Profile cover photo
Profile photo
Kooijman Autar Notarissen, Adviseurs, Mediators en Juristen
18 followers -
Juridische vragen, wij nemen u werk uit handen, besparen belasting en voorkomen kosten.
Juridische vragen, wij nemen u werk uit handen, besparen belasting en voorkomen kosten.

18 followers
About
Kooijman Autar Notarissen, Adviseurs, Mediators en Juristen's interests
Kooijman Autar Notarissen, Adviseurs, Mediators en Juristen's posts

Post has attachment
Gemene stiefmoeder
 
Rechter maakt korte metten met schenkingen door langstlevende echtgenote aan haar eigen kind. De reden: de kinderen van de overleden echtgenoot van die langstlevende werden hierdoor benadeeld. De schenkingen waren hierdoor paulianeus.
 
Op grond van de wet kan een schuldeiser een rechtshandeling vernietigen indien de schuldenaar bij het verrichten van die rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daardoor een of meer andere schuldeisers benadeeld zouden worden (de zogenaamde actio pauliana).
 
X en Y hebben in 1997 krachtens erfrecht een niet-opeisbare geldvordering verkregen op hun stiefmoeder: de echtgenote (V) van de erflater. Deze geldvordering is nu opeisbaar, maar het vermogen van V is nu onvoldoende om de vorderingen van X en Y te voldoen. Naar aanleiding hiervan hebben X en Y de schenkingen die V in 1999, 2000 en 2001 had gedaan aan haar kind uit een eerdere relatie, buitengerechtelijk vernietigd.
 
Het hof heeft in navolging van de rechtbank geoordeeld dat de schenkingen terecht zijn vernietigd. Het hof verwerpt onder meer het betoog dat de vordering tot vernietiging is verjaard. Volgens het hof verjaart de rechtsvordering tot vernietiging van de schenkingen wegens benadeling van schuldeisers pas drie jaar nadat X en Y de benadeling als gevolg van de schenkingen hebben ontdekt. Niet gebleken is dat de vernietiging na het verstrijken van deze termijn is ingeroepen. Verder overweegt het hof dat de schenkingen als rechtshandelingen 'om niet' moeten worden aangemerkt zodat niet van belang is of ook het eigen kind van V wist dat de schuldeisers van V door de schenkingen werden benadeeld.
 
In een samenleving waarin steeds vaker sprake is van samengestelde gezinnen een belangrijke uitspraak. Een goed testament of een goed vormgegeven schenkingsakte kan problemen voorkomen. Voor meer informatie Heidi van Dijk.
Tel. 0101-2858888
Photo

Post has attachment
Buitenlandse erfenis delen
 
Wanneer je getrouwd bent zonder huwelijkse voorwaarden te hebben opgesteld, valt een erfenis van bijvoorbeeld (een van) je ouders in beginsel in de gemeenschap van goederen. Dit betekent dat die erfenis bij echtscheiding gedeeld moet worden tussen beide echtgenoten.
 
Een manier om hier wat aan te doen is om als erflater een uitsluitingsclausule in je testament op te nemen. Die clausule zorgt ervoor dat de verkrijging uit het testament nooit of slechts in bepaalde gevallen in de gemeenschap van goederen valt. In de meeste landen kent men de uitsluitingsclausule niet omdat deze daar niet nodig is. Erfenissen komen daar immers nooit toe aan de echtgenoot van de verkrijger. In de rechtspraak wordt verschillend geoordeeld of een nalatenschap van een buitenlandse erflater (zonder een testament met een uitsluitingsclausule) in de gemeenschap van goederen valt.
 
Onlangs is er een uitspraak gedaan over een echtpaar dat zonder huwelijkse voorwaarden was gehuwd. Mevrouw ontving een aandeel uit de nalatenschap van haar moeder. Haar moeder woonde in India en had geen testament gemaakt. Daarna scheidde het echtpaar. De rechtbank heeft in dit geval geoordeeld dat hetgeen mevrouw heeft geërfd in de huwelijksgoederengemeenschap is gevallen en dat dit vermogen dient te worden gedeeld met haar ex-echtgenoot.
 
Mevrouw ging tegen deze uitspraak in hoger beroep. Volgens haar zou de verkrijging uit de nalatenschap van haar moeder op grond van de redelijkheid en billijkheid niet in de gemeenschap moeten vallen. Daarnaast voerde mevrouw aan dat de relevante Indiase wetgeving de uitsluitingsclausule niet kent.
 
Het hof heeft het betoog van mevrouw verworpen. Volgens vaste jurisprudentie is namelijk het nationale recht van de verkrijger van toepassing op de vraag of een verkrijging uit gift of nalatenschap al dan niet in de gemeenschap valt. Het maakt daarbij niet uit of de moeder van mevrouw niet op de hoogte was van het Nederlandse stelsel van de gemeenschap van goederen.
 
Verwacht je een buitenlandse erfenis en wens je zelf de regie in handen te houden, dan is het raadzaam om huwelijkse voorwaarden op te stellen.
 
Voor meer informatie, Lizzy Velthoven
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
Boffen met liquide middelen
 
De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting geven een vrijstelling van 83% van het actieve ondernemingsvermogen. De vraag die de gemoederen bezig houdt is: "welk deel van het vermogen is niet actief". Dat is een vraag als het gaat om beleggingen in vastgoed, maar ook als het gaat om echte liquide middelen.
 
In een situatie waarover de rechter onlangs moest oordelen ging het over een BV met een waarde van € 1.700.000, waarvan € 1.400.000 aan liquide middelen. De enige aandeelhouder overleed en de erfgenamen deden een beroep op de faciliteiten voor de erfbelasting. Volgens de belastingdienst kwam vrijwel de gehele € 1.400.000 niet in aanmerking voor de faciliteiten.
 
De erfgenamen hebben bij de rechter aannemelijk gemaakt dat de liquiditeit slechts tijdelijk was omdat er een kans was dat de BV moest verhuizen en een nieuw bedrijfspand moest ontwikkelen. Als gevolg daarvan kwalificeerde de volledige waarde van de BV. Dat scheelde in dit geval ruim € 200.000 aan erfbelasting en het direct afrekenen van € 350.000 aan inkomstenbelasting. Totaal € 550.000.
 
Het vorenstaande geeft ruimte in een aantal gevallen waarin er sprake is van veel liquiditeit of kortlopende beleggingen. Zelfs zodanig dat het interessant kan zijn om maar een belang te nemen in een vennootschap van een ander die af en toe van liquiditeit wordt voorzien. Het kan erfgenamen zo maar een hele hoop belasting schelen.
 
Voor meer informatie over de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en het met het oog op die faciliteiten structureren van ondernemingsvermogen, neem contact op met Peter Kooijman.
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
BTW over BTW maakt het duur
 
Wanneer leveringen van nieuwbouw onroerend goed tussen projectontwikkelaars elkaar opvolgen kunnen deze de BTW aftrekken die ze bij hun verkrijging hebben betaald. Een particulier kan dat niet, maar die hoeft ook geen BTW in rekening te brengen bij de levering. Bij onroerend goed hoeft bij verkrijgingen binnen zes maanden geen overdrachtsbelasting betaald te worden voor zover die al bij een eerdere levering is betaald. Maar hoe zit het nu als nieuwbouw afwisselend tussen enige particulieren en projectontwikkelaars is doorverkocht?
 
Bij verkoop van een nieuwbouw woning door een projectontwikkelaar is BTW verschuldigd (1). Wanneer een particuliere koper het vervolgens doorverkoopt aan een projectontwikkelaar is overdrachtsbelasting verschuldigd (2). Als die projectontwikkelaar het vervolgens binnen twee jaar na de bouw verkoopt aan een particulier is BTW verschuldigd (3). Zonder tegemoetkoming zou bij een woning van € 200.000, welke steeds tegen de kostprijs wordt doorverkocht, aan belasting verschuldigd zijn:
-      transactie 1, 21% van € 200.000 = € 42.000;
-      transactie 2, 2% van € 242.000 = € 4.840;
-      transactie 3, 21% van € 246.840 = € 51.836.
Per saldo € 98.676 belasting.  Ter voorkoming hiervan heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat er alleen BTW betaald hoeft te worden over het verschil in koopsom tussen de eerste en latere levering, voorzover deze koopsom hoger is. Hierdoor is € 38.000 minder belasting verschuldigd.
 
In een zaak waarover de Rechtbank Noord Nederland een uitspraak moest doen had een
projectontwikkelaar een bouwterrein geleverd aan een particulier. Naar aanleiding hiervan was een discussie ontstaan over de vraag of de goedkeuring, zoals hiervoor bedoeld, van toepassing was. De projectontwikkelaar had namelijk het betreffende perceel verkregen van een particulier die het op zijn beurt had verkregen van een andere particulier die het perceel als bouwterrein met BTW van een BTW-projectontwikkelaar had verkregen.
 
De Rechtbank is van mening dat de goedkeuring in deze niet geldt omdat na de eerste levering door een projectontwikkelaar eerst een keer aan een particulier is verkocht voordat het werd verkocht aan een projectontwikkelaar. De Rechtbank vindt dat deze twee transacties los staan van de levering door de projectontwikkelaar.
 
Voor meer informatie over BTW en overdrachtsbelasting, Anne-Marie Snel
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
Met een levenstestament hou je de regie
 
Indien je niet meer in staat bent om je eigen belangen naar behoren te behartigen, kan de rechter een bewindvoerder of curator benoemen. Als je het daarop laat aankomen is het onzeker wie benoemd wordt. Daarnaast moet deze bewindvoerder of curator voor van alles en nog wat toestemming aan de rechter vragen. Met een levenstestament kun je dit alles voorkomen en in bijzondere gevallen sturen.
 
Onlangs heeft de rechter uitspraak gedaan in een zaak waarin twee van de vijf kinderen -buiten medeweten van de andere kinderen - de rechter verzocht hadden om een bewind in te stellen over het vermogen van hun vader. Vader had echter toen hij nog helder van geest was een levenstestament opgesteld en daarbij zijn twee andere kinderen tot gevolmachtigden benoemd. De familieverhoudingen lagen moeizaam.
De kantonrechter heeft vervolgens vader bezocht en gehoord. De kantonrechter oordeelt dat voldoende aannemelijk is geworden dat vader thans als gevolg van zijn lichamelijke en geestelijke toestand niet meer in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen waar te nemen. Vader heeft toen hij nog goed van geest was een volledige volmacht gegeven aan twee van de vijf kinderen. Gelet op deze volmacht is er in beginsel geen reden om nu bewind uit te spreken.
 
Dit kan onder omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld als een kind misbruik maakt van de aan hem gegeven volmacht, maar daarvan was hier geen sprake. Voor de situatie dat wel een bewindvoerder of curator benoemd moet worden, kan in het levenstestament ten aanzien van die benoeming ook nog een verzoek geuit worden. Dit verzoek wordt in beginsel door de rechter gevolgd.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Heidi van Dijk.
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
Verwatering en belangen van derden
 
Wanneer je 50% aandelen in het kapitaal van een vennootschap hebt, neemt je belang in de vennootschap af als er aan anderen aandelen worden uitgegeven. Om de belangen van een aandeelhouder te beschermen geldt er in veel situaties een voorkeursrecht. Wanneer je echter een pandrecht hebt op zo'n pakket aandelen, kan je pandrecht bij een verwatering ook wel eens minder waarde krijgen.
 
Volgens een rechter was de uitgifte van aandelen aan anderen, waardoor een pandhouder die een pandrecht had op 50% van de aandelen en na verwatering nog maar een pandrecht had op 4%, onrechtmatig. De rechter legde hieraan wel ten grondslag dat er al een lange relatie was en dat zowel de vennootschap als haar bestuurder bekend waren met het pandrecht. Zonder deze bijzondere situatie had de pandhouder wellicht een groter probleem gehad. Een pandakte met goede bepalingen, had dit kunnen voorkomen.
 
Ook tussen aandeelhouders is er nog wel eens een probleem in geval van verwatering. Heel formeel verarm je niet, wanneer de uitgifte koers van de aandelen gelijk is aan de waarde. Je krijgt alleen wel minder zeggenschap en het komt nog al eens voor dat men vindt dat de uitgiftekoers van de nieuwe aandelen te laag is. Als dat laatste aantoonbaar het geval is, zal de uitgifte veelal onrechtmatig zijn.
Indien je niet wilt dat jouw belang verwatert,  moet je daarvoor de goede bepalingen in de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst laten opnemen.
 
Wij helpen graag bij het opmaken van de juiste pandakte, statuten en/of aandeelhoudersovereenkomst. Voor meer informatie Peter Kooijman.
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
Vastgoed, uitvoerbaar bij voorraad?
 
Een koper wordt niet beschermd, als er wordt geleverd op basis van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Rechters bepalen in hun vonnis met regelmaat dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. Dat betekent dat er niet gewacht hoeft te worden met de uitvoering totdat er geen beroep meer mogelijk is of een hogere rechter erover heeft beslist. Maar wat is de situatie als het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd?
 
De wet bepaalt dat indien er zonder een geldige titel (de reden dat er geleverd wordt) wordt geleverd, die levering nietig is. Indien een vonnis in hoger beroep wordt vernietigd, heeft dit tot gevolg dat het vonnis geacht wordt er nooit te zijn geweest. Dat heeft volgens de rechter tot gevolg dat een levering die op grond van dat vonnis is gerealiseerd, niet heeft plaatsgevonden. Volgens de rechter wordt de verkrijger dan niet beschermd.
Wanneer de levering plaatsvindt op grond van zo'n vonnis, raak je het pand kwijt op het moment dat het vonnis in hoger beroep wordt vernietigd. Als je voor het pand betaald hebt, zal je separaat je geld moeten terugvragen. Als je dat niet krijgt, ben je zowel het pand als het geld kwijt.
 
Hoe zit het dan indien je, voordat het vonnis wordt vernietigd, hypotheek hebt gevestigd? In dat geval, zal de bank ook meestal niet worden beschermd. De bank wist of had moeten weten dat jij op basis van een vonnis hebt verkregen. Om die reden kun je een pand dat op grond van zo'n vonnis wordt geleverd meestal niet gefinancierd krijgen.
 
Het komt er op neer dat je niet een pand moet kopen als de titel zo'n uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is. Je kunt uit dit alles ook afleiden dat het handig is om naast het leveringsrecht om iets te vragen waar het probleem van vernietiging niet speelt.
 
Voor meer informatie, Peter Kooijman.
Tel. 010-2858888
 
Photo

Post has attachment
Pensioen en de letterknecht
 
"Schrijf op wat je bedoelt" is erg belangrijk als je juridische teksten schrijft. In veel gevallen wordt een jurist uiteindelijk na een juridische procedure door uitleg gered, maar niet altijd. Zo is dat bijvoorbeeld het geval bij de verrekening of verevening van pensioen.
 
De wet heeft als uitgangspunt dat in geval van scheiding het tijdens het huwelijk door ieder van de echtgenoten opgebouwde ouderdomspensioen gedeeld moet worden. Dit wordt pensioenverevening genoemd. Hiervan kan worden afgeweken in huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant. Indien wordt afgeweken is het van groot belang dat dit op de juiste wijze op schrift wordt gesteld.
 
Het Hof Amsterdam heeft zich een aantal maanden geleden uitgelaten over de vraag of er al dan niet sprake is van de verplichting tot pensioenverevening. In 2013 heeft een echtpaar in hun huwelijkse voorwaarden bepaald dat 'geen verrekening van al dan niet ingegane (ouderdoms)pensioenrechten zal plaatsvinden'. Zowel de rechtbank als het hof komen tot dezelfde conclusie: hier is geen sprake van een afwijken van de verplichting tot pensioenverevening. Uitsluiting van de verplichting tot pensioenverevening dient namelijk te geschieden in bewoordingen waaruit blijkt dat bedoeld is de toepasselijkheid van deze wettelijke regeling uit te sluiten.
 
Wil je je pensioen na echtscheiding niet verevenen, zorg dan voor een juiste formulering in je huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant.
 
Voor meer informatie, Lizzy Velthoven.
Tel 010-2858888
Photo

Post has attachment
Huwelijkse voorwaarden en faillissement
 
Iemand die failliet is kan huwelijkse voorwaarden aangaan. Maar deze zijn niet geldig indien er als gevolg daarvan door de failliet over vermogen wordt beschikt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer van een gemeenschap van goederen wordt over gegaan naar huwelijkse voorwaarden waarbij inkomen privé wordt.
 
De rechter oordeelde onlangs over een situatie waarin  meneer en mevrouw waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Kort nadat meneer failliet is verklaard, hebben zij huwelijkse voorwaarden opgesteld, waarin ze hebben bepaald dat het inkomen van mevrouw buiten de failliete boedel zou vallen. Daarna heeft mevrouw een woning gekocht. De koopsom heeft zij betaald met een hypotheeklening van de bank.  
De curator gaat naar de rechter. Hij is van mening dat die huwelijkse voorwaarden niet geldig zijn. Hij stelt dat de woning tot de failliete boedel behoort en dat de hypotheek niet geldig is omdat de failliete boedel geen baat heeft bij een hypotheeklening.
 
De rechter is het met de curator eens dat meneer en mevrouw in strijd met artikel 23 Faillissementswet hebben gehandeld door huwelijkse voorwaarden met deze inhoud op te stellen. In dit artikel is bepaald dat, door het faillissement, de persoon die failliet is verklaard, niet meer mag beschikken over het vermogen dat tot het faillissement behoort. Als hij dat wel heeft gedaan is er sprake van relatieve nietigheid. Dit leidt ertoe dat de curator zich niets hoeft aan te trekken van de huwelijkse voorwaarden. Hij kan doen alsof er nog steeds een gemeenschap van goederen is tussen meneer en mevrouw.
Als gevolg hiervan valt zowel de woning van mevrouw als de hypotheeklening in de failliete boedel. De curator stelt dat de boedel niet is gebaat bij de geldlening en het hypotheekrecht. De rechter bepaalt dat er wel een schuld in de boedel zit, maar dat het hypotheekrecht jegens de curator niet geldig is. Hij hoeft zich dus niets aan te trekken van het hypotheekrecht.
 
Voor meer informatie Anne-Marie Snel.
Tel. 010-2858888
Photo

Post has attachment
Pinnen komt je duur te staan
 
Door het pinnen van de rekening van je (overleden) moeder kun je aansprakelijk worden voor de schulden van moeder. Als je een nalatenschap zuiver aanvaardt, ben je in privé aansprakelijk als er meer schulden dan baten zijn. Zuiver aanvaarden kan uitdrukkelijk door daar een verklaring over af te leggen maar ook door een handeling. Pinnen is zo'n handeling.
 
Op 1 september 2016 treedt de wet waarbij erfgenamen beter worden beschermd tegen schulden van de overledene in werking. Op dat moment kan een erfgenaam ook na een zuivere aanvaarding nog verzoeken om alsnog beneficiair te aanvaarden. Het moet dan wel gaan om schulden die deze ten tijde van de zuivere aanvaarding niet kende en ook niet behoorde te kennen.
 
Deze beide laatste vereisten hollen de bescherming die de nieuwe wet biedt wel weer uit. In een situatie waarin een kind zijn moeder bij het overlijden van een nieuwe echtgenoot van moeder met alles heeft geholpen, is dat vaak ook het kind dat de pinpas van moeder gebruikte voor het overlijden. Wanneer dat kind na het overlijden van moeder toch nog wat opnames doet ten laste van de rekening van moeder, is dat een daad van zuivere aanvaarding.
 
De stiefkinderen zullen indien de nalatenschap ontoereikend is, het zuiver aanvaard hebbende kind aanspreken om hun vorderingen vanwege het overlijden van hun vader te voldoen. Als dat aangesproken kind vervolgens bij de kantonrechter staat, zal de kantonrechter vermoedelijk niet anders kunnen doen dan vast te stellen dat het kind wist of had moeten weten dat moeder schulden had aan haar stiefkinderen.
 
Het pinnen komt dit kind dan ook duur te staan. Wil je weten wat de gevolgen van zuiver aanvaarden nu en per 1 september aanstaande zijn, neem dan contact op met Peter Kooijman.
Tel. 010-2858888
Photo
Wait while more posts are being loaded