roerende za(a)k(en).
2.4.
Artikel 10 lid 2 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:

Indien koper toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens verkoper en de overeenkomst deswege is ontbonden, verbeurt koper ten behoeve van verkoper een zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van twintig (20) procent van de overeengekomen totale koopsom, onverminderd het recht van verkoper op volledige schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal, de kosten als vermeld in artikel 8 lid 2 daaronder begrepen. Een door koper gestorte waarborgsom / aanbetaling zal hierop in mindering worden gebracht.
2.5.
Per e-mail van 7 maart 2013 schrijft [gedaagde] aan [naam] van Recreatie Verkoop onder meer het volgende:

Na veel wikken en wegen hebben wij besloten niet door te gaan met de aankoop van recreatiewoning 121 op [recreatiepark].
Bij nader inzien zijn er een aantal obstakels.
Als eerste dat we ons niet in kunnen schrijven bij de [gemeente], of ergens anders.
Dan het feit dat er onverwacht aanzienlijk meer regelementen en kosten bij betrokken komen, zoals inrichting, aankoop van de kavel etc. etc.
Ik dacht dat beter was dit direkt te laten weten zodat je het huis deze week weer in de verkoop kan zetten.
2.6.
Bij aangetekende brief van 19 maart 2013 antwoordt Recreatie Verkoop onder meer het volgende:

In reactie op uw e-mail aan [naam] van 7 maart jl., bericht ik u als volgt.
Op 4 maart 2013 heeft u bij ons op [recreatiepark] een L-Cube aangekocht voor een bedrag van € 139.500,- op huurkavelnummer: 121. Tevens is overeengekomen dat u de kavel zou huren voor 8% van de kavelprijs.
In voornoemde e-mail maakt u kenbaar dat u afziet van uw aankoop. Het gevolg van het ontbinden van de koopovereenkomst is, dat u annuleringskosten bent verschuldigd aan Recreatie Verkoop B.V.
De annuleringskosten staat omschreven in artikel 10 lid 2 van de algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden. Voor u betekent dit een bedrag van € 27.900,= (=20% van € 139.500,=).
Wij verzoeken u vriendelijk het bedrag van € 27.900,- uiterlijk 7 dagen na heden te voldoen. Indien wij uw betaling niet binnen voornoemde termijn hebben ontvangen zijn wij genoodzaakt deze vordering uit handen te geven. De kosten die hieruit zullen voortvloeien komen volledig en geheel voor uw rekening. (…).
2.7.
Ondanks sommatie is [gedaagde] niet tot betaling aan Recreatie Verkoop overgegaan.

2.8.
Bij aangetekende brief van 24 juli 2013 van de raadsman van Recreatie Verkoop aan [gedaagde] heeft Recreatie Verkoop meegedeeld dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk zal zijn ontbonden, indien [gedaagde] niet binnen een termijn van 5 dagen heeft laten weten mee te zullen werken aan de afwikkeling van de koopovereenkomst.

3 Het geschil
3.1.
Recreatie Verkoop vordert samengevat - na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst op 30 juli 2013 buitengerechtelijk is ontbonden en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 27.900,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.

3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
4.1.
Het meest ver strekkende verweer van [gedaagde] betreft de totstandkoming van de overeenkomst. Volgens [gedaagde] kan de overeenkomst hooguit worden beschouwd als een intentieovereenkomst omdat zij niet in kennis is gesteld van de huurvoorwaarden die zien op de huur en verhuur van de ondergrond waarop de recreatiewoning zal worden geplaatst. Ook is tussen partijen niet gesproken over de exploitatieovereenkomst met het recreatiepark, die gesloten moet worden om de recreatiewoning te kunnen verhuren, de voorwaarden van deze overeenkomst en het daarbij behorende meubelpakket dat aangeschaft zou moeten worden.

4.2.
De koopovereenkomst, de huurovereenkomst met betrekking tot de ondergrond en de exploitatieovereenkomsten kunnen niet als één overeenkomst worden beschouwd, reeds omdat de koopovereenkomst met Recreatie Verkoop is gesloten en de huur- en exploitatieovereenkomst met het recreatiepark moesten worden gesloten. Toch gaat naar het oordeel van de rechtbank het verweer van [gedaagde], dat er geen overeenstemming bestond tussen haar en de verkoper Recreatie Verkoop, op. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3.
Blijkens de inhoud van de koopovereenkomst is deze gesloten met het oog op het dienen als investeringsobject voor de verhuur. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat zij de intentie had om de woning zelf te gaan bewonen, maar dat Recreatie Verkoop haar er bij het ondertekenen van de koopovereenkomst op wees dat de mogelijkheid van een teruggave van de btw bestond, als in de koopovereenkomst zou worden opgenomen dat het investeringsobject betrof, bestemd voor de verhuur. Haar zou verder zijn meegedeeld dat zij de recreatiewoning slechts eenmaal hoefde te verhuren om voor deze teruggave in aanmerking te komen. Recreatie Verkoop heeft dit niet weersproken. [gedaagde] heeft verder toegelicht dat zij, vanwege deze teruggave, ermee akkoord is gegaan dat dit in de koopovereenkomst werd opgenomen en dat zij in ieder geval van plan was om de recreatiewoning eenmaal te verhuren.

4.4.
Recreatie Verkoop wist, zo is uit de gegeven toelichting ter comparitie gebleken, dat de mogelijkheid van bewoning en verhuur door [gedaagde] afhankelijk was van de huur van het perceel op het recreatiepark en dat voor verhuur het sluiten van een exploitatieovereenkomst met het recreatiepark noodzakelijk was en dat de inhoud van de huur- en de exploitatieovereenkomst vast lagen in een model. Of ook het aanschaffen van een meubelpakket noodzakelijk was, daar twisten partijen over. Wat daar ook van zij, terecht stelt [gedaagde] dat haar instemming met de koop afhankelijk was van haar instemming met de inhoud van de noodzakelijkerwijs daarmee verbonden huur- en exploitatieovereenkomsten die zij met het recreatiepark moest sluiten. Dit had haar kunnen weerhouden van het tekenen van de koopovereenkomst. Hiermee is dan ook duidelijk dat haar aanvaarding afhing van die andere overeenkomsten.

4.5.
Ter comparitie heeft Recreatie Verkoop met betrekking tot de huurovereenkomst nog toegelicht dat het hier gaat om een erfpachtconstructie, waarbij zij de ondergrond van Staatsbosbeheer in erfpacht heeft en het park de percelen vervolgens weer in ondererfpacht uitgeeft. Van de kant van [gedaagde] is hier zeer verbaasd op gereageerd. Deze erfpachtconstructie is volgens [gedaagde] nooit met haar besproken, hetgeen Recreatie Verkoop niet heeft betwist. Over een exploitatieovereenkomst is volgens [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst in het geheel niet gesproken. Pas na het tekenen van de koopovereenkomst is [gedaagde] erachter gekomen dat zij, wilde zij tot verhuur van de recreatiewoning overgaan, een exploitatieovereenkomst met het recreatiepark moest sluiten. Ook dit heeft Recreatie Verkoop niet betwist.

4.6.
[gedaagde] kocht aldus de recreatiewoning in de wetenschap dat deze geplaatst zou worden op het recreatiepark en door haar verhuurd kon worden, maar zonder wetenschap van de voorwaarden van de huurovereenkomst en zonder te weten dat zij daartoe ook nog een exploitatieovereenkomst met het recreatiepark moest aangaan, waarvan de inhoud in beginsel vast lag. Onder deze omstandigheden kan [gedaagde] niet worden tegengeworpen dat zij de koopovereenkomst getekend heeft. Het was de professionele verkoper, Recreatie Verkoop, niet de niet-professionele koper, [gedaagde], die wist, althans behoorde te begrijpen dat [gedaagde] haar handtekening zette voordat zij op de hoogte was van de inhoud van de twee andere overeenkomsten die noodzakelijkerwijs door haar gesloten moesten worden, voordat zij de recreatiewoning kon laten plaatsen en voordat zij kon overgaan tot bewoning en tot de verhuur die in de koopovereenkomst was voorzien.

4.7.
Recreatie Verkoop had haar hierover moeten informeren. Overeenstemming over de huur van de ondergrond en de verhuursituatie en condities was voor [gedaagde] immers onlosmakelijk verbonden met de koopovereenkomst. Dat dit zo was en wat de inhoud van die andere twee overeenkomsten was, daarvan was Recreatie Verkoop op de hoogte. Recreatie Verkoop kon er dan ook niet in redelijkheid op vertrouwen (art. 3:35 BW) dat over de koopovereenkomst op zichzelf, die zinloos was zonder de huur en exploitatieovereenkomsten, overeenstemming bestond. Hieruit volgt dat over de inhoud van de koopovereenkomst geen wilsovereenstemming (art. 3:33 BW) tussen partijen bestond.

4.8.
Nu, gelet op het hierboven overwogene, het verweer van [gedaagde] slaagt, is de grondslag aan de vorderingen van Recreatie Verkoop komen te ontvallen. De rechtbank kan daarom de overige stellingen van partijen buiten beschouwing laten.

4.9.
Recreatie Verkoop zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht 842,00
- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punt × tarief € 579,00)
Totaal € 2.000,00

5 De beslissing
De rechtbank

5.1.
wijst de vorderingen af,

5.2.
veroordeelt Recreatie Verkoop in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 2.000,00,

5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2014.
Coll. MBR
Add a comment...
Wait while more posts are being loaded