Profile cover photo
Profile photo
Administratiekantoor Cashflow
128 followers
128 followers
About
Posts

Post has attachment

Post has attachment

Post has attachment

Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Voor correctie gebruikelijk loon is vergelijkingsmethode uitgangspunt

X is in dienstbetrekking bij een holding en ontvangt van de holding een salaris. De holding houdt alle aandelen in A bv en verricht beheersactiviteiten voor deze vennootschap.
Over de jaren 2009 tot en met 2013 heeft de holding een omzet van steeds € 300.000 per jaar gerealiseerd. Deze omzet bestaat uitsluitend uit de ontvangen managementvergoeding (€ 150.000) en tantième (€ 150.000) van A bv.
Tijdens een boekenonderzoek is de Inspecteur gebleken van de totale managementvergoeding en tantième.
Hij heeft over alle jaren een correctie gebruikelijk loon toegepast op grond van artikel 12a Wet LB 1964.
De Inspecteur heeft hierbij de zogenoemde afroommethode toegepast.
In geschil is allereerst of sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is dat het geval.
Vervolgens is in geschil of de Inspecteur het gebruikelijk loon op een te hoog bedrag heeft vastgesteld.
Uit HR 24 juni 2016, 15/02880, ECLI:NL:HR:2016:1269, volgt dat de vergelijkingsmethode uitgangspunt is voor het bepalen van het gebruikelijk loon en dat de afroommethode enkel kan worden toegepast als niet op basis van de vergelijkingsmethode een gebruikelijk loon kan worden bepaald.
Volgens de Rechtbank heeft de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de vergelijkingsmethode in casu niet zou kunnen worden toegepast. Aan een beoordeling van de vraag of de afroommethode correct is toegepast, kan daarom niet worden toegekomen.
De Rechtbank concludeert dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gebruikelijk loon hoger had moeten worden vastgesteld dan in de aangiften.


Bron: fiscanet
Add a comment...

Hof Den Bosch: Niet voldaan aan urencriterium; nieuw feit om na te vorderen

X was in de jaren 2011 en 2012 werkzaam in loondienst. Daarnaast is hij in 2011 gestart met het opzetten van een onderneming als tatoeëerder.
X heeft in de aangiften over 2011 en 2012 de (verhoogde) zelfstandigenaftrek geclaimd. Voor het jaar 2011 is de aanslag opgelegd conform de aangifte.
De Inspecteur heeft na een onderzoek een navorderingsaanslag over 2011 en aanslag over 2012 opgelegd waarbij de (verhoogde) zelfstandigenaftrek is gecorrigeerd respectievelijk geweigerd.
In geschil is of X heeft voldaan aan het urencriterium zodat recht bestaat op de (verhoogde) zelfstandigenaftrek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de bevindingen bij het controleonderzoek een nieuw feit vormen om na te vorderen.
De Inspecteur had geen reden om aan de juistheid van de aangifte te twijfelen. Hij hoefde niet te beseffen dat X zijn onderneming dreef naast een full time dienstbetrekking. Overigens brengt de omstandigheid dat iemand een onderneming drijft naast een full time dienstbetrekking niet per definitie met zich mee dat niet aan het urencriterium kan worden voldaan.
Hof Den Bosch bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
X heeft de stelling dat in 2011 is voldaan aan het urencriterium niet langer gehandhaafd. Hij maakt voorts niet aannemelijk dat in 2012 aan het urencriterium is voldaan.
De Inspecteur heeft de (verhoogde) zelfstandigenaftrek terecht geweigerd.


Bron: fiscanet

Hof Den Bosch: Niet voldaan aan urencriterium; nieuw feit om na te vorderen

X was in de jaren 2011 en 2012 werkzaam in loondienst. Daarnaast is hij in 2011 gestart met het opzetten van een onderneming als tatoeëerder.
X heeft in de aangiften over 2011 en 2012 de (verhoogde) zelfstandigenaftrek geclaimd. Voor het jaar 2011 is de aanslag opgelegd conform de aangifte.
De Inspecteur heeft na een onderzoek een navorderingsaanslag over 2011 en aanslag over 2012 opgelegd waarbij de (verhoogde) zelfstandigenaftrek is gecorrigeerd respectievelijk geweigerd.
In geschil is of X heeft voldaan aan het urencriterium zodat recht bestaat op de (verhoogde) zelfstandigenaftrek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat de bevindingen bij het controleonderzoek een nieuw feit vormen om na te vorderen.
De Inspecteur had geen reden om aan de juistheid van de aangifte te twijfelen. Hij hoefde niet te beseffen dat X zijn onderneming dreef naast een full time dienstbetrekking. Overigens brengt de omstandigheid dat iemand een onderneming drijft naast een full time dienstbetrekking niet per definitie met zich mee dat niet aan het urencriterium kan worden voldaan.
Hof Den Bosch bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
X heeft de stelling dat in 2011 is voldaan aan het urencriterium niet langer gehandhaafd. Hij maakt voorts niet aannemelijk dat in 2012 aan het urencriterium is voldaan.
De Inspecteur heeft de (verhoogde) zelfstandigenaftrek terecht geweigerd.


Bron: fiscanet

Ondernemer met dienstbetrekking voldoet niet aan urencriterium

Vanaf maart 2006 is X vennoot in een vof. De vof drijft een onderneming in het opmaken van onderscheidingen en het slaan van munten en medailles.
X heeft een ‘full-time’ dienstbetrekking bij het Minister van Defensie.
Hij heeft in de aangifte IB/PVV 2011 winst uit onderneming aangegeven en daarbij aanspraak gemaakt op zelfstandigenaftrek.
In geschil is of X aan het urencriterium voldoet.
Volgens Hof Den Bosch is dat niet het geval.
X maakt niet aannemelijk dat hij (naast zijn dienstbetrekking) ten minste 1225 uur aan werkzaamheden voor de onderneming heeft besteed. Hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd is onvoldoende. Met name het door hem overgelegde overzicht is dermate globaal en oncontroleerbaar dat het verlangde bewijs daarmee niet is geleverd.
Ook indien er veronderstellenderwijs van uitgegaan wordt dat X – overeenkomstig hetgeen hij heeft gesteld – in 2011 slechts 1350 uur voor Defensie heeft gewerkt, heeft de Inspecteur de toekenning van de zelfstandigenaftrek terecht geweigerd.

bron: fiscanet

Post has attachment
Nieuwe btw-regels voor e-commerce- en onlinebedrijven

De Europese Commissie heeft een reeks maatregelen bekendgemaakt die het btw-klimaat voor e-commercebedrijven in de EU moeten verbeteren. Dankzij deze voorstellen zullen consumenten en bedrijven, met name start-ups en midden- en kleinbedrijven, gemakkelijker goederen en diensten online kunnen aan- en verkopen.

De belangrijkste maatregelen onder de loep:

Nieuwe btw-regels voor de onlineverkoop van goederen en diensten:
momenteel moeten onlinebedrijven zich voor de btw registreren in elke lidstaat waarnaar zij goederen verkopen. Deze btw-verplichtingen, die vaak als een van de grootste obstakels voor de grensoverschrijdende e-commerce worden bestempeld, kosten bedrijven ongeveer € 8.000 per EU-lidstaat waarnaar zij verkopen. Met het nieuwe voorstel kunnen bedrijven voortaan één simpele kwartaalaangifte indienen voor alle btw die in de EU verschuldigd is, via het online btw-éénloketsysteem. Dit systeem bestaat al voor de verkoop van e-diensten zoals apps voor mobiele telefoons en is, met meer dan € 3 miljard aan btw-inkomsten in 2015, succesvol gebleken. De administratieve lasten voor de bedrijven zullen met niet minder dan 95 % dalen, wat voor de EU-bedrijven neerkomt op een totale kostenbesparing van € 2,3 miljard en voor de lidstaten een stijging oplevert van de btw-inkomsten met € 7 miljard.

Vereenvoudiging van de btw-regels voor micro-ondernemingen en start-ups:
er zal voor de onlineverkoop een nieuwe jaardrempel van € 10.000 worden ingevoerd - onder die drempel zullen bedrijven die naar het buitenland verkopen, dezelfde btw-regels kunnen blijven toepassen als in hun thuisstaat. Daardoor zal het voor 430.000 bedrijven in de hele EU, met andere woorden 97 % van alle micro-ondernemingen die in het buitenland actief zijn, gemakkelijker worden om de btw-regels na te leven. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gemakkelijker zaken kunnen doen dankzij de invoering van een tweede nieuwe jaardrempel van € 100.000, in combinatie met een vereenvoudiging van de regels om te bepalen waar hun afnemers zich bevinden. Deze drempels zouden al in 2018 van toepassing kunnen worden voor e-diensten, en uiterlijk in 2021 voor online verkochte goederen. Door andere vereenvoudigingen zouden de kleinste bedrijven de btw-regels waarmee ze vertrouwd zijn in hun thuisstaat, zoals verplichtingen op het gebied van facturering en administratie, kunnen blijven toepassen. Het eerste aanspreekpunt zal altijd de belastingdienst zijn waar het bedrijf is gevestigd en bedrijven zullen niet langer aan controles worden onderworpen door elke lidstaat waar zij omzet draaien.

Maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU:
de invoer in de EU van kleine zendingen met een waarde van minder dan € 22 is momenteel vrijgesteld van de btw. Jaarlijks worden er in de EU ongeveer 150 miljoen pakjes zonder btw ingevoerd: het systeem is dan ook gevoelig voor fraude en misbruik op grote schaal, waardoor het speelveld voor EU-bedrijven sterk wordt scheefgetrokken. Enerzijds worden EU-bedrijven sterk benadeeld omdat zij, in tegenstelling tot hun niet-EU-concurrenten, btw moeten aanrekenen vanaf de eerste verkochte eurocent. Anderzijds worden importgoederen van hoge waarde zoals smartphones en tablets steevast ondergewaardeerd of in de invoerdocumenten fout beschreven om van de btw-vrijstelling te kunnen profiteren. De Commissie heeft dan ook besloten om deze vrijstelling te schrappen.

Gelijke regels voor het heffen van btw op e-boeken, e-kranten en hun gedrukte tegenhangers:
volgens de huidige regels mogen de lidstaten gedrukte publicaties zoals boeken en kranten aan een verlaagd tarief belasten, in sommige gevallen zelfs aan een sterk verlaagd of nultarief. Volgens dezelfde regels is dat echter niet mogelijk voor e-publicaties, waardoor deze altijd aan het normale tarief moeten worden belast. Zodra er tussen alle lidstaten overeenstemming is bereikt, zal de nieuwe regeling de lidstaten toestaan - maar niet verplichten - om de tarieven voor e-publicaties af te stemmen op die van gedrukte publicaties.

Deze wetgevingsvoorstellen worden nu ter raadpleging aan het Europees Parlement en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
Type document: Persbericht
Commissie komt met nieuwe btw-regels ter ondersteuning van e-commerce- en onlinebedrijven in de EU

Brussel, 1 december 2016
De Europese Commissie heeft vandaag een reeks maatregelen bekendgemaakt die het btw-klimaat voor e-commercebedrijven in de EU moeten verbeteren. Dankzij deze voorstellen zullen consumenten en bedrijven, met name start-ups en midden- en kleinbedrijven, gemakkelijker goederen en diensten online kunnen aan- en verkopen.
Door de invoering van een EU-breed portaal voor onlinebetalingen van btw (het "éénloketsysteem") zullen de btw-nalevingskosten sterk dalen, wat voor bedrijven in de EU een besparing van € 2,3 miljard per jaar zal opleveren. Met de nieuwe regels zal de btw ook betaald worden in de lidstaat van de eindverbruiker en zullen de belastinginkomsten dus eerlijker over de EU-lidstaten worden verdeeld. Deze voorstellen zullen de lidstaten helpen om de € 5 miljard aan btw, die volgens huidige schattingen elk jaar verloren gaat op onlineverkopen, te recupereren. In 2020 zouden deze inkomstenverliezen kunnen oplopen tot € 7 miljard en daarom is het zaak nu te handelen.
Ten slotte maakt de Commissie ook haar belofte waar dat de lidstaten op e-publicaties zoals e-boeken en onlinekranten hetzelfde btw-tarief kunnen toepassen als op hun gedrukte tegenhangers; zij schrapt daartoe de bepalingen die niet toelieten dat e-publicaties dezelfde voordelige btw-behandeling kregen als traditionele gedrukte publicaties.

Andrus Ansip, vicevoorzitter voor de Digitale Eengemaakte Markt, zei in dit verband het volgende: "We maken hiermee onze beloften waar dat we de beperkingen voor e-commerce in Europa zouden wegnemen. We hebben al voorstellen gedaan om pakjespost goedkoper en efficiënter te maken, de consument beter te beschermen wanneer hij online aankoopt, en ongerechtvaardigde geoblocking aan te pakken. Met de vereenvoudiging van de btw-regels leggen we nu het laatste stukje van de puzzel. Dit voorstel zal niet alleen een stimulans geven aan het bedrijfsleven, met name de kleinste bedrijven en start-ups, maar ook openbare diensten efficiënter maken en de samenwerking over de grenzen heen versterken."

Pierre Moscovici, commissaris voor Economische Zaken, Belastingen en Douane-unie, zei in dit verband het volgende: "Onlinebedrijven die actief zijn binnen de EU, hebben ons gevraagd om een en ander te vereenvoudigen. Dat is wat we nu doen. Zowel grote als kleine bedrijven die online verkopen naar het buitenland, zullen voortaan voor de btw op dezelfde wijze te werk kunnen gaan als bij verkopen in het binnenland. Dit betekent minder tijdverlies, minder rompslomp en minder kosten. We vereenvoudigen ook de regels voor micro-ondernemingen en start-ups, zodat zij gemakkelijker nieuwe markten kunnen aanboren. Met onze voorstellen zullen de Europese regeringen € 100 miljoen extra inkomsten per week ontvangen die zij aan diensten voor hun burgers kunnen besteden."

Deze voorstellen belichamen een nieuwe btw-aanpak voor e-commerce en geven invulling aan de toezeggingen die de Commissie in de strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa en in het actieplan voor een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU heeft gedaan.
Zij behelzen met name:
nieuwe regels waardoor bedrijven die online goederen verkopen, gemakkelijker al hun btw-verplichtingen in de EU op één plaats kunnen nakomen;
een vereenvoudiging van de btw-regels voor start-ups en micro-ondernemingen die online verkopen: onder € 10 000 zal de btw op grensoverschrijdende verkopen in het binnenland worden afgehandeld. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gebruik kunnen maken van eenvoudigere procedures voor grensoverschrijdende verkopen tot € 100 000, waardoor zij gemakkelijker zaken zullen kunnen doen;
maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU, die de markt kan verstoren en oneerlijke concurrentie kan veroorzaken;
de mogelijkheid voor de lidstaten om de btw-tarieven te verlagen voor e-publicaties zoals e-boeken en onlinekranten.

Deze wetgevingsvoorstellen worden nu ter raadpleging aan het Europees Parlement en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.

De belangrijkste maatregelen onder de loep:
Nieuwe btw-regels voor de onlineverkoop van goederen en diensten: momenteel moeten onlinebedrijven zich voor de btw registreren in elke lidstaat waarnaar zij goederen verkopen. Deze btw-verplichtingen, die vaak als een van de grootste obstakels voor de grensoverschrijdende e-commerce worden bestempeld, kosten bedrijven ongeveer € 8 000 per EU-lidstaat waarnaar zij verkopen. Met het nieuwe voorstel kunnen bedrijven voortaan één simpele kwartaalaangifte indienen voor alle btw die in de EU verschuldigd is, via het online btw-éénloketsysteem. Dit systeem bestaat al voor de verkoop van e-diensten zoals apps voor mobiele telefoons en is, met meer dan € 3 miljard aan btw-inkomsten in 2015, succesvol gebleken. De administratieve lasten voor de bedrijven zullen met niet minder dan 95 % dalen, wat voor de EU-bedrijven neerkomt op een totale kostenbesparing van € 2,3 miljard en voor de lidstaten een stijging oplevert van de btw-inkomsten met € 7 miljard.

Vereenvoudiging van de btw-regels voor micro-ondernemingen en start-ups: er zal voor de onlineverkoop een nieuwe jaardrempel van € 10 000 worden ingevoerd - onder die drempel zullen bedrijven die naar het buitenland verkopen, dezelfde btw-regels kunnen blijven toepassen als in hun thuisstaat. Daardoor zal het voor 430 000 bedrijven in de hele EU, met andere woorden 97 % van alle micro-ondernemingen die in het buitenland actief zijn, gemakkelijker worden om de btw-regels na te leven. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gemakkelijker zaken kunnen doen dankzij de invoering van een tweede nieuwe jaardrempel van € 100 000, in combinatie met een vereenvoudiging van de regels om te bepalen waar hun afnemers zich bevinden. Deze drempels zouden al in 2018 van toepassing kunnen worden voor e-diensten, en uiterlijk in 2021 voor online verkochte goederen. Door andere vereenvoudigingen zouden de kleinste bedrijven de btw-regels waarmee ze vertrouwd zijn in hun thuisstaat, zoals verplichtingen op het gebied van facturering en administratie, kunnen blijven toepassen. Het eerste aanspreekpunt zal altijd de belastingdienst zijn waar het bedrijf is gevestigd en bedrijven zullen niet langer aan controles worden onderworpen door elke lidstaat waar zij omzet draaien.

Maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU: de invoer in de EU van kleine zendingen met een waarde van minder dan € 22 is momenteel vrijgesteld van de btw. Jaarlijks worden er in de EU ongeveer 150 miljoen pakjes zonder btw ingevoerd: het systeem is dan ook gevoelig voor fraude en misbruik op grote schaal, waardoor het speelveld voor EU-bedrijven sterk wordt scheefgetrokken. Enerzijds worden EU-bedrijven sterk benadeeld omdat zij, in tegenstelling tot hun niet-EU-concurrenten, btw moeten aanrekenen vanaf de eerste verkochte eurocent. Anderzijds worden importgoederen van hoge waarde zoals smartphones en tablets steevast ondergewaardeerd of in de invoerdocumenten fout beschreven om van de btw-vrijstelling te kunnen profiteren. De Commissie heeft dan ook besloten om deze vrijstelling te schrappen.

Gelijke regels voor het heffen van btw op e-boeken, e-kranten en hun gedrukte tegenhangers: volgens de huidige regels mogen de lidstaten gedrukte publicaties zoals boeken en kranten aan een verlaagd tarief belasten, in sommige gevallen zelfs aan een sterk verlaagd of nultarief. Volgens dezelfde regels is dat echter niet mogelijk voor e-publicaties, waardoor deze altijd aan het normale tarief moeten worden belast. Zodra er tussen alle lidstaten overeenstemming is bereikt, zal de nieuwe regeling de lidstaten toestaan - maar niet verplichten - om de tarieven voor e-publicaties af te stemmen op die van gedrukte publicaties.

Bron: fiscanet
Photo

Post has attachment
Nieuwe btw-regels voor e-commerce- en onlinebedrijven

De Europese Commissie heeft een reeks maatregelen bekendgemaakt die het btw-klimaat voor e-commercebedrijven in de EU moeten verbeteren. Dankzij deze voorstellen zullen consumenten en bedrijven, met name start-ups en midden- en kleinbedrijven, gemakkelijker goederen en diensten online kunnen aan- en verkopen.

De belangrijkste maatregelen onder de loep:

Nieuwe btw-regels voor de onlineverkoop van goederen en diensten:
momenteel moeten onlinebedrijven zich voor de btw registreren in elke lidstaat waarnaar zij goederen verkopen. Deze btw-verplichtingen, die vaak als een van de grootste obstakels voor de grensoverschrijdende e-commerce worden bestempeld, kosten bedrijven ongeveer € 8.000 per EU-lidstaat waarnaar zij verkopen. Met het nieuwe voorstel kunnen bedrijven voortaan één simpele kwartaalaangifte indienen voor alle btw die in de EU verschuldigd is, via het online btw-éénloketsysteem. Dit systeem bestaat al voor de verkoop van e-diensten zoals apps voor mobiele telefoons en is, met meer dan € 3 miljard aan btw-inkomsten in 2015, succesvol gebleken. De administratieve lasten voor de bedrijven zullen met niet minder dan 95 % dalen, wat voor de EU-bedrijven neerkomt op een totale kostenbesparing van € 2,3 miljard en voor de lidstaten een stijging oplevert van de btw-inkomsten met € 7 miljard.

Vereenvoudiging van de btw-regels voor micro-ondernemingen en start-ups:
er zal voor de onlineverkoop een nieuwe jaardrempel van € 10.000 worden ingevoerd - onder die drempel zullen bedrijven die naar het buitenland verkopen, dezelfde btw-regels kunnen blijven toepassen als in hun thuisstaat. Daardoor zal het voor 430.000 bedrijven in de hele EU, met andere woorden 97 % van alle micro-ondernemingen die in het buitenland actief zijn, gemakkelijker worden om de btw-regels na te leven. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gemakkelijker zaken kunnen doen dankzij de invoering van een tweede nieuwe jaardrempel van € 100.000, in combinatie met een vereenvoudiging van de regels om te bepalen waar hun afnemers zich bevinden. Deze drempels zouden al in 2018 van toepassing kunnen worden voor e-diensten, en uiterlijk in 2021 voor online verkochte goederen. Door andere vereenvoudigingen zouden de kleinste bedrijven de btw-regels waarmee ze vertrouwd zijn in hun thuisstaat, zoals verplichtingen op het gebied van facturering en administratie, kunnen blijven toepassen. Het eerste aanspreekpunt zal altijd de belastingdienst zijn waar het bedrijf is gevestigd en bedrijven zullen niet langer aan controles worden onderworpen door elke lidstaat waar zij omzet draaien.

Maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU:
de invoer in de EU van kleine zendingen met een waarde van minder dan € 22 is momenteel vrijgesteld van de btw. Jaarlijks worden er in de EU ongeveer 150 miljoen pakjes zonder btw ingevoerd: het systeem is dan ook gevoelig voor fraude en misbruik op grote schaal, waardoor het speelveld voor EU-bedrijven sterk wordt scheefgetrokken. Enerzijds worden EU-bedrijven sterk benadeeld omdat zij, in tegenstelling tot hun niet-EU-concurrenten, btw moeten aanrekenen vanaf de eerste verkochte eurocent. Anderzijds worden importgoederen van hoge waarde zoals smartphones en tablets steevast ondergewaardeerd of in de invoerdocumenten fout beschreven om van de btw-vrijstelling te kunnen profiteren. De Commissie heeft dan ook besloten om deze vrijstelling te schrappen.

Gelijke regels voor het heffen van btw op e-boeken, e-kranten en hun gedrukte tegenhangers:
volgens de huidige regels mogen de lidstaten gedrukte publicaties zoals boeken en kranten aan een verlaagd tarief belasten, in sommige gevallen zelfs aan een sterk verlaagd of nultarief. Volgens dezelfde regels is dat echter niet mogelijk voor e-publicaties, waardoor deze altijd aan het normale tarief moeten worden belast. Zodra er tussen alle lidstaten overeenstemming is bereikt, zal de nieuwe regeling de lidstaten toestaan - maar niet verplichten - om de tarieven voor e-publicaties af te stemmen op die van gedrukte publicaties.

Deze wetgevingsvoorstellen worden nu ter raadpleging aan het Europees Parlement en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
Type document: Persbericht
Commissie komt met nieuwe btw-regels ter ondersteuning van e-commerce- en onlinebedrijven in de EU

Brussel, 1 december 2016
De Europese Commissie heeft vandaag een reeks maatregelen bekendgemaakt die het btw-klimaat voor e-commercebedrijven in de EU moeten verbeteren. Dankzij deze voorstellen zullen consumenten en bedrijven, met name start-ups en midden- en kleinbedrijven, gemakkelijker goederen en diensten online kunnen aan- en verkopen.
Door de invoering van een EU-breed portaal voor onlinebetalingen van btw (het "éénloketsysteem") zullen de btw-nalevingskosten sterk dalen, wat voor bedrijven in de EU een besparing van € 2,3 miljard per jaar zal opleveren. Met de nieuwe regels zal de btw ook betaald worden in de lidstaat van de eindverbruiker en zullen de belastinginkomsten dus eerlijker over de EU-lidstaten worden verdeeld. Deze voorstellen zullen de lidstaten helpen om de € 5 miljard aan btw, die volgens huidige schattingen elk jaar verloren gaat op onlineverkopen, te recupereren. In 2020 zouden deze inkomstenverliezen kunnen oplopen tot € 7 miljard en daarom is het zaak nu te handelen.
Ten slotte maakt de Commissie ook haar belofte waar dat de lidstaten op e-publicaties zoals e-boeken en onlinekranten hetzelfde btw-tarief kunnen toepassen als op hun gedrukte tegenhangers; zij schrapt daartoe de bepalingen die niet toelieten dat e-publicaties dezelfde voordelige btw-behandeling kregen als traditionele gedrukte publicaties.

Andrus Ansip, vicevoorzitter voor de Digitale Eengemaakte Markt, zei in dit verband het volgende: "We maken hiermee onze beloften waar dat we de beperkingen voor e-commerce in Europa zouden wegnemen. We hebben al voorstellen gedaan om pakjespost goedkoper en efficiënter te maken, de consument beter te beschermen wanneer hij online aankoopt, en ongerechtvaardigde geoblocking aan te pakken. Met de vereenvoudiging van de btw-regels leggen we nu het laatste stukje van de puzzel. Dit voorstel zal niet alleen een stimulans geven aan het bedrijfsleven, met name de kleinste bedrijven en start-ups, maar ook openbare diensten efficiënter maken en de samenwerking over de grenzen heen versterken."

Pierre Moscovici, commissaris voor Economische Zaken, Belastingen en Douane-unie, zei in dit verband het volgende: "Onlinebedrijven die actief zijn binnen de EU, hebben ons gevraagd om een en ander te vereenvoudigen. Dat is wat we nu doen. Zowel grote als kleine bedrijven die online verkopen naar het buitenland, zullen voortaan voor de btw op dezelfde wijze te werk kunnen gaan als bij verkopen in het binnenland. Dit betekent minder tijdverlies, minder rompslomp en minder kosten. We vereenvoudigen ook de regels voor micro-ondernemingen en start-ups, zodat zij gemakkelijker nieuwe markten kunnen aanboren. Met onze voorstellen zullen de Europese regeringen € 100 miljoen extra inkomsten per week ontvangen die zij aan diensten voor hun burgers kunnen besteden."

Deze voorstellen belichamen een nieuwe btw-aanpak voor e-commerce en geven invulling aan de toezeggingen die de Commissie in de strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa en in het actieplan voor een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU heeft gedaan.
Zij behelzen met name:
nieuwe regels waardoor bedrijven die online goederen verkopen, gemakkelijker al hun btw-verplichtingen in de EU op één plaats kunnen nakomen;
een vereenvoudiging van de btw-regels voor start-ups en micro-ondernemingen die online verkopen: onder € 10 000 zal de btw op grensoverschrijdende verkopen in het binnenland worden afgehandeld. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gebruik kunnen maken van eenvoudigere procedures voor grensoverschrijdende verkopen tot € 100 000, waardoor zij gemakkelijker zaken zullen kunnen doen;
maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU, die de markt kan verstoren en oneerlijke concurrentie kan veroorzaken;
de mogelijkheid voor de lidstaten om de btw-tarieven te verlagen voor e-publicaties zoals e-boeken en onlinekranten.

Deze wetgevingsvoorstellen worden nu ter raadpleging aan het Europees Parlement en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.

De belangrijkste maatregelen onder de loep:
Nieuwe btw-regels voor de onlineverkoop van goederen en diensten: momenteel moeten onlinebedrijven zich voor de btw registreren in elke lidstaat waarnaar zij goederen verkopen. Deze btw-verplichtingen, die vaak als een van de grootste obstakels voor de grensoverschrijdende e-commerce worden bestempeld, kosten bedrijven ongeveer € 8 000 per EU-lidstaat waarnaar zij verkopen. Met het nieuwe voorstel kunnen bedrijven voortaan één simpele kwartaalaangifte indienen voor alle btw die in de EU verschuldigd is, via het online btw-éénloketsysteem. Dit systeem bestaat al voor de verkoop van e-diensten zoals apps voor mobiele telefoons en is, met meer dan € 3 miljard aan btw-inkomsten in 2015, succesvol gebleken. De administratieve lasten voor de bedrijven zullen met niet minder dan 95 % dalen, wat voor de EU-bedrijven neerkomt op een totale kostenbesparing van € 2,3 miljard en voor de lidstaten een stijging oplevert van de btw-inkomsten met € 7 miljard.

Vereenvoudiging van de btw-regels voor micro-ondernemingen en start-ups: er zal voor de onlineverkoop een nieuwe jaardrempel van € 10 000 worden ingevoerd - onder die drempel zullen bedrijven die naar het buitenland verkopen, dezelfde btw-regels kunnen blijven toepassen als in hun thuisstaat. Daardoor zal het voor 430 000 bedrijven in de hele EU, met andere woorden 97 % van alle micro-ondernemingen die in het buitenland actief zijn, gemakkelijker worden om de btw-regels na te leven. Midden- en kleinbedrijven zullen dan weer gemakkelijker zaken kunnen doen dankzij de invoering van een tweede nieuwe jaardrempel van € 100 000, in combinatie met een vereenvoudiging van de regels om te bepalen waar hun afnemers zich bevinden. Deze drempels zouden al in 2018 van toepassing kunnen worden voor e-diensten, en uiterlijk in 2021 voor online verkochte goederen. Door andere vereenvoudigingen zouden de kleinste bedrijven de btw-regels waarmee ze vertrouwd zijn in hun thuisstaat, zoals verplichtingen op het gebied van facturering en administratie, kunnen blijven toepassen. Het eerste aanspreekpunt zal altijd de belastingdienst zijn waar het bedrijf is gevestigd en bedrijven zullen niet langer aan controles worden onderworpen door elke lidstaat waar zij omzet draaien.

Maatregelen tegen btw-fraude van buiten de EU: de invoer in de EU van kleine zendingen met een waarde van minder dan € 22 is momenteel vrijgesteld van de btw. Jaarlijks worden er in de EU ongeveer 150 miljoen pakjes zonder btw ingevoerd: het systeem is dan ook gevoelig voor fraude en misbruik op grote schaal, waardoor het speelveld voor EU-bedrijven sterk wordt scheefgetrokken. Enerzijds worden EU-bedrijven sterk benadeeld omdat zij, in tegenstelling tot hun niet-EU-concurrenten, btw moeten aanrekenen vanaf de eerste verkochte eurocent. Anderzijds worden importgoederen van hoge waarde zoals smartphones en tablets steevast ondergewaardeerd of in de invoerdocumenten fout beschreven om van de btw-vrijstelling te kunnen profiteren. De Commissie heeft dan ook besloten om deze vrijstelling te schrappen.

Gelijke regels voor het heffen van btw op e-boeken, e-kranten en hun gedrukte tegenhangers: volgens de huidige regels mogen de lidstaten gedrukte publicaties zoals boeken en kranten aan een verlaagd tarief belasten, in sommige gevallen zelfs aan een sterk verlaagd of nultarief. Volgens dezelfde regels is dat echter niet mogelijk voor e-publicaties, waardoor deze altijd aan het normale tarief moeten worden belast. Zodra er tussen alle lidstaten overeenstemming is bereikt, zal de nieuwe regeling de lidstaten toestaan - maar niet verplichten - om de tarieven voor e-publicaties af te stemmen op die van gedrukte publicaties.

Bron: fiscanet
Photo
Add a comment...

Onzakelijke lening tussen zustermaatschappijen?

X bv heeft een lening verstrekt aan zustervennootschap Y bv.
In dit arrest beslist de Hoge Raad dat er bij een lening tussen zustervennootschappen sprake kan zijn van een onzakelijke lening die alsdan niet door de uitlenende partij kan worden afgewaardeerd als het mis gaat met de lenende zuster.
Voor de zakelijkheid van een lening is vereist dat de lening wordt aangegaan onder condities zoals die ook voor een onafhankelijke zouden gelden.
Als de rente neerwaarts moet worden aangepast is er in feite sprake van een debiteurenrisico dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen.
De lening is alsdan onzakelijk geworden.
Maar er kunnen in concernrelaties bijzondere omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen, waardoor de lening niet onzakelijk wordt.
In het onderhavige geval staat vast dat zakelijke relaties zijn ontstaan door opdrachten die derden verleenden aan Y bv, en die leidden tot het uitlenen van personeel door X bv en tot het zelf uitvoeren van opdrachten door X bv.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar de feitenrechter om uit te zoeken of de lening zakelijk is gebleven.
Add a comment...
Wait while more posts are being loaded