Profile cover photo
Profile photo
Henk Westbroek
101 followers -
Alles over en rond Henk Westbroek
Alles over en rond Henk Westbroek

101 followers
About
Henk Westbroek's posts

Post has attachment
Op 22 september treedt Henk Westbroek op met popkoor Noisz. Het koor organiseert een ‘nederpopavond’ houden, waarbij nummers van de Utrechtenaar en zijn band het Goede Doel centraal staan. “Zie het maar als een soort Symfonica Hollandia, waarbij ook het publiek volop meezingt. Ik hou er niet van als een zaal de hele avond passief zit toe te kijken. Het moet opnieuw een feestje worden”, aldus dirigent Barbara Lok.

http://www.henkwestbroek.com/2012/nederpopavond-met-popkoor-noisz

Column: Ouderwetse Duitsershaat

Als mijn vader nog zou leven zou hij dit jaar precies 95 geworden zijn. Ik ben nooit in mijn leven omgegaan met iemand die hartelijker en behulpzamer was dan hij. Behalve voor Duitsers.

Zijn weerzin tegen onze oosterburen ging zo ver dat hij zelfs niet bereid was van Duitse wegen gebruik te maken om zo snel mogelijk in Italië de vakantietent op te kunnen zetten. Gelukkig was mijn moeder thuis de baas. Ze leende jerrycans waar benzine in kon, zodat er in Duitsland niet getankt hoefde te worden en sloeg een voorraad proviand in die het onnodig zou maken om onderweg ergens een broodje te hoeven kopen.

We waren nog geen 200 kilometer op Duitse bodem of de auto begon kuren te vertonen waardoor we gedwongen waren op de eerste de beste camping de tent op te zetten. Van de uiterst vriendelijk campingbaas leende mijn vader gereedschap om aan zijn auto te kunnen sleutelen en toen dat ding weer goed liep kreeg mijn vader last van gruwelijke rugpijn. Hij voelde zich de volgende ochtend nog steeds niet in staat om een dikke duizend kilometer in een hobbelende auto te zitten, dus we bleven nog maar een dagje staan.

De camping was prachtig. Onze tent stond aan de rand van een snelstromende riviertje waarin Duitsers in lange lieslaarzen op forellen visten. Dat wilde ik ook: vissen vangen! Mijn vader vond een lange stok, knoopte daar een touwtje aan vast en omdat in de naaidoos van mijn moeder ook veiligheidsspelden zaten, kon dat touwtje van een geïmproviseerd vishaakje voorzien worden. Ik ving natuurlijk niks maar vermaakte me omdat de stroming van het riviertje ervoor zorgde dat ik lekker vaak omviel.

Na een paar uur waterplezier werd ik door een Duitse meneer in een groen pak naar de kant geroepen. Hij droeg een hoedje waarop twee vogelveren vastgeplakt waren waardoor ik vanzelfsprekend vermoedde dat het een vermomde Indiaan was. Hij vroeg iets aan me wat ik niet verstond dus ik haalde mijn vader erbij die hem wel begreep. Er ontstond een stevige ruzie tussen de twee heren naar aanleiding van het feit dat ik zonder visvergunning in beschermd viswater iets deed wat op vissen leek. De hoeder van de forellenstand schreef een bekeuring uit, die mijn vader demonstratief versnipperde en toen de goede man mijn hengel wilde afpakken beloofde mijn vader hem te zullen wurgen als hij het lef zou hebben me aan te raken.

De man schatte goed in dat mijn vader een man van zijn woord was en vertrok. Om een kwartier later terug te komen in een politieauto, die met loeiende sirene de camping op scheurde. Het feest begon van voor af aan, met dat verschil dat de rivierwachter - omdat hij nu bescherming van twee agenten genoot - het aandurfde de hengel die ik vasthield uit mijn handen te trekken. Zoals beloofd begon mijn vader hem zonder enige vorm van waarschuwing te wurgen, wat de agenten niet goed vonden. Mijn vader werd van handboeien voorzien en meegenomen. Ik stond erbij, ik keek erna en ik huilde als het kleine kind dat ik was.

“We gaan alvast inpakken en de tent afbreken”, zei mijn moeder. “En je hoeft helemaal niet te huilen want je vader heeft voor ergere vuren met Duitsers gestaan en toen is je vader ook zonder kleerscheuren thuis gekomen. Over een uur staat hij hier weer: daar kun je vergif op innemen!” Omdat alles wat mijn moeder zei altijd klopte, ging ik eerst nog een half uurtje vissen met de hengel die toch niet meegenomen was, om daarna mijn moeder te mogen helpen met het zo strak mogelijk oprollen van de tent.

Toen alles ingepakt was stapte mijn vader uit de politieauto die deze keer zonder sirene de camping opreed en zei: “Ze zullen toch echt opnieuw met een leger voor onze deur moeten staan voordat ik de boete die ik gehad heb ga betalen. Ik rij trouwens zelf wel want toen ik die mof bij zijn strot greep schoot in een klap de rugpijn m’n rug uit. Slapen we vannacht even thuis of zal ik gelijk doorrijden naar Texel?”

http://www.henkwestbroek.com/2012/column-ouderwetse-duitsershaat

Column: Globalisering begon in 1493

Al op de avond van Tweede Pinksterdag, maar ook de hele dag erna, werd in alle nieuwsrubrieken op de radio jubelend vermeld dat zowel Pony Park Slagharen als De Efteling een topweekend gedraaid hadden. Hoe het Dierenpark Amersfoort, Madurodam en alle Nederlandse ijssalons die Roma heten in datzelfde zonnige Pinksterweekend vergaan was, bleek het vermelden niet waard. Jammer, want door deze opvallende onvolledigheid promoveerde dit economische nieuwsfeitje tot een voorbeeldig voorbeeld van selectieve informatie.

Dat viel me op omdat ik zelf in het Pinksterweekend een boek las dat juist een overdaad aan informatie bevat. Het heet 1493 en is geschreven door iemand die kraakhelder schrijven kan, Charles Mann. Hij toont haarfijn en met een groot oog voor detail aan dat de ecologische en economische globalisering in 1493 begon als gevolg van Columbus’ ontdekking van Amerika een jaar eerder. Als resultaat van diè keer dat Amerika ontdekt werd, kwam de in Europa niet voorkomende aardappel, maar ook de tomaat en de maïskolf bij ons terecht. Een hectare aardappels, om selectief verder te gaan, bleek vier keer meer mensen te voeden dan een hectare Europese tarwe. Met gevolg dat in Europa de hongersnood verminderde en de bevolkingsgroei toenam.

Columbus en zijn navolgers exporteerden op hun beurt - zonder daar enig besef van te hebben - Cholera, Tyfus en een palet aan andere ziekten waar de bevolking van Amerika nauwelijks weerstand tegen had. Met als gevolg dat binnen 100 jaar ruim de helft van de mensen in Noord- en Zuid-Amerika morsdood waren. Omdat er in Amerika bergen met zilver te delven waren, kwam er bij ons ineens meer dan voldoende geld beschikbaar om schepen te bouwen waarmee slaven uit Afrika naar Amerika gebracht konden worden. Om daar in de zilvermijnen de plaats van de verzwakte of overleden lokale slaven in te nemen.

Toen ik dit prachtige boek uit had besefte ik dat zij die moeite hebben met de globalisering - en ik hoor daar ook bij - ruim 500 jaar achter de feiten aanlopen en in wezen met hun hoofd in een sprookjeswereld leven. Zoals de Efteling dat is. En niet te vergeten; Pony Park Slagharen!

http://www.henkwestbroek.com/2012/column-globalisering-begon-in-1493

Column: Bloemenbonussen

Mijn huis is op dit moment een grote bloemenzee! Het zijn niet zomaar zes grote vazen met daarin zes oogstrelende gemengde boeketten die mijn woonkamer opfleuren. Nee, nee; de royale bossen bloemen – veelal opgeleukt met bladertakken en soms gemengd met dunne houten stokjes waar bovenop een goud geschilderd dennenappeltje gemonteerd is – hebben me geen stuiver gekost! Het zijn namelijk wat wij artiesten ’bonusbossen’ noemen.

Je zingt tegen betaling op een podium een liedje, of je bent acteur en je doet anderhalf uur lang net alsof je iemand anders bent, en na afloop van je werk komt een mooie mevrouw of mijnheer je als extraatje twee zoenen en een prachtboeket geven als dank voor de geleverde prestatie: een bonusbos!.

Wielrenners krijgen ook wel eens zo’n boeket bovenop hun kilometervergoeding aangeboden, maar uitsluitend als ze een rit of een etappe gewonnen hebben: artiesten krijgen, of ze hun werk nou goed of slecht deden, altijd een bloemenbonus. Na deze verduidelijking zult u in staat zijn in te zien dat er op bonusgebied een zekere overeenkomst bestaat tussen artiesten aan de ene kant en het roedel topbankiers en niet te vergeten voormalig directeur van woningbouwcorporatie Vestia, Erik Staal, aan de andere kant.

Vorige week woensdag besloot het Engelse hooggerechtshof immers dat 104 bankiers die werkzaam zijn bij de Commerzbank in Londen zondermeer recht hebben op een gezamenlijke en onderling te verdelen bonusje van 50 miljoen euro. Over het jaar waarin die bank 6500 miljoen euro verlies leed. Zo’n opvallend groot verlies weten te creëren is een prestatie, maar niet van het soort dat het een prestatiebonus in mijn ogen rechtvaardigt. Ook het feit dat directeur Erik Staal een woningbouwcorporatie, blijkbaar ongecontroleerd, in de financiële afgrond wist te storten vind ik persoonlijk geen prestatietoeslag ter hoogte van enkele miljoenen waard. Hoewel het op zich wel een listige prestatie is om vervolgens snel op een tropisch eiland te gaan wonen waar dankzij de zogenoemde Pensionada Regeling het betalen van de belasting grotendeels ontweken kan worden.

Of ik in zijn algemeenheid iets tegen bonussen heb? Ach, welnee! Als het maar blijft bij een bos bloemen!

http://www.henkwestbroek.com/2012/column-bloemenbonussen

Column: Gelukkig maar dat jongeren zo gelukkig zijn!

Mijn dochter is nogal jong en zo’n blij mens dat ik daar steeds opnieuw nog blijer van word dan ik in de basis toch al zo ben. Vorige week werd de Nederlandse bevolking in zijn algemeenheid verblijd met de uitkomst van een diepgravend onderzoek waaruit bleek dat van alle Westerse jongeren de Nederlandse verreweg het gelukkigst zijn.

Hoera! Onze kinderen zijn door de bank genomen geestelijk en lichamelijk gezonder dan alle andere westerse jongeren; ze zijn goed op gewicht, poetsen hun tanden drie keer per dag, sporten zich suf, gebruiken niet al te veel schadelijke genotmiddelen, hebben leuke vrienden en vriendinnen en kunnen bovendien uitstekend overweg met hun ouders. Hoe het komt dat jongeren tegenwoordig geen last van een generatieconflict meer hebben en zo lekker in hun vel zitten?

Ik zou zeggen omdat de ouders erin geslaagd zijn hun kinderen op te voeden in een sfeer waarin over van alles en nog wat openlijk gepraat kan worden zonder dat het nou gelijk in grote ruzie ontaard. Hoogleraar jeugdstudies Wilma Vollenbergh denkt daar anders over en is van mening dat onze jongeren zo gelukkig zijn geworden omdat ouders de laatste jaren juist veel strenger voor hun kinderen zijn. Haar opvatting kan logischerwijs niet kloppen. Strenge, rechtlijnige ouders zijn namelijk minder dan ouders met enige opvoedingssouplesse in staat om thuis een sfeer te creëren waarbinnen jongeren zich als een vis in het gezinswater voelen. Met strenge ouders valt nou eenmaal niet goed te praten omdat je geacht wordt uitsluitend goed naar ze te luisteren. Je mond dicht moeten houden en je oren open is niet iets dat de liefde voor ouders bevordert.

De jongeren zèlf vinden trouwens dat ze makkelijk en in alle openheid met hun ouders overweg kunnen, wat eens te meer aantoont dat hoogleraar Vollenbergh de analytische plank volledig misslaat. Op zich is dat niet zo humeurbedervend, ware het niet dat Wilma Vollenbergh propageert dat met name de oudere jongeren strenger aangepakt moeten worden. Op de 15-plussers moet in haar opvatting, zoals ze dat zo eigenzinnig formuleert, “stevig worden ingezet’’.

Niet doen ouders! Niet stevig in gaan zetten maar gewoon doorgaan met de liberale opvoedingsstrategie die nu al zo succesvol blijkt te zijn. Mijn vader zei het, enigszins kort door de bocht, al in veel strengere tijden dan nu: “Je slaat het er wel in, maar je slaat het er nooit uit!’’
http://www.henkwestbroek.com/2012/column-gelukkig-maar-dat-jongeren-zo-gelukkig-zijn

Suiker en telefooncellen

Nog niet eens een volle generatie geleden kon je in een spannende film met autoachtervolgingen of, als het een psychologische thriller was zonder autoachtervolgingen, wachten op het moment dat de hoofdrolspeler radeloos op zoek was naar een telefooncel. Alleen hij bezat namelijk de informatie die een bomaanslag of een meervoudige lustmoord kon voorkomen en als er dan eindelijk een telefooncel gevonden was, werd die steevast bezet door iemand die midden in een eeuwigdurend telefoongesprek zat en om die reden de telefooncel uitgeslagen moest worden. Of de hoorn van de telefoon was door een vandaal aan gort geslagen, dat kon ook.

Het lijkt me buitenproportioneel om uit naam van deze filmische stijlvorm en de kwakkelende telefooncelindustrie te pleiten voor een totaal verbod op het bezitten en gebruiken van een mobieltje in de openbare ruimte. Mobieltjes zijn immers geen sigaretten. Een andere fraaie stijlvorm is 'het kopje suiker'. Hoe vaak ziet u niet, in een film of een televisieserie, een verlegen jonge vrouw of een door lust verteerde jongeman met een leeg kopje aanbellen bij het object van liefde met de vraag: “Ik ben een appeltaart taart aan het bakken en laat ik nou net een half onsje suiker te kort komen, dus kun je me even uit de brand helpen?” Als de taart eenmaal gebakken is komt de suikerlener vervolgens die suiker plus, als vorm van rente, een forse taartpunt terugbrengen en van dit één komt dan nogal eens het beoogde ander.

Sinds winkels zowat nooit meer dicht gaan dreigt deze liefdessmoes en daarmee ook deze artistieke stijlvorm net zo gedateerd te raken als de zoektocht naar een onbemande telefooncel. Objectief wetenschappelijk onderzoek heeft ondertussen aangetoond dat in de tijd dat alle winkels om zes uur sloten en op zaterdag nog vroeger om dan pas op maandagmiddag weer open te gaan, geen enkele Nederlander als gevolg hiervan ooit van honger omkwam. Niemand!

Ik pleit dan ook voor de ouderwetse winkelsluitingstijden en de daaraan gekoppelde 'boodschappen-doen-discipline'. Niet alleen omdat dit voor winkelpersoneel een zegen zou zijn, maar vooreerst uit naam van die verlegen maar oh zo suikerzoete liefdeswens.

http://www.henkwestbroek.com/2012/column-suiker-en-telefooncellen

De stinkende pruikentijd

De Franse koning Lodewijk de 14e constateerde in 1670 dat er geen haar meer op zijn hoofd wilde groeien. Omdat hij en niemand anders bepaalde wat mooi en lelijk was en hij het - anders dan een Arjan Robben, een Pim Fortuyn en een Eddy Zoey - niet op kon brengen zijn kaalheid met trots te etaleren, besloot hij om een pruik op te zetten.

Waarna iedereen die niet van de straat was, maar wel de mentaliteit van een lakei bezat ook maar besloot om bepruikt door het leven te gaan. Waardoor in heel Europa de pruikentijd uitbrak. Omdat de persoonlijke hygiëne indertijd nogal wat te wensen overliet, maar de parfumindustrie floreerde, stonken de hoogste kringen niet zozeer naar opgestapeld zweet en ranzig vet maar naar een indringende melange van rozenolie, walvisdestillaat en poepessence waarvan in die tijd - net als nu naar het schijnt – de parfums gecomponeerd werden.

Tegenwoordig is zelfs de kleinste woning in de meest gruwelijke kracht- dan wel prachtwijk voorzien van een werkende douche en wordt hoofdkaalheid eerder als een vorm van menselijke schoonheid dan als een uiting van lelijkheid ervaren. En toch stinkt ons land alsof we nog steeds midden in die goeie ouwe pruikentijd zitten. Als ik ‘s morgens de bus naar het station pak en de pech heb dat die bus druk bevolkt wordt door studenten en scholieren, dan stap ik in een penetrante walm van elkaar bevechtende goedkope parfums. Wat me altijd opnieuw doet verbazen waarom de bond van buschauffeurs nooit op het redelijke idee kwam een stanktoeslag bij de cao- onderhandelingen te bedingen. Ook op drukke bijeenkomsten in dansgelegenheden is het eerder regel dan uitzondering dat het in het glazen rookhok nauwelijks meer stinkt dan in de rest van het etablissement, anders dat dan weer wel.

Dat vorige week geopenbaard werd dat stank - pure stank - de grootse ergernis van vrijwel alle Nederlanders is, heeft me onverwacht maar aangenaam verrast. Ik zou derhalve uit naam van pakweg iedereen met een redelijk functionerende neus willen bepleiten dat in het middelbaar onderwijs, naast de blijkbaar noodzakelijke cursussen intermenselijke omgangsvormen, ook een klein half uurtje wordt ingeruimd om jongeren te informeren dat ook qua parfumgebruik de pruikentijd ver achter ons ligt.

http://www.henkwestbroek.com/2012/column-de-stinkende-pruikentijd

Post has attachment
Henk Westbroek heeft zijn contract bij de regionale zender RTV Utrecht met drie jaar verlengd. Henk maakt daar al sinds 2002 het televisieprogramma Westbroek!

Om het tienjarig jubileum van Westbroek! te vieren wordt een vleugel in het gebouw van RTV Utrecht naar de zanger vernoemd. “Wat ontzettend leuk. Dat ik dit bij leven nog mee mag maken”, reageert Westbroek, die een straatnaambord van de Henk Westbroekvleugel kreeg overhandigd. “Meestal krijg je pas een bord als je dood bent, maar nu kan ik er zelf ook nog van genieten.”
Photo

Post has attachment
Mini-tournee Henk Westbroek door Utrechtse wijken


Henk trad de laatste 15 jaar maar 2 keer in zijn eigen stad op. Dat wordt nu in één keer goedgemaakt. Henk Westbroek zoekt dit voorjaar de Utrechtse wijken op. Met een nieuwe programma trekt Henk langs de kleine Utrechtse theaters en cultuurhuizen in 10 verschillende Utrechtse wijken.

De naam van het programma is “Utrecht in liedjes”. Alle liedjes hebben namelijk wel een connectie met Utrecht. “Zonder deze prachtige stad en haar inwoners hadden ze niet geschreven kunnen worden”, aldus Henk.

Henk treedt ook deze tournee weer op met pianist Philibert van de Bosch en gitarist Joost Vergoosen. Nieuw is tapdanseres Marieke van der Ven, die de ritmesectie voor haar rekening neemt. De première is op 19 april in ZIMIHC Theater Zuilen te Utrecht.

Meer info op http://www.henkwestbroek.com

Post has attachment
Yo Jo Yeah!


“’Het aanzien van ons land in het buitenland wordt razendsnel minder”, las ik vorige week op de voorpagina van het Algemeen Dagblad zelf. Wat zou die Geert nou weer geflikt hebben, dacht ik natuurlijk gelijk. Maar ten onrechte. Oud-minister van onderwijs Jo Ritzen had namelijk in een brandbrief opgeschreven dat het onderwijsbeleid in ons land veranderen moet. Niet omdat daar volop goede redenen voor te bedenken zijn maar “omdat het aanzien van ons land in het buitenland aan het afnemen is’’.

Anders dan de heer Ritzen vermoed ik niet dat men in China en de Verenigde Staten – om maar eens wat buitenland van een naam te voorzien – in vlammende woede ontstoken is omdat studenten die bij ons extreem lang over hun studie doen daarvoor nu een boete krijgen. Los daarvan; de peilloze kleinburgerlijkheid van deze manier van argumenteren is zo tenenkrommend.

In plaats van iets zinnigs te zeggen – bijvoorbeeld dat alle onderwijs gratis hoort te zijn omdat alle jonge mensen gelijke kansen moeten krijgen om later ongelijk te kunnen worden – wordt een logica gebruikt die geen logica is. Maar wel een uiting van een in angstige onzekerheid gewortelde wens om vooral maar bij de buren in de smaak te vallen. “We gaan niet naar Texel op vakantie hoor, lieverd! Wat zouden de buren wel niet van ons denken als we net als zij ook niet naar een ver buitenland gingen?” “Het gras moet vandaag nu echt gemaaid worden, schat! Anders zouden de buren kunnen denken….” “Heb je gehoord dat de buren van plan zijn om een elektrische auto te kopen! Dus wij moeten ze voor zijn want we kunnen niet bij ze achterblijven.” Om van te rillen dit soort redenen om besluiten te rechtvaardigen; de eventuele mening van buren die als puntje bij paaltje komt weinig meer van je weten dan dat je bestaat.

U mocht niet op Pim Fortuyn stemmen omdat we dan bij onze buren een pleefiguur zouden slaan! U mocht de Europese grondwet niet verwerpen omdat het buitenland dat een doorn in het oog zou zijn. En nu moet dus het onderwijsbeleid veranderen om…., waarom ook al weer? Om te voorkomen dat onze verre buren die in andere landen wonen ons anders heel misschien niet meer zo beminnelijk vinden, liet Jo Ritzen in een brandbrief aan alle kranten weten. En of die brief trouwens wilde branden, toen ik er de barbecue mee aanstak.

Bron: De Nieuwe Utrechter
Wait while more posts are being loaded